De pleziervaart mag alles op zee

Het vermiste schip Warnow is op volle zee nog gezien. Twee dagen nadat het uit Schotland was vertrokken.

Het vermiste Nederlandse schip Warnow is op 17 april nog gezien bij een offshoreplatform in de Noordzee, ongeveer 100 mijl (185 kilometer) ten westen van Stavanger, Noorwegen. De Warnow werd opgemerkt door het ‘wachtschip’ van het platform. Dat heeft de Noorse kustwacht gezegd. Het was slecht weer met golven van acht meter. Sindsdien is niets van de Warnow vernomen; het had na enkele dagen in Noorwegen moeten aankomen. Volgens Peter Verburg, hoofd voorlichting van de Nederlandse kustwacht, is er „reden voor grote zorg”.

Aanvankelijk was 15 april de laatst bekende dag dat de Warnow was gezien. Het schip vertrok toen uit het Schotse Stonehaven, met drie opvarenden. Vijf anderen uit een vriendengroep van Schiedamse muzikanten, die vanuit Nederland waren meegevaren, bleven daar achter. De afstand naar Stavanger is ongeveer 300 mijl (500 kilometer). Ze wilden daar het noorderlicht zien.

De Noren hebben een noodbericht uitgestuurd namens de Warnow, waarin alle schepen worden opgeroepen uit te kijken naar het vijftien meter lange schip met een mast. Ook heeft de Noorse kustwacht gezocht met een vliegtuig en een helikopter, onder meer met warmtebeeldapparatuur. Omdat de Warnow geen bestemming in Noorwegen had opgegeven, is het zoekgebied erg groot.

De Warnow is niet zeewaardig, zegt Peter Verburg. „Het is geen zeeschip maar een verbouwd loodsbootje. Afgaand op de foto’s op de Facebook-pagina van het schip (The Warnow Experience Aurora) was het aan boord een zwijnenstal. Er waren onvoldoende reddingsmiddelen aan boord, en de navigatiemiddelen, waaronder een iPhone, waren ontoereikend of ongeschikt.”

„Wie in de beroepsvaart de zee op wil, moet naar school en heeft diploma’s nodig. Dat geldt van matroos tot gezagvoerder. Maar als we voor onze lol de wereld rond willen, mogen we onze gang gaan op de ‘vrije zee’.”

Voor een schip onder de 20 meter is zelfs geen vaarbewijs nodig. Wie een marifoon (een radiozender op schepen) wil bedienen, hoort echter wel een zendmachtiging te hebben. Beroepsvaartuigen die de regels overtreden gaan onverbiddelijk ‘aan de ketting’, maar „deze roestbak kon vertrekken”, zegt Verburg.

„De schipper of gezagvoerder van elk schip is zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van schip, lading en bemanning. Deze reis was onvoldoende voorbereid. Wij – redders, kustwachten – moeten er achteraan gaan, en dat doen we ook, maar ze brengen ook anderen in gevaar.”

Op de Noordzee zinken geregeld schepen, zoals afgelopen december de Baltic Ace, een autovrachtschip. Maar verdwijningen komen zelden voor. Verburg herinnert zich een verdwenen plezierjacht in de jaren 90. Het wrak van dat jacht dook een half jaar later op in de netten van een vissersboot. Het was vermoedelijk ’s nachts overvaren. Het gebeurt wel vaker dat schepen er langer over doen om hun bestemming te bereiken, of niet van zich laten horen, zegt hij. Vaak gaat het dan om veranderde plannen of defecte apparatuur. Dan komt er soms ook een zoektocht.