Oorlog brutaliseert zelfs de slachtoffers

In Darkness. Regie: Agnieszka Holland. Met: Robert Wieckiewicz, Benno Fürmann, Kinga Preis. ***

Verhalen over de Holocaust moeten steeds weer worden verteld, maar hoe? Het stramien dat Agnieszka Holland gebruikt in In Darkness werkt in ieder geval niet goed meer, daarvoor is het al te vaak gebruikt, met name in Schindler’s List: de joden zijn in de film een weerloze, anonieme massa, opgejaagd door sadistische Duitsers. Dan komt een niet-jood ze te hulp, aanvankelijk om er zelf financieel beter van te worden, maar gaandeweg uit oprechte medemenselijkheid. Hoe vervelend Holland het ook mag vinden dat haar film steeds wordt vergekelen met de film van Spielberg, ze hanteert nu eenmaal dezelfde opzet, al streeft ze wel naar meer realisme dan Spielberg heeft aangedurfd.

De locatie waar In Darkness zich afspeelt is hoogst symbolisch: diep onder de grond, in de riolen van de Poolse provinciestad Lvov. Daar helpt rioolwerker en kruimeldief Leopold Socha een groep van twaalf joden zich schuil te houden, nadat het getto van de stad door de Duitsers is opgerold. Aanvankelijk is de groep die zich onder de grond schuilhoudt groter, maar de helft van de mensen moet hij wegsturen, in de meest schrijnende scène van de hele film. Een grotere groep kan Socha simpelweg niet in leven houden.

Holland toont zich in twee opzichten moedig. De voornaamste schurk is geen Duitser, maar een Oekraïense collaborateur, die jacht maakt op joden om premies op te strijken. En de joden zijn niet allemaal nobel of goed, maar mensen van vlees en bloed, die soms bedenkelijke dingen doen; een van de mannen gaat naar bed met zijn minnares terwijl zijn vrouw en dochter in dezelfde schuilplaats moeten toekijken. De extreme oorlogsomstandigheden hebben een brutaliserende uitwerking – niet alleen op de daders, ook op slachtoffers.

Holland brengt ook helder en duidelijk het traditionele, katholiek geïnspireerde antisemitisme onder de Polen over het voetlicht. Leopold Socha en zijn vrouw praten met elkaar over de vraag of hij de joden wel moet helpen: ze zijn toch de moordenaars van Christus, zegt hij. Kan zijn, zegt zij. Maar de heilige maagd was ook een jood. Maria, een jood? Daar heeft Socha nog nooit bij stilgestaan.

De claustrofobie en de smerigheid van het riool zijn knap invoelbaar gemaakt en de acteurs – vooral de uitmuntende Robert Wieckiewicz als de goedhartige rouwdouwer Socha – zijn vaak bijzonder sterk. Toch zit er vermoedelijk weinig toekomst in dit type Holocaustfilms. Daarvoor blijft Holland te veel binnen de gebaande paden. Het wachten is op de filmmaker die dramaturgische ‘wetten’ – dat een verhaal in drie akten moet worden verteld, met ‘actieve’ hoofdpersonen en licht aan het einde van de tunnel – gewoon negeert.

Peter de Bruijn