Brieven & Tweets

Het koningsontbijt voor kinderen was ongezond

Met 1,3 miljoen deelnemende kinderen was de eerste Koningssportdag succesvol.

Kinderen die met elkaar op school een gezond ontbijt eten; die de hele dag in beweging zijn. Gezond eten, gezond leven, wat een prachtig motto voor een nieuwe vorst.

Toch waren er, behalve de voorspelde regenbuien, wel wat wolken aan de horizon. In het journaal zien we een flits van de ontbijttafel van de voorbeeldschool in Enschede. Pakken chocomel, ontbijtkoek, chocolade-hazelnootpasta en wit brood staan op tafel.

Hoezo, gezond ontbijt? Suiker, dierlijke vetten en wit meel zijn precies die ingrediënten die niet alleen ongezond zijn, maar ook voor overgewicht zorgen.

1,3 miljoen kinderen hebben een heerlijke dag gehad, samen gegeten, samen gesport. Maar ze hebben ook de boodschap ontvangen dat vette, zoete en geraffineerde producten gezond zijn. Een gemiste kans.

Margreet van Schie

Warmond

Koningsspelen: jaarlijks terugkerend probleem

In Amsterdam heeft de gemeente al aangegeven ieder jaar Koningsspelen te willen organiseren.

Dit moeten we de rest van Nederland besparen!

De voornaamste reden is dat veel scholen geen ruimte hebben om spelen te organiseren, op sportvelden en in het lesrooster.

Ook het toegezonden ontbijtpakket met bijgeleverd feestpakket van het Nationaal Comité Inhuldiging was gewoonweg karig te noemen.

Te weinig gezonde ontbijtjes, met onder andere chocoladepasta, chocolademelk en broodjes.

Het leidde ertoe dat veel scholen zelf bij moesten schieten. Hetzelfde gold voor het feestpakket waarmee de school versierd moest worden: één oranjestift, één slinger en een paar ballonnen.

Het kwam er dit jaar dus op neer dat de scholen en gemeenten zelf al het werk konden doen terwijl het Nationaal Comité Inhuldiging zichzelf een schouderklopje gaf.

We moeten voorkomen dat deze ‘gezonde sportdag’ een jaarlijks terugkerend probleem wordt!

Annelieke Beckker (14 jaar)

Breda

Beatrix’ afscheid tijdens het joodse nieuwjaar

Inderdaad „een beetje dom” dat een deel van de joodse gemeenschap niet in staat wordt gesteld het afscheid van Beatrix mee te vieren op 14 september omdat deze dag samenvalt met de belangrijkste en heiligste joodse dag, Jom Kipoer.

Het afscheidsprogramma was immers bedoeld „om alle Nederlanders in gezamenlijkheid de kans te geven de vorstin te bedanken”.

Zou het een idee zijn als prinses Beatrix tien dagen eerder zelf afscheid komt nemen van de joodse gemeenschap door Rosh Hasjana, het joodse nieuwjaar, bij te wonen en dit samen te vieren?

Corinne A. Falch

Amsterdam

Monarchie van deze tijd

Vroeger heb ik in mijn studentenvereniging, die stijf staat van en overeind blijft door tradities, een universele waarheid geleerd: de leden maken de mores.

Politici en media kunnen nog zo hard roepen dat de monarchie niet meer van deze tijd is – als miljoenen Nederlanders feestvieren bij de kroning en ieder jaar weer bij koninginnedag dan is de monarchie van deze tijd.

Jan Dagevos

Vorden

Innige band met Oranje

Nederland excelleert de laatste weken weer in waar het (bijna) altijd goed in is: negativisme, enige afgunst en het uiteindelijk gelijk willen hebben (Arjen Lubach: ‘Triomf van de Onderbuik’, NRC Handelsblad, 27 april). Dit geldt juist nu de republikeinen, die als goede gelegenheidsschutters een prachtig feest willen bederven, de monarchie pootje proberen te haken. Helaas vergeten zij de reden waarom de familie van Oranje uiteindelijk altijd gelijk heeft gekregen: de Nederlanders zouden het met hun zuilen toch nooit eens kunnen worden over wie op de langere duur hun staatshoofd zou moeten zijn.

Zolang de familie van Oranje zich zó gedraagt dat ‘het volk’ zich erin herkent en de unieke waarden van het Nederlanderschap erin terugvindt – en dat lijkt weer het geval – zal de innige band tussen Nederland en Oranje blijven bestaan.

G.K. van der Mandele

Een kleine correctie en dan klopt die zin wel

Half Nederland is afgelopen week gevallen over het zinnetje ‘De dag die je wist dat zou komen is hier’. Al die zorg om de taal zou mij als leraar Nederlands deugd moeten doen.

Toch voelde ik vooral schaamte: ik hou niet zo van de betweterigheid van sommige collega’s die, omwille van eigen succes, anderen de maat nemen. En toen…toen ik in de column van Youp (NRC Handelsblad, 27 april) opnieuw met het zinnetje geconfronteerd werd, openbaarde het plots zijn ware betekenis.

De zin die wij dachten fout te zijn (sorry), is grammaticaal wél goed. We hebben hem met z’n allen simpelweg verkeerd geïnterpreteerd. Al wat nodig is, is een kleine correctie in de interpunctie. ‘De dag die – je wist dat – zou komen, is hier.’

Gijsbert de Keizer

Maastricht

Rol van helper van Oranje was al veel langer bekend

De Leidse hoogleraar Beatrice de Graaf krijgt alle ruimte voor een betoog over de rol van Willem I in de vereniging van de noordelijke en zuidelijke Nederlanden in 1814-1815 (NRC Handelsblad, 25 april).

De Graaf heeft, heel verdienstelijk, als eerste Nederlandse historicus het archief van de Duitse diplomaat Hans von Gagern doorgenomen op diens contacten met Willem I inzake de vereniging van Noord en Zuid. Dat levert natuurlijk nieuwe details en inzichten op, zoals elk nader archiefonderzoek. Maar echt voorpaginanieuws komt er niet uit.

De rol van Von Gagern die de belangen van de Oranjes behartigde, is in de geschiedschrijving al lang bekend. De door Colenbrander bijeengebrachte ‘Gedenkstukken’ over deze jaren leveren voor Von Gagern maar liefst 101 ‘hits’ op). Dat de Oranjevorst zelf bekwaam heeft geijverd voor een uitbreiding van het koninkrijk is nooit betwist.

De Graaf voegt zich naar de ons in de negentiende eeuw door de strot geduwde orangistische geschiedschrijving, waarin het land niets is zonder Oranje. Ze stelt dat er bij de overkomst van de Prins van Oranje ‘nog niks’ was; hij moest een ‘nieuw land’ maken. Maar vanaf 1795 is er gebouwd aan een moderne eenheidsstaat, gedragen door enkele duizenden nieuwe bestuurders, ambtenaren, geleerden. Die bleven merendeels in functie in de drie jaren van de annexatie door de Fransen en zetten bij hun terugwijken hun werk gewoon voort.

De Prins van Oranje viel zo een redelijk goed functionerend staatsapparaat in de schoot. Deze als zelfstandig land herrezen staatsgemeenschap werd ook prompt erkend door de mogendheden die strijd leverden tegen Napoleon. Hoezo ‘nog niks’ en ‘nieuw land’?

Wilfried Uitterhoeve

Nijmegen

Dat is de democratische legitimatie van de koning

In het commentaar ‘Een onzeker avontuur’ (NRC Handelsblad, 27 april) maakt de krant dezelfde fout als al die republikeinen. U schrijft: „Democratische legitimatie is een zeldzaam goed. De Koning beschikt er in elk geval niet over.”

Deze bewering is onjuist. Al meer dan anderhalve eeuw kunnen onze volksvertegenwoordigers vrijelijk beslissen dat zij de monarchie willen beëindigen door de grondwet te wijzigen. Om allerlei redenen hebben bijna alle politieke partijen tot nu toe verklaard daar niet aan te beginnen. Ze doen dat dus bewust. Daarmee stemmen zij onveranderd en uitdrukkelijk in met de monarchie en de Koning als staatshoofd.

Met andere woorden, het instituut Koning en de erfopvolging zijn volledig democratisch gelegitimeerd. Degenen die ertegen menen te moeten protesteren, moeten dat op het Binnenhof in Den Haag doen. Omdat daar de beslissingen vallen.

Hans Röben

Deventer

Geen Wadwindparken

We hebben Schiphol voor ons grote internationale vliegverkeer, Rotterdam voor de grote scheepvaart, de Randstad voor grootstedelijk wonen en Werelderfgoed Wadden als groots internationaal natuurgebied. Het kabinet ziet het Waddengebied echter vooral als potentieel energiegebied. Het kabinet wil niet alleen extra gas winnen onder het wad, maar stevent nu af op vijf grote parken met megawindturbines rond het wad. Zo raakt het wad ingesnoerd tussen de molens, terwijl er genoeg alternatieven zijn.

Het wad lijkt klein als er 200 meter hoge turbines achter staan. Wat het waddenlandschap zo bijzonder maakt, een verademing voor de toerist in eigen land – de weidsheid – is dan verdwenen. Ook de miljoenen trekvogels zullen er last van hebben en risico’s van olielekkages wegens de drukke scheepvaart langs de potentiële windparken nemen toe.

Natuur- en milieuorganisaties hebben echter voorstellen gedaan hoe het kabinet haar doelstelling van 16 procent duurzame energie in 2020 kan halen zonder het waddenlandschap verder aan te tasten. Ook zonder een windmolenpark in het natuurgebied IJsselmeer, of in de meest natuurrijke gebieden op de Noordzee. Deels op zee en deels op land. Waarom maakt het kabinet geen gebruik van de uitgestoken hand van die organisaties? Met een stopcontact op zee, waar nieuwe windparken zo op aan kunnen sluiten zonder allerlei nieuwe kabels naar de wal te moeten leggen, is een park veel sneller rendabel en hoeft iedere ondernemer niet eerst hele bevolkingen te overtuigen en mee te krijgen. Die investering halen we er op termijn weer uit en het levert overigens zeker heel veel banen op.

Vijftig jaren geleden wilde men de Waddenzee inpolderen om er landbouwgrond van te maken. Nu is het internationaal erkend als een bijzonder natuurgebied. Om dat nog eens te verkwanselen is niet nodig.

Arjan Berkhuysen (Waddenvereniging), Eelco Leemans (Stichting De Noordzee), Flos Fleischer (Stichting Het Blauwe Hart)