Bemoeizucht van dit kabinet

Onder het mom van decentralisatie bemoeit de overheid zich juist met alles. Huisvesting, zorg, scholen kunnen anders, vindt Raymond Gradus.

In het regeerakkoord stelt dit kabinet, net als zijn voorgangers, dat het ruimte geeft aan de samenleving. Taken worden gedecentraliseerd aan maatschappelijke organisaties, burgers mogen samen de toekomst vormgeven. Niets is minder waar. Via de achterdeur bemoeit de overheid zich juist meer met wat instellingen doen. Huisvesting en arbeidsvoorwaarden werden gedecentraliseerd, maar daar stond een wildgroei aan verantwoording en prestatiegegevens tegenover. Kwaliteit wordt tot op de millimeter vastgelegd in wettelijke kaders en een landelijk leerlingvolgsysteem.

Het is juist dit overheidshandelen dat mislukkingen in de hand heeft gewerkt. Zo hebben de bekostigingsregels geleid tot grootschaligheid. Er ontstonden perverse prikkels om zo veel mogelijk studenten af te leveren of onnodige zorg te leveren. De overmatige controle en toezicht leidt tot wantrouwen en risicomijdend gedrag. Maatschappelijke organisaties zijn verzakelijkt, zodat de ideële component op de achtergrond raakt.

Toch is er een tegenbeweging om scholen of zorginstellingen meer lokaal te organiseren. In de zorg ontstaan Thomashuizen voor mensen met een beperking. Veel vrijwilligers doen aan palliatieve zorg voor de kwetsbaarsten. Belangrijk is dat zij zich gesteund voelen.

In de onderwijsparagraaf van het regeerakkoord van VVD en PvdA staat, dat „er normen komen die borg staan voor de menselijke maat in het onderwijs en voor minder overhead”. Dat klinkt goed, maar de werkelijkheid is anders. De liberale staatssecretaris van OCW, Dekker, wil scholen beoordelen op hun Cito-scores en protocollen tegen pesten opleggen. Opvallend is de reactie van Dekker op een rapport van de Onderwijsraad over een betere bestuurswijze van scholen. En passant merkt hij op dat hij verantwoordelijk is voor de kwaliteit en niet, zoals de Onderwijsraad betoogt, de scholen.

Ook op andere terreinen gaat het regeerakkoord van het kabinet-Rutte II over op verstatelijking. Niet-ledengebonden levensbeschouwelijke omroepen als IKON, RKK, Human worden opgeheven. De koppeling tussen ledenaantallen en omroepbudgetten wordt losgelaten. Er wordt een bezuiniging van 100 miljoen euro opgelegd. De omroepen kunnen hun inkomsten niet verhogen omdat ze de eigen identiteit minder goed zichtbaar kunnen maken. En als klap op de vuurpijl kondigde dezelfde staatssecretaris Dekker aan dat hij voortaan zou gaan vaststellen wat kwaliteit is. Hij gaat dit doen op basis van een advies van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) en, toevallig of niet, de NPO kondigde onlangs een naamswijziging van de tv-zenders Nederland 1, 2 en 3 naar NPO 1, 2 en 3 aan.

Omroep MAX stelde voor omroepen niet meer direct uit belastingen te financieren, maar mensen via een vrijwillige bijdrage de omroep van hun keuze te laten betalen. Volgens het kabinet zijn de uitvoeringskosten daarvoor te hoog, maar het gaat voorbij aan het principiële punt dat de publieke omroepen nu worden betaald uit een anonieme publieke pot, zodat de ziel eruit is gehaald.

Het regeerakkoord kiest ook voor verstatelijking van woningcorporaties. Minister Blok ziet corporaties vooral als pinautomaat voor het Rijk en heeft inmiddels het toezicht binnen de muren van het departement geplaatst. Ook hier zijn andere oplossingen denkbaar. Corporaties zouden huishoudens met een recht op huurtoeslag een inkomensafhankelijke korting op de huur kunnen geven. In ruil daarvoor vervalt de toeslag en wordt de verhuurdersheffing geschrapt. Dit systeem heeft belangrijke voordelen. Corporaties zullen beter letten op een goede match tussen de woning en het inkomen van de huurder om zo de kortingen op huur te beperken. Hierdoor zal een dynamiek op gang komen van nieuwe verhuringen toegesneden op de doelgroep.

Vooralsnog is er weinig ruimte voor dit soort plannen. Toch denk ik dat de verstatelijking niet werkt. Beleidsmakers – liberale bewindspersonen voorop – gaan teveel uit van een individualistisch mensbeeld, waarbij de overheid het wel zal regelen. Ze plaatsen de overheid tegenover de samenleving en laten maatschappelijke organisaties onvoldoende de gevolgen van hun handelen ondervinden.

Een radicale koerswijziging is essentieel: omroepen moeten weer verantwoordelijk worden voor kijk- en luistergelden, scholen voor leerrechten, corporaties voor de huurtoeslag, sociale partners voor de sociale zekerheid en ouderen en hun familie door middel van een vouchers voor de ouderenzorg. Het goede is reeds in de samenleving aanwezig, maar het moet wel gestimuleerd worden.

Raymond Gradus is directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA. Zie ook uitgebreider in Christen Democratische Verkenningen.