Obama na 100 dagen: zo kan ik wel inpakken

Met een vette knipoog gaf Obama na 100 dagen van zijn tweede termijn een persconferentie. Nee, hij is nog niet dood. Maar hij is ook niet erg machtig.

„Geruchten over mijn verscheiden zijn wat overdreven”, zei Barack Obama gisteren, Mark Twain parafraserend. De Amerikaanse president wilde maar zeggen: ik ben geen ‘lame duck’, een afbouwende politicus die niets meer bereikt. Hij gaf een persconferentie in het Witte Huis na de eerste honderd dagen van zijn tweede termijn.

Obama spreekt vrijwel nooit de pers toe. Gisteren had hij een missie: het was tijd weer eens daadkrachtig over te komen. Hij heeft zich in de nesten gewerkt in het dossier-Syrië. En op Guantánamo Bay, dat hij ooit beloofde te sluiten, wordt de situatie steeds dramatischer, nu 100 (ex-)terreurverdachten in hongerstaking zijn gegaan en er zeker 21 gedwongen worden gevoed.

Gefrustreerd over het uitblijven van een doorbraak van de rebellen in de Syrische burgeroorlog, zei Obama eind vorig jaar dat president Assad een „rode lijn” zou passeren als hij chemische wapens gebruikte. Wat daarna zou gebeuren, liet hij toen in het midden. Analisten zagen het als een opening naar wapenleveranties, een no-flyzone, of misschien zelfs militair ingrijpen door de Amerikanen. Maar het was vooral bedoeld ter afschrikking van Assad: doe het niet!

Maar dat maakte kennelijk niet genoeg indruk. Vorige week meldde het Witte Huis dat Assad waarschijnlijk zenuwgas heeft gebruikt, al zijn details onbekend. Obama’s ‘rode lijn’ werd meteen een politiek probleem voor hemzelf. Wat nu?

Wapens leveren? Strategisch kleven er grote nadelen aan. Hij steunt weliswaar de rebellen van het Vrije Syrische Leger, maar beschouwt het gelieerde Al-Nusra Front als een terroristische organisatie. Niemand kan garanties geven dat wapens bij de juiste rebellen terechtkomen.

Zelf ingrijpen? Dat is een groot politiek risico: de Amerikaanse bevolking voelt er niets voor. En het kan juist leiden tot verdere escalatie.

Obama probeerde gisteren de rode lijn te laten vervagen. Ze gold niet alleen voor Amerika, maar voor de hele internationale gemeenschap. Hij zal „veel opties goed overwegen”. Over militair ingrijpen geen woord.

Ander onderwerp waar de journalisten hem over ondervroegen:Guantánamo Bay. In 2009 beloofde Obama de terreurgevangenis op de marinebasis binnen een jaar te sluiten. Het Congres blokkeerde het. Alle oplossingen die Obama zocht, mislukten. Hij wilde gevangenen overplaatsen naar federale gevangenissen op Amerikaans grondgebied. Hij wilde ze als krijgsgevangenen behandelen, mogelijk berechten. Het Congres werkte niet mee. Hij wilde ze naar bevriende landen laten gaan. Die wilden dat niet, en het Congres ook niet. Hij stelde een gezant aan om een oplossing te vinden. Die is intussen vertrokken en niet vervangen.

Obama riep gisteren opnieuw op tot sluiting van de terreurgevangenis op de marinebasis. „Dit is niet te handhaven”, zei hij. „We houden mensen eeuwig gevangen in een niemandsland. We moeten ons afvragen waarom.” Maar de Republikeinen, de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden, kunnen nog steeds elk voorstel eenvoudig blokkeren.

Zo breekt Obama voor de tweede keer in korte tijd met zijn oude doctrine: begin alleen gevechten als je weet dat je die wint. Enkele maanden geleden probeerde hij de vuurwapenwetten te verscherpen. Hij toonde tranen, omarmde tientallen nabestaanden van schietpartijen, maar van de wetten is nog niets terechtgekomen. En de kans op succes is klein.