Amerikaanse kolonisten aten elkaar op

De kolonisten van de Verenigde Staten waren kannibalen. Er werd al lang over gespeculeerd dat de nieuwkomers uit Europa, gevestigd in Jamestown, Virginia, elkaar gingen opeten tijdens de hongersnood van 1609. Nu is er voor het eerst bewijs gevonden, maakte onderzoeksinstituut Smithsonian gisteren bekend.

Het slachtoffer was ‘Jane’, een Engels meisje van naar schatting 14 jaar. De onderzoekers stelden op basis van haar vorig jaar ontdekte schedel en botten vast dat ze in stukken was gehakt door ‘een slager of slagers die nauwelijks ervaring hadden’.

De daders waren mogelijk vrouwen, die het meisje uit wanhoop opaten nadat de meeste mannen van Jamestown waren vermoord door indianen. De kolonie, gesticht in 1607, was omsingeld, er heerste droogte en een schip met voorraden uit Engeland was vergaan.

Volgens forensisch antropoloog Douglas Owsley van het Smithsonian werden eerst de hersenen van het meisje verorberd. Inkervingen van de botten suggereren verder dat haar gezicht en benen werden opgegeten. „Deze mensen leefden in verschrikkelijke omstandigheden. Dus al het vlees dat voorhandig was, werd gebruikt,” aldus Owsley, expert in het analyseren van tekenen van kannibalisme.

Het is onduidelijk of ‘Jane’ werd vermoord of al was gestorven aan ondervoeding of ziekte. Haar botten lagen in een gat met skeletten van ratten, katten en honden – andere voedingsbronnen van de hongerige kolonisten.

Archeologen hopen in Jamestown meer skeletten te vinden die inzicht geven in het kannibalisme. Documenten uit de tijd van de hongersnood beschrijven onder andere een man die zijn zwangere vrouw vermoordde, inzoutte en opat.