Breaking Bad

Na 15 afleveringen van Breaking Bad, de succesvolle Amerikaanse tv-serie, op zondagavond uitgezonden door de VPRO, betwijfelde ik of ik moest blijven kijken.

Inmiddels zijn er 33 afleveringen uitgezonden, is het derde seizoen in Nederland afgelopen – en kijk ik nog steeds. Vermoedelijk blijf ik daarmee doorgaan tot het ongetwijfeld bittere einde, want het is geen vrolijke serie. In Amerika zijn ze nu bezig aan het vijfde en laatste seizoen.

Ik twijfelde destijds omdat series tijdverslindend zijn en ook omdat Breaking Bad soms te veel een verhaal over de overbekende wereld van de harddrugs werd. Maar gelukkig is de maker, Vince Gilligan, daarin niet te ver gegaan en blijft hij het verhaal steeds terugleiden naar de fascinerende hoofdpersoon, Walter White, eens een brave scheikundelaar, nu soms een meedogenloze crimineel.

White heeft longkanker en besluit zijn torenhoge ziekenhuisrekeningen te betalen met de reusachtige sommen die hij kan verdienen door het eigenhandig bereiden van methamfetamine, een gevaarlijke chemische drug. Zijn enige handlanger is aanvankelijk een oud-leerling, Jesse Pinkman.

White lijkt een edelmoedig motief te hebben, hij wil zijn gezin van financiële zorgen vrijwaren, maar geven we hem daarmee niet te veel eer? Gilligan brengt ons aan het twijfelen. Hij laat zien dat het criminele resultaat voor White (uitmuntend gespeeld door Bryan Cranston) steeds meer een doel in zichzelf begint te worden.

White geniet van het vele geld, hij kan opeens alles kopen wat zijn hart begeert, maar hij geniet misschien vooral van zijn talent om justitie en criminele tegenstrevers het hoofd te bieden. Hij is intelligenter, denkt vele zetten vooruit op het schaakbord van de misdaad. Zo begint hij steeds meer te lijken op een geboren misdadiger.

Gilligan zet ons een gespleten mens voor, iemand die het goede wil voor zijn gezin, maar die zichzelf en zijn omgeving steeds meer corrumpeert. Hij neemt de vreselijkste beslissingen, heeft Gilligan over zijn hoofdpersonage gezegd, maar je vergeeft het hem omdat je een onderstroom van menselijkheid bij hem blijft voelen. White moet tegelijk walgelijk én sympathiek zijn. Dat is Gilligan gelukt, het maakt White tot een geestverwant van Tony Soprano, de held van de tv-serie die ik in haar genre nog altijd de beste vindt: The Sopranos.

Die humane onderstroom begint wel steeds meer op te drogen. In de voorlaatste aflevering zagen we White voor het eerst een crimineel koelbloedig doodschieten. Hij deed het weliswaar om Pinkman te redden, maar toch. Bovendien zette hij in de slotaflevering Pinkman ook zelf aan om te doden, wat deze ten slotte met grote afschuw deed – groter dan we bij White hadden kunnen waarnemen.

Maar wat we White misschien nog het meest kwalijk moeten nemen, is dat hij Skyler, zijn vrouw, steeds meer bij zijn duistere praktijken dreigt te betrekken. Skyler was altijd de onschuld zelve, ze kwam er met grote schrik achter wat haar man in zijn vrije tijd bij elkaar brouwde. Ze liet zich zelfs van hem scheiden. Nu wil ze hem administratief helpen om daarmee de ziekenhuisrekeningen van de man van haar zus te kunnen betalen. Goed, het is haar eigen beslissing, maar White zou beter moeten weten.

Je vrouw bij je misdaden betrekken – ik zal het nooit durven, hoe graag ik het soms ook zou willen. Misschien valt deze zin u tegen, maar u dacht toch niet dat ik van deze stukjes kan leven?