De lantaarnpaal is plas-proof

Een labrador werd geëlektrocuteerd na kortsluiting in een lantaarnpaal. Liander moest tienduizend palen vervangen.

Kortsluiting in deze lantaarnpaal in Amsterdam-West werd een langslopende labrador in februari 2003 fataal. Foto Olivier Middendorp

Netbeheerder Liander heeft sinds 2010 circa 10.000 lantaarnpalen in Amsterdam aangepast wegens schokgevaar bij kortsluiting. Dit moest van Autoriteit Consument en Markt (ACM, voorheen de NMA). De aanleiding was een tien jaar geleden geëlektrocuteerde hond.

Deze hond, een 6-jarige labrador, liep op een februaridag in 2003 langs een lantaarnpaal in Amsterdam-West. De besneeuwde grond rond de paal stond onder stroom na kortsluiting. De labrador overleefde de stroomschok niet.

Het ongeluk legde zwaktes bloot in het Amsterdamse elektriciteitsnet. In de meeste gemeenten bevindt zich alleen spanning in lantaarnpalen als de lampen branden. De schakelaar – het knopje om het licht aan te zetten – bevindt zich namelijk meestal buiten de palen, aan het begin van een aparte laagspanningkabel. Zo niet in Amsterdam. Daar zitten de schakelaars in de palen zelf. Er is in die palen constante netspanning aanwezig, óók als de lamp uitstaat.

Een paal zónder constante spanning is uiteraard veiliger, maar gevaarlijk is deze Amsterdamse ‘netconfiguratie’ op zich niet. Ook niet als er kortsluiting optreedt en er elektrische spanning buiten de stroomdraden en in de metalen paal zelf terechtkomt. Het gevaar bij kortsluiting ontstaat pas, als die spanning vervolgens niet snel genoeg wordt afgeschakeld.

En juist dat snelle afschakelen is in Amsterdam een probleem: de aarding is er namelijk gebrekkig. In huishoudtermen: de stoppen slaan bij kortsluiting niet meteen door. Een paal onder stroom blijft dus net iets te lang een paal onder stroom.

Dit veiligheidsprobleem was al bekend in 2003. Maar met de elektrocutie van de hond begon een zich jarenlang voortslepende ruzie tussen de gemeente Amsterdam en de netbeheerder. Wie was verantwoordelijk voor veilige aarding van de palen? Beide partijen wezen naar elkaar.

De gemeente Amsterdam schakelde de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA) in, die de netbeheerder kon dwingen aanpassingen te doen. De NMA concludeerde in 2007 dat Continuon níet verantwoordelijk was, maar herriep dat standpunt na nieuw onderzoek in 2010. Jawel, de netbeheerder, inmiddels omgedoopt van Continuon naar Liander, was wel degelijk verantwoordelijk voor het veiligheidsprobleem van de Amsterdamse palen.

Het was tijd voor actie, zeven jaar na de elektrocutie van de labrador. De NMA verplichtte Liander om vóór 2013 alle 116.000 Amsterdamse lantaarnpalen na te lopen. Palen die bij kortsluiting niet binnen vijf seconden zouden afschakelen, moesten worden aangepakt. Liander moest de operatie in twee fases uitvoeren. Allereerst: het controleren van lantaarnpalen in gebieden met een ‘verhoogd risico’ zoals pleinen, speeltuinen en parken waar veel mensen samenkomen. Daarna alle andere palen. Tot dusver heeft Liander zo’n 10.000 palen aangepast. Dat kostte het bedrijf zeker 3 miljoen euro. Sinds 2003 hebben zich geen ongevallen meer voorgedaan, meldt de gemeente. Het risico op een stroomschok of elektrocutie is al die tijd „zeer gering” geweest. Zelfs zo gering dat eigenlijk te spreken is over een veilige situatie, zegt Liander op basis van onderzoek van een onafhankelijk kennisinstituut.

En die labrador dan? De woordvoerder van Liander: „In onze optiek was die hond gewoon een enorme pechvogel.”