‘Ook overleven is vaak tragisch’

Agnieszka Holland aarzelde lang of ze Holocaustfilm In Darkness wilde maken. „Juist de overlevenden kunnen niet tegen vals sentiment.”

Agnieszka Holland

Echt, bezweert Agnieszka Holland: ze heeft alles gedaan om onder de Holocaustfilm In Darkness uit te komen. „Ik zei keer op keer nee, maar vijf verschillende personen kwamen met het script aanzetten. Dit moest ik doen, vonden ze. Uiteindelijk gaf ik ze gelijk.”

De Poolse regisseur Agnieszka Holland (64) is van vaderskant joods. Haar vader was een communist die in 1939 naar het Russische deel van Polen vluchtte, in het Rode Leger vocht en na de oorlog kritische artikelen schreef over het ondergrondse Poolse leger waarvoor haar moeder actief was geweest. In 1961 overleed hij tijdens een politieondervraging, Agnieszka was toen dertien. Zelfmoord, zo heette het. Holland: „Niemand geloofde dat, maar onderzoek in het archief van de Poolse geheime dienst heeft het nu bevestigd.”

Als filmstudent in Praag maakte Holland in 1968 het smoren van de Praagse Lente door tanks van het Warschaupact mee. Zelf zat ze zes weken in de cel; vorig jaar maakte ze voor HBO de miniserie Burning Bush, over de ‘normalisering’ die volgde en de zelfverbranding door de Tsjechische student Jan Palach. Regisseur Andrzej Wajda werd later haar mentor, de Poolse meester van de politieke allegorie.

Geen wonder dus dat haar films naar het politiek morele en historische neigen. Maar nog een Holocaustfilm? Agnieszka Holland had dat al twee keer gedaan: Angry Harvest (1985) en Europe, Europe (1991) over een joodse jongen die veiligheid vond in de Hitlerjugend. Samen weliswaar goed voor twee Oscarnominaties en een Golden Globe, maar ze eisten hun tol. Holland: „Een Holocaustfilm kost je een jaar, maar maakt je drie jaar ouder. Het is een gruwel waar je emotioneel moeilijk afstand van kan nemen.”

En wie heeft er nog trek in een Holocaustfilm? In Darkness gaat over een groep joden, bepaald geen lieverdjes, die proberen te overleven in het riool onder de stad Lvov. De Poolse dief en rioolwerker Leopold Socha helpt ze, aanvankelijk voor geld, later omdat hij zich verantwoordelijk gaat voelen voor ‘zijn joden’. Holland: „Een Holocaustfilm, en ook nog in het duister. Hoe vindt een publiek zoiets? Mensen willen zich de Holocaust nu helemaal niet herinneren, ze willen hem vergeten.”

In Darkness was vorig jaar genomineerd voor de Oscar voor beste niet-Engelstalige film. Terwijl de Duitse geldschieters hadden gehoopt dat Holland, die in Los Angeles veel tv-series draait als The Wire, Cold Case of Treme, een Engelstalige film zou willen maken. Maar dat weigerde ze, „misschien in de stiekeme hoop dat ze me dan met rust lieten”. De film moest in het Pools, Oekraïens, Duits en Jiddisch, de talen van drielandenpunt Lvov. „Epische, grootschalige producties als Schindler’s List of The Pianist kunnen in het Engels”, zegt Holland. „Maar dit is een intiem verhaal dat een hogere graad van authenticiteit eist.”

Uw hoofdpersoon, Leopold Socha, is een opportunist die ondanks zichzelf een held wordt. Je denkt meteen aan Oskar Schindler.

„Ik word daar boos over, dit is Schindler’s List niet. Alsof Holocaustfilms formulefilms zijn: een soort romantische komedies met een niet-joodse held en dankbare joodse overlevenden. Al ontkom je nooit helemaal aan die dynamiek. Films over de Holocaust gaan altijd over de 5 procent overlevenden en nooit over de 95 procent doden. Dat zijn figuranten, heel onrechtvaardig is dat. Ik heb daarom ooit geprobeerd een eerlijke film te maken over de Holocaust. Dus schreef ik een Holocaustfilm waarin iedereen doodgaat. Helaas, het werkte niet.

„Je ontkomt er niet aan dat je met de emoties van de toeschouwer moet spelen, maar je moet koste wat kost vermijden dat je met een moralistische, sentimentele draak eindigt: dus géén licht verteerbaar verhaal over monsterlijke daders en engelachtige, heroïsche slachtoffers.”

Hoe vinden Holocaustoverlevenden het dat de joden in uw film zo onaardig zijn? Ze plegen overspel, stelen, verraden elkaar.

„Ze accepteren dat. Weet u, ‘survivor’s guilt’, het schuldgevoel van overlevenden, is iets heel concreets. Om de Holocaust te overleven, moesten mensen vaak vreselijk brute en egoïstische dingen doen. Ook overleven is tragisch, heeft geen happy end. Wat blijft, is schuldgevoel. Overlevenden zijn daarom snel geïrriteerd over vals sentiment. Het grappige is overigens dat alleen Duitse critici er moeite mee hadden, een Duitser betichtte mij nota bene van antisemitisme.”

Hoe viel de film in Polen?

„Ongelofelijk goed voor zo’n zware film, sommige mensen gingen twee of drie keer. Ik denk dat mensen zich goed met een ambivalente held als Leopold Socha konden identificeren. Het is echt waar dat Polen joden hielpen, en echt waar dat ze daar na de oorlog vaak stiekem over moesten doen, omdat er na alles wat er was gebeurd nog steeds hevig antisemitisme bestond. Nu zijn mensen als Socha nationale helden in Polen. Ik vind dat een prima ontwikkeling.”

Reinigt een volk zich zo niet van opportunisme en collaboratie tijdens de oorlog?

„Leopold Socha is de morele uitzondering, en die zijn heel belangrijk. Zoals je maar een paar rechtvaardige mensen nodig had om Sodom en Gomorra te redden, zo redden een paar goede mensen de ziel van de mensheid. Dat verhaal kan niet vaak genoeg worden verteld worden.”