Verbinden en verbondenheid: de Oranjes willen geen franje zijn

Dutch King Willem-Alexander, Queen Maxima, and their children Catharina-Amalia, center, Alexia, right, and Ariane take a boat ride in Amsterdam, The Netherlands, Tuesday April 30, 2013. Around a million people are expected to descend on the Dutch capital for a huge street party to celebrate the first new Dutch monarch in 33 years. (AP Photo/Vincent Jannink) (AP Photo/Daniel Ochoa de Olza)

Bas Heijne

Aan de vooravond van de inhuldiging van koning Willem-Alexander vroeg correspondent Andrew Higgins van The New York Times of wat er stond te gebeuren enige reële betekenis had. Goede vraag – een dag later is die nog steeds niet gemakkelijk te beantwoorden. De troonwisseling is vlekkeloos verlopen, het nationale feest heeft zonder noemenswaardige incidenten plaatsgevonden. Van de plechtigheden is ieder woord en gebaar geduid in een lange, lange stroom commentaar. Maar achteraf kun je je afvragen waar je nu precies getuige van bent geweest – een betekenisvol historisch moment of veel nationale drukte over weinig.

Voor direct betrokkenen ligt, lijkt het, het succes van de inhuldiging vooral in het feit dat die zo goed is gegaan. De nieuwe koning, zichtbaar gespannen, maakte geen fouten; alleen aan het even terloopse als besliste „Even wuiven misschien’’ van Beatrix op het balkon van het Paleis op de Dam was te merken dat zij de regie nog niet uit handen had gegeven. Voor mij het mooiste moment.

In veel commentaren vooraf klonk de zorg door of de nieuwe koning niet al te dicht naar het volk was toe gekropen door zich nadrukkelijk op zijn gewoonheid te beroepen – een koningshuis dat al te gewoon is, wordt toch al gauw speelbal van de publieke opinie? De monarchie, heette het, heeft van oudsher mysterie nodig, en als dat niet voorhanden is, dan toch charisma. Ontbreekt zelfs die – dan helpt een beetje glamour. Is gewoon zijn, klonk het wekenlang in tal van serieuze programma’s, wel genoeg? Maar de koning bleef overeind te midden van alle pomp and circumstance in de Nieuwe Kerk. En koningin Máxima droeg de diamanten tiara van koningin Emma alsof ze er van jongs af aan toe was voorbestemd.

En het volk? Het Comité Inhuldiging wilde nadrukkelijk de betrokkenheid van gewone mensen activeren – gewone mensen mochten van tevoren hun droom voor Nederland inleveren, gewone mensen mochten zo invloed uitoefenen op de tekst van het Koningslied, er mocht een aantal gewone mensen de plechtigheid in de Nieuwe Kerk bijwonen. Daarmee moest worden uitgedrukt wat zowel Beatrix in haar abdicatietoespraak als Willem-Alexander in zijn rede ook benadrukte: de monarchie dient de samenleving. Zij zijn er voor ons – en niet andersom.

Daar zal altijd iets blijven wringen. Zoals de participatie van gewone mensen bij de inhuldiging te veel een publicitair handigheidje à la Van den Ende was – niemand maakt mij wijs dat al die kromme zinnen in het Koningslied van burgers afkomstig waren – zo blijft ook de vergaande democratische gezindheid van de Oranjes iets oneigenlijks houden. Tijdens haar afscheidstoespraak onderstreepte Beatrix steeds opnieuw haar dienende rol, maar even later werd het de NOS-verslaggever niet toegestaan om te kijken wat er in de eregalerij van het Rijksmuseum op het menu stond. Op zulke momenten lijkt de liefde voor het volk van het Koninklijk Huis net iets te veel op een vorm van noblesse oblige.

Dat is ongetwijfeld niet de bedoeling. De Oranjes willen geen franje zijn – de inzet van Beatrix is altijd een krachtige mengeling van het traditionele protestantse arbeidsethos en modern christelijk humanisme geweest.

Verbinden, verbondenheid – de presentatie van de „nieuwe generatie” mag anders zijn, de ambitie lijkt niet minder groot. In de rede die Willem-Alexander in de Nieuwe Kerk hield, werd zijn taakopvatting zelfs als een medicijn voor onze meest hardnekkige kwaal voorgesteld: juist waar het aan vertrouwen tussen burger en overheid ontbrak, en tussen burgers onderling, kan de monarchie een verbindende rol spelen. Grof gezegd, de monarchie kan daar helpen waar de politiek steeds miskleunt – de onzekere, verweesde burger weer het gevoel geven deel uit te maken van een gemeenschap.

De nieuwe koning neemt die opdracht net zo serieus als zijn moeder, daar twijfel ik niet aan. Ze houdt in dat de monarchie haar bestaan rechtvaardigt door een bindende, morele kracht in de samenleving te zijn.

Grote woorden. Het is de vraag of ze kunnen worden waargemaakt. Wie een morele kracht in de samenleving wil zijn, of minder hoogdravend, een spelverdeler van de democratie, moet niet bang zijn om morele keuzes te maken en posities in te nemen. Dat brengt onherroepelijk controverse met zich mee. Waarschijnlijk doelde de nieuwe koning daarop, toen hij zei dat hij weliswaar geen politieke verantwoordelijkheid draagt, maar wel persoonlijke. „Anders zou de eed die ik straks afleg betekenisloos zijn.” Dat zijn geen woorden van een man die zich erbij neerlegt een eenvoudige lintenknipper te zijn.

We zullen zien. Tot dusver lijkt de nieuwe koning vast te zitten tussen zijn angst om (weer) iets fout te doen en zijn aandrang om zijn eigen stempel te drukken, niet alleen op zijn koningschap, maar ook op de Nederlandse samenleving. In dat laatste mag hij aangemoedigd worden.

Commentaar: pagina 2

Troonswisseling: pagina 4-13