Financiële pers

‘Ah, de banken”, zucht een belezen leeftijdgenoot op een Londens feestje. „Daar ben ik een tijd heel boos over geweest. Maar ik volg het niet meer. Ben nu helemaal into China.”De hele week heb ik aan dit gesprekje gedacht, want op sociale media en elders tref ik regelmatig een vergelijkbare houding: interesse in de financiële sector als lifestylekeuze. Je doet het een tijdje, en daarna doe je weer iets anders. Ieder zijn ding.

Wat gaat hier mis? Als je tegen mensen zegt: „jouw spaargeld is niet veilig”, heb je hun volledige aandacht. Neem dan de woorden „financiële hervormingen” in de mond en je ziet ze met hun ogen rollen.

Hoe kan er zo’n kloof bestaan tussen belang en belangstelling? Tuurlijk, je hebt die muur van jargon en acroniemen, terwijl zelfs simpele termen als trader, director of analist volstrekt verschillende betekenissen kunnen hebben, afhankelijk van waar je kijkt in een bank. Haute finance is ook echt complex. Ik heb me net door een boek geworsteld over het verschil tussen kapitaalreserves en kapitaaleisen. Dit uitleggen vereist een volledige column, en de week erna kan ik er niet op voortbouwen want wie zegt dat u die eerdere uitleg hebt gelezen, gesnapt en onthouden?

Maar er speelt meer, denk ik, en daarvoor moeten we de blik richten op de financiële en politieke journalistiek. Het gaat erom wat de ene doet, en de ander maar niet lukt.

Een journalist bij een financiële krant schetste zijn dagelijkse routine: „Iedere ochtend komt er een vracht cijfers over de Britse economie binnen. Werkloosheidscijfers, groei, consumentenvertrouwen... Ik schrijf iedere ochtend over die data een kort artikel. Intussen komen de analisten bij banken en beursmakelaardijen met hun eigen interpretaties (goed of slecht, hoger of lager dan verwacht). Dat wordt dan het tweede verhaal van die dag.”

Zoals deze journalist heb je er honderden, en zij vormen de eerste linie van de gespecialiseerde financiële pers. Het is nieuws voor insiders door insiders; beurshandelaren, beursmakelaars, investeerders...

Het punt is nu dat deze eerste linie, naar mijn indruk, verregaand de toon en richting beïnvloedt van de financiële journalistiek die zich richt op de niet-ingevoerde lezer. Althans, bij The Guardian meldt de business desk in de centrale ochtendvergadering welke belangrijke cijfers eraan komen, en wat voor stukken ze daaromheen gaan schrijven.

Dit is een logische structuur, maar het gevolg is een dagelijkse financiële nieuwsstroom die impliciet zegt dat we terug zijn bij business as usual. Bijna automatisch gaat de opening over de volgende grote deal, of het volgende „tegenvallende cijfer”. In columns of de opiniepagina staan wel ‘tegengeluiden’ maar dat woord ‘stroom’ in nieuwsstroom is zeer toepasselijk. Wie werkelijk een ander verhaal over de sector wil vertellen belandt als vanzelf in de marge.

Dit zou te compenseren zijn als er intussen een politiek proces was, waarin twee of drie partijen met tegengestelde, maar samenhangende visies het met elkaar uitvochten hoe de financiële sector weer veilig en moreel kan worden. Dan had je daaromheen debatten, opiniepeilingen, wetsvoorstellen, stemmingen, interne partijtwisten, interventies en demonstraties in het land... Kortom, materiaal waarmee politieke journalisten een nationale conversatie kunnen voeden.

Het goede nieuws is dat er op dit moment wel degelijk zo’n politiek proces gaande is. Het slechte nieuws is dat dit plaatsvindt in Brussel bij de EU. Aldus heb je een voor buitenstaanders vrijwel ondoorgrondelijke wereld die ten strijde trekt tegen een zo mogelijk nog ondoorgrondelijker wereld. Geen wonder dat mensen zich dan toeschouwers gaan wanen bij een spektakel, in plaats van burgers in een democratie.

Joris Luyendijk doet in deze column elke donderdag verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op: guardian.co.uk/bankingblog.