'Dit is geen islamitische revolutie'

Het gebrek aan steun van het Westen voor het Vrije Syrische Leger heeft de extremistische strijders in Syrië geholpen, volgens oppositioneel Kodmani.

Fighters from the Islamist Syrian rebel group Jabhat al-Nusra sit in their tank near Taftanaz military airport January 12, 2013. Picture taken January 12, 2013.REUTERS/Abdalghne Karoof (SYRIA - Tags: CIVIL UNREST MILITARY POLITICS CONFLICT) - RTR3CFWU REUTERS

De Syrische revolutie werd niet ontketend om het land een islamitisch systeem te brengen. De opkomst van extremistische rebellengroepen is de ongelukkigste ontwikkeling die maar kon gebeuren. Die is mede in de hand gewerkt door de westerse weigering totnogtoe om het minder radicale Vrije Syrische Leger te bewapenen. „En het komt het regime goed uit”, zegt Bassma Kodmani. President Assad heeft de gewapende oppositie immers altijd als terroristen gebrandmerkt.

Kodmani is een in Parijs opgeleide Syrische politicologe, die in 2011 een van de oprichters was van de Syrische Nationale Raad (SNC), de eerste overkoepelende oppositie-organisatie. Ze trad een tijdlang op als officieel woordvoerder van de organisatie, maar stapte er vorig jaar augustus uit. „Ik had niet het gevoel dat de SNC was opgewassen tegen zijn enorme verantwoordelijkheden. Hij slaagde er niet in een serieuze strategie te ontwikkelen ten aanzien van de gewapende strijd toen die begon, en zich om te vormen tot nationale coalitie. Eén factie domineerde [de Moslimbroederschap, red.]. Dit droeg bij tot de verdeeldheid binnen het Vrije Syrische Leger.”

Is een modern democratisch Syrië nog mogelijk temidden van de radicalisering?

„We moeten het omdraaien. Allereerst: dit is geen islamitische revolutie, het is een door islamieten betaalde revolutie. Geld is beslissend. Ten tweede steken in een oorlog altijd radicalen aan beide einden de kop op. Ze zijn een natuurlijk onderdeel van elk conflict. Als er geen geld van buiten meer nodig is, zal alles weer terugkeren tot zijn natuurlijke omvang. De bevolking moet niets hebben van dat gepraat over een islamitische staat. Deze extremisten hebben geld, ze zijn in staat de distributie van meel, voedsel ter hand te nemen. De mensen worden aan hun genade overgelaten. Zoals de gewapende groepen aan de genade zijn overgelaten van degenen die wapens en geld in de aanbieding hebben. Dit is een fluïde situatie en je kan haar in elke richting trekken. Degenen die ingrijpen vormen haar. Zij die blijven toekijken” – ze doelt op het Westen – ,,laten de gelegenheid voorbijgaan.”

Hoe minder wapens en geld het Vrije Syrische Leger krijgt, hoe asymmetrischer de strijd wordt, zegt Kodmani. „Wat gebeurt er dan? Kijk naar Israël en de Palestijnen, een compleet asymmetrische strijd. Dan krijg je wanhopige zelfmoordaanslagen. Door het gebrek aan steun voor het Vrije Syrische Leger neemt de invloed van extremistische groepen als Al-Nusra en Al-Qaeda alleen maar toe. Hoe beschermen we onszelf tegen de Syrische luchtmacht? Door hetzij een no-flyzone, hetzij luchtdoelgeschut. Het Vrije Syrische Leger krijgt geen van beide. Het resultaat is dat vooruitgang voor het Vrije Syrische Leger afhangt van wat Al-Nusra kan doen door aanslagen en dergelijke. Dus extremistische groepen krijgen steeds meer invloed, omdat hun acties meer impact hebben.”

Het eerste jaar dacht iedereen dat het regime snel zou vallen; hoe verklaart u dat Assad het zo lang kan volhouden?

„De toenmalige voorspellingen hielden geen rekening met de regionale en internationale steun voor het regime. We dachten dat het failliet zou gaan maar we hielden er geen rekening mee dat Iran zijn rekeningen zou gaan betalen. Ook de besluiteloosheid van de internationale gemeenschap is een factor. Ik heb het niet over militaire interventie maar over het falen om Rusland en China ten minste tot een veroordeling van het regime te bewegen. Assad voelde dat hij toestemming had om door te gaan. Sommige groepen geloofden dat er ruimte was voor een politieke oplossing. Maar de mensen binnen het regime die open stonden voor de nodige hervormingen werden tot zwijgen gebracht.”

Misschien ook door de verdeeldheid bij de politieke oppositie?

,,Het gebrek aan ervaring bij de oppositie, het onvermogen om samen te werken, is ook een reden. We hadden niet tot taak om partijpolitiek te bedrijven. De revolutie is nooit over partijpolitiek gegaan. De revolutie gaat over rechten. Het enige dat de oppositie moest doen was een politiek discours te produceren voor een beweging op de grond, en die beweging media-steun, diplomatieke steun en politieke steun te geven. Dat gebeurde onvoldoende en dat was een van de belangrijkste redenen waarom ik opstapte.”

Plus het falen van de oppositie om minderheidsgroepen aan zich te binden?

„Ja, er is wel wat gedaan, maar onvoldoende. Men realiseerde zich niet dat het een strategische noodzaak was om op die manier het tapijt onder het regime uit te trekken. In de tussentijd heeft het regime zijn uiterste best gedaan om de minderheden angst aan te jagen voor sunnitische fundamentalisten. Daardoor hebben de alawieten [waaruit het regime voortkomt, red.] zich meer en meer achter het regime verschanst en worden andere gemeenschappen steeds banger voor een fundamentalistische agenda. De zichtbaarheid van de fundamenten heeft de revolutie ook ernstig vertraagd. Ze hebben zich te veel op de voorgrond geplaatst, te begerig, te ongeduldig.”

Zal Assad nog vallen?

„Assad zal vallen. Ik hoop zonder zware strijd in Damascus. Het heeft nu absolute prioriteit dat democratische groepen worden versterkt, dat hun agenda de overhand krijgt. En we moeten Rusland en China overtuigen dat nu een politiek plan voor Syrië na Assad moet worden uitgewerkt. Laten we het land in chaos vervallen?”

    • Carolien Roelants