Een videoinstallatie van 1000 m 2

Voor het eerst laat het Stedelijk Museum zijn grote nieuwe kelderruimte inrichten door een kunstenaar. Aernout Mik bouwt er een ruimtelijke installatie voor videobeelden.

Bouwen aan de expositie van Aernout Mik die zaterdag opent in het Stedelijk. Foto’s Olivier Middendorp

Een hoge kale doos met een oppervlakte van duizend vierkante meter. Meer is de nieuwe kelder waarin het Stedelijk Museum in Amsterdam zijn tentoonstellingen organiseert eigenlijk niet.

Dat is goed te zien als twee weken na afloop de laatste restanten van de tentoonstelling van Mike Kelley zijn verdwenen. Het Stedelijk staat nu voor een primeur: voor het eerst laat het museum deze ruimte inrichten door een kunstenaar. De Nederlander Aernout Mik mag de mogelijkheden van de nieuwbouw laten zien. „We hebben hem volledig de vrije hand gegeven”, vertelt conservator Leontine Coelewij. „Hij is niet alleen videokunstenaar, maar van oorsprong beeldhouwer. Het idee is om alle aspecten van zijn werk te laten zien: hoe hij met ruimte omgaat, hoe hij bezoekers het fysieke wil laten ervaren. Hier kan dat.”

Voor Mik is het een bijzondere opdracht. In het buitenland viert hij successen, maar sinds 2000 heeft hij in geen enkel Nederlands museum meer een overzichtstentoonstelling gehad. „Pas na de heropening van het museum vorig jaar realiseerde ik me hoe belangrijk dit museum is voor Nederland. Het is een eer.”

Gangenstelsel

Krap drie weken voor de opening geven schildersplakband en rode puntjes op de vloeren aan waar wanden moeten worden geplaatst. Decorbouwers sjouwen met de eerste wanden en plaatsen ze precies op die plekken. „Gisteren waren hier landmeters, die alles heel precies hebben aangegeven”, zegt Emiel Miedema, chef van decorbedrijf Planemos, dat vaker met Mik samenwerkt. „Alles moet echt op de millimeter nauwkeurig.”

Op de vloer liggen computerbouwtekeningen. Mik is er zelf niet. Hij is in Japan aan het filmen en komt pas in het weekend terug.

Hoofd tentoonstellingsbouw Hans Lentz laat twee dagen later op zijn laptop 3D-tekeningen zien. „Het begon met potloodschetsjes van Aernout, waarop hij minutieus aangaf waar alles moest komen. Hij heeft als een architect alles in zijn hoofd zitten. De installatie op zich is al een kunstwerk. Zijn schetsen hebben we van A4 naar A3 opgeblazen, overgetrokken en gescand. Op basis daarvan heb ik samen met de bouwer deze 3D-tekeningen gemaakt.”

Lentz toont hoe gangen bewust smal en op sommige plekken overkapt worden. „Om een beklemmend gevoel te geven”, zegt hij. „Ik heb de tekeningen heen en weer gestuurd met Aernout in Japan. In het Sketchprogramma van Google, gemakkelijk en gratis.”

Lentz en Mik hebben al eerder met elkaar samengewerkt. Voor de Biënnale in Venetië in 2011 en vorig jaar bij de installatie die Mik bij de opening van Eye had gemaakt. Wandelend door de zaal laat Lentz zien waar hij speciale materialen heeft moeten laten aanvoeren. „Midden in deze gang komt een glazen wand. Je ziet aan de andere kant mensen lopen. Maar als je het glas onder spanning brengt, zie je alleen je eigen reflectie. Dat zal voortdurend gevarieerd worden, net als de lichtsterkte. Het zal een vorm van desoriëntatie geven.”

In de kelder klinkt slechts af en toe het geluid van een zaag, boor of hamer. „De wanden zijn geprefabriceerd”, legt Lentz uit. „Met precies de hoeken zoals Aernout ze wil hebben. Daar moet het ook niet één graad van afwijken.” Zo zijn de wanden veel dunner dan de 40 centimeter die tentoonstellingswanden doorgaans bij het Stedelijk zijn. „Wij hebben drie proeven gemaakt: van 20, 22 en 25 centimeter. Aernout koos die van 22. Mikbreedte.”

Decorbouwer Miedema is sinds half maart met zijn ploeg bezig de decorelementen te bouwen. „Je voelt je assistent-ontwerper, wij zijn de spiegel voor Aernout die laat zien of wat hij in zijn hoofd heeft ook echt te maken is.” Gerust is hij niet. „Als Aernout komt, zullen we zien wat voor verrassingen hij voor ons heeft. Er moeten bij een kunstenaar altijd nog puntjes op de i, maar je weet nooit waar ze worden aangebracht.”

De verflucht komt je drie dagen later bij binnenkomst tegemoet. Werklieden lopen met kwasten rond, de wanden zijn voor een groot deel in het lichte grijs geverfd dat Mik voor deze tentoonstelling heeft uitgekozen. „We wilden niet het harde wit”, vertelt Mik. Het is de eerste keer dat we het gebruiken. Het is spannend om te zien wat deze kleur gaat doen als straks de projectoren gaan draaien. Je moet je er eigenlijk niet van bewust zijn.”

In het weekend is hij „geradbraakt” teruggekomen uit Japan. Daar heeft hij opnamen gemaakt voor een nieuwe film in Fukushima met slachtoffers van de aardbeving in 2011. „Dat was heel heftig, mensen waren zwaar geëmotioneerd. En tot overmaat van ramp staat een deel van het materiaal niet op de harde schijf. Niemand weet hoe dat kan.”

Maandag is hij in het Stedelijk gaan kijken. Hij heeft niet veel veranderd, zegt hij. „Alleen kleine dingen, waar we toch nog over moesten beslissen.” Een voorbeeld? „De glasplaat loopt niet parallel met de verlichting. Dat moest verspringen. We hebben nu besloten de eerste lamp weg te halen.”

Directeur Ann Goldstein van het Stedelijk duikt uit een van de gangen op, glimlacht vriendelijk en loopt een andere gang in. De wanden staan allemaal, er is een gangenstelsel gegroeid. „Een labyrint, nee, dat is niet de bedoeling”, zegt Mik. „Maar je moet als bezoeker wel bepalen hoe je door de ruimte gaat. Kijk, daar heb ik bewust voor drie doorgangen gekozen. Dat voedt de onzekerheid, zoals mensen die in mijn video’s voelen. De bedoeling van deze installatie is dat je je bewust bent van je omgeving, van andere bezoekers, van de wisselwerking met de video’s.”

Hans Lentz loopt voorbij. „Heb je het frame gezien? Hangt het goed zo?” Mik knikt. In deze hoek komt een scherm hoog in de zaal te hangen. Zijn werk Osmosis and Excess, eerder te zien boven de kassa’s van het MoMA in New York, is zo vanuit de hele kelder te zien. „Ik heb nog geen idee wat dat voor effect heeft.”

Kunst is nog niet te zien. Schermen hangen er nog niet, een week voor opening. Ook die zijn speciaal gefabriceerd in gebogen vormen volgens de aanwijzingen van de kunstenaar. Eén is krom getrokken gearriveerd, vertelt Mik. „Soms moet je dingen accepteren.” Baalt hij daar als perfectionist niet van? „Ik zeg niks.” Hij laat een stilte vallen. „Natuurlijk baal ik. Maar er gaat altijd wel iets mis.”

Cruciale fase

De verfblikken zijn na het weekend verdwenen, op de vloer liggen stekkerdozen en snoeren. Een ploeg van Pro AV uit Finland is begonnen met het ophangen van 25 schermen en het installeren van de projectoren. Met het Finse bedrijf werkt Mik altijd samen, ze beheren en slaan zijn bestanden ook op.

„Er is al één scherm klaar”, roept de chef van de Finse ploeg met lichte spot naar Leontine Coelewij. De conservator werkt sinds 1995 met Mik samen. „Het idee voor een overzichtstentoonstelling ontstond in 2006”, vertelt ze. „Maar Aernout was druk en daarna ging onze tijdelijke huisvesting dicht. Het is raar dat van een Nederlandse kunstenaar die internationaal zo succesvol is, veel werken nu pas voor het eerst in Nederland te zien zijn.”

Ze heeft samenwerking gezocht met het museum Jeu de Paume in Parijs en het Folkwang in Essen, waar de tentoonstelling al te zien is geweest. Coelewij: „Ik ken niemand die zo werkt als Aernout. Videokunstenaars ontwerpen wel eens de ruimte, maar maken die het liefst zo donker mogelijk zodat hun beelden het best tot hun recht komen. Verder moet alles weggewerkt worden. Hier zijn vanuit één positie meer werken te zien, je kunt tussen de schermen doorlopen, je kunt soms de projectoren zien. Mik denkt na over de ruimte en de relatie die de bezoeker heeft tot de objecten.”

Voor Coelewij voelen deze weken van opbouw raar. „Bij andere tentoonstellingen maak je ook een ontwerp en een maquette, maar in de laatste week schuif je nog veel met werken om te kijken of ze op een andere plek niet beter hangen. Nu doen de constructeurs het werk.”

Twee dagen voor de opening hangen alle schermen. „We zijn nu in de cruciale fase, de afstelling van licht en projectie”, zegt Mik. In verschillende ruimtes flitsen beelden op: van een farmaceutische fabriek afgewisseld met landschappen, van Berlusconi voor de rechtbank, van een instortend huis of van beurshandelaren. „Het luistert héél nauw. Als we het licht te veel reduceren slaat de ruimte helemaal dood, als we het te hoog zetten loopt het beeld weg. We moeten de juiste balans vinden tussen reële en geprojecteerde ruimte.”

Tijdens een rondleiding laat hij een paar vondsten zien. Hoe het scherm voor de vroegste film op de tentoonstelling in een punt verdwijnt, waardoor het perspectief anders is. Hoe hij bij Middlemen, een film over beurshandelaren, ronde wanden gebruikt „zodat de camerabeweging overgaat in de ruimte”. Hoe de bezoekers zelf zullen opgaan in het filmbeeld als ze tussen schermen doorlopen.

Bij de film Shifting Sitting over Berlusconi staan al houten banken „in de stijl van het Italiaanse rationalisme. Ze passen bij het fascistische gebouw uit de Mussolini-periode.” Maar veel meubilair moet nog komen. Kussens voor de ene ruimte en bankjes voor de andere. En Hartman-tuinstoelen bij een nieuwe film over de Pinksterbeweging in Zuid-Amerika. Daar zijn ze in overvloed, in Nederland zijn ze bijna niet meer te krijgen. „We hebben ze van Marktplaats gehaald. Ze komen morgen. En dan wordt hier ook nog tapijt gelegd.”

Aernout Mik: Communitas. 4 mei t/m 25 aug in het Stedelijk Museum. Inl: www.stedelijk.nl