‘Opvoedcursus voor ouders is net zo nuttig als rijles’

Nederland kan meer doen tegen kindermishandeling. Ombudsman Dullaert doet tien aanbevelingen.

Alle kinderen over wie een melding van kindermishandeling binnenkomt bij het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, moeten standaard worden onderworpen aan onderzoek door een arts en een psycholoog. Dat zegt Kinderombudsman Marc Dullaert.

Zo’n „standaard multidisciplinair assessment” moet voorkomen dat vermoedens van mishandeling bij vermoedens blijven, en dat het slachtoffer dus niet wordt geholpen. „Nu vindt zo’n assessment soms wel, soms niet plaats. Dat is te willekeurig.”

De Kinderombudsman presenteert vandaag een onderzoeksrapport met tien aanbevelingen om kindermishandeling in Europa tegen te gaan, van betere screening van crèchepersoneel tot opvoedtrainingen voor ouders.

Nederland doet meer tegen kindermishandeling dan veel andere Europese landen, blijkt uit het rapport. Maar nog steeds staan bijna 120.000 Nederlandse kinderen bloot aan een vorm van mishandeling, blijkt uit de jongste cijfers. Betere bestrijding van de mishandeling is dus ook hier geboden, zegt Dullaert.

Hij maakt zich zorgen over de gemeentelijke wijkteams, die volgens hem vaak de deskundigheid missen om kindermishandeling te herkennen. „Je moet kennis en kunde hebben om een juiste inschatting te maken over die blauwe plekken en botbreuken.” In de wijkteams zitten vaak generalisten, aldus Dullaert, „Terwijl ze toch de poortwachters zijn van het nieuwe systeem.”

Als uit een assessment door arts en psycholoog blijkt dat een kind inderdaad wordt mishandeld, dan moet er standaard een specialistische behandeling voor het kind komen, zegt de Kinderombudsman. Er bestaan effectieve behandelmethodes voor stressstoornissen als gevolg van kindermishandeling. „Sommige jeugdzorginstellingen bieden dat aan, andere niet. Opnieuw geldt: dit moet de regel zijn.”

Volgens Dullaert kan Nederland leren van Scandinavische landen, waar opvoedcursussen voor aankomende of kersverse ouders veel gangbaarder zijn. Heel gek, zegt hij: „Het is wel verplicht om een rijbewijs te halen voordat je de weg opgaat, maar zodra we op het punt staan de grootste verantwoordelijkheid te gaan dragen die er is – het opvoeden van een kind – dan zijn we als Nederland qua scholing ineens heel terughoudend.”

De Kinderombudsman is tegen verplichte opvoedcursussen, maar bepleit een actievere rol van bijvoorbeeld consultatiebureaus om die cursussen aan ouders aan te bieden. „Het volgen van cursussen als positief opvoeden en geweldloos communiceren moet normaal worden. Net zo normaal als een pufcursus voor mannen.”

Zeker tien miljoen kinderen in Europa worden mishandeld, schrijft Dullaert in het onderzoeksrapport dat vandaag verschijnt. Mishandeling heeft vaak levenslange gevolgen, van onderprestatie op school, tot een hogere kans op werkloosheid, gezondheidsproblemen en criminaliteit. De maatschappelijke kosten zijn enorm: het rapport rept van een jaarlijkse verliespost van ruim 34 miljard voor Groot-Brittannië en Duitsland samen.

Het meest recente cijfer over mishandeling in Nederland – 118.000 mishandelde kinderen – stamt uit 2011. Deskundigen vermoeden dat het werkelijke cijfer veel hoger ligt. Dat wordt onder meer afgeleid uit het gestegen aantal meldingen sinds 2013: toen werd een meldcode ingesteld voor beroepsgroepen die met kinderen werken.

Dullaert presenteert zijn rapport aan kinderombudsmannen uit 33 Europese landen, die vandaag en morgen bijeenkomen voor een congres in Amsterdam.