Meestal blijft het bij groene dromen

Duurzaam wonen // Voor het groeiend aantal duurzaamheidsstudenten is geen werk En dat ligt niet aan de crisis Bedrijven zien duurzaamheid als charity, het zit niet in de genen

Voormalig duurzaamheid student Lotte Werter. Foto: Peter de Krom

Sustainable development aan de Universiteit Utrecht. Business studies: strategy and sustainability aan de Universiteit van Amsterdam. Public administration: environment and sustainability aan de Universiteit Twente. Sustainable energy technology aan de Technische Universiteit Delft.

Allemaal masteropleidingen. Allemaal met een focus op duurzaamheid. Momenteel volgen zo’n 4.000 studenten een van de 31 duurzaamheidsmasters in Nederland – jaarlijks neemt het aantal inschrijvingen voor die opleidingen met 10 procent toe. En er komen elk jaar nog nieuwe masters bij. Dit studiejaar begon de nieuwe master sustainability science and policy aan de Universiteit Maastricht. En in september gaat in Utrecht de master sustainable business and innovation van start. En dan kijken we nog niet eens naar de hbo-opleidingen.

Zit het bedrijfsleven wel op al die groene studenten te wachten?

Het antwoord is nee. Of in elk geval: nog niet.

Neem Floor Koornneef (24). Na haar master sustainable development zocht ze een half jaar naar een baan. Sinds januari werkt ze bij de Triodos Bank, op de afdeling klantcontact. Een mooi duurzaam bedrijf, ja, maar wel een mbo-functie. Telefoontjes en e-mails van klanten beantwoorden in de hoop dat ze uiteindelijk kan doorgroeien binnen het bedrijf.

Of Suzanne Uittenbogaard (27), die zich tijdens haar studie specialiseerde in duurzame energie. Op zoek naar een baan op de duurzaamheidsafdeling van een bedrijf is ze nu aan haar tweede baantje als invalkracht voor een zwangerschapsverlof bezig. Eerst bij Ernst & Young, nu bij NCDO.

Of Lotte Werter (24). Ze zocht meer dan acht maanden intensief naar een baan op een duurzaamheidsafdeling. Sinds een maand is ze als zzp’er aan de slag bij sociale onderneming The Punchy Pack, voor 20 uur in de week.

Allemaal zeggen ze dat zij nog geluk hebben, zij hebben tenminste iets. Veel van hun studiegenoten zijn nog zoekende, doen onbetaalde stages, hebben een baantje in een bar, of zijn een promotie-onderzoek gaan doen om vier jaar onder de pannen te zijn.

Natuurlijk zijn het niet alleen duurzaamheidsstudenten die geen baan vinden. In bijna elke sector is een tekort aan vacatures. Maar de duurzaamheidsstudent heeft een extra probleem: de vacatures zijn er niet alleen door de crisis niet – ze zijn er überhaupt niet. Hoe kan dat?

Cees Dekker (29) deed een duurzaamheidsmaster aan de Universiteit Utrecht. „Ik bezocht carrièrebeurzen en daar was de eerste reactie altijd: sustainable development? Is dat een studie? Het leek alsof er helemaal geen vacatures waren in de duurzame sector.” Om de aansluiting van duurzaamheidsstudenten op de arbeidsmarkt te bevorderen, en om bedrijven de voordelen van duurzaamheidsstudenten te laten inzien, besloot Dekker met Vincent van Velzen (32) het carrièreplatform Sustainable Motion op te zetten. Van Velzen: „Veel bedrijven hebben duurzaamheid alleen nog maar als front. Coca-Cola heeft een compleet groene stand op een carrièrebeurs, maar als je zegt dat je duurzaamheid hebt gestudeerd, zeggen ze: nee, we zijn op zoek naar gewone marketingstudenten. Er zijn nog geen concrete functies voor duurzaamheidsstudenten.”

Een van de redenen dat de functies ontbreken, is dat bedrijven hun eigen werknemers omscholen. Met een paar trainingen en seminars wordt de communicatiemanager hoofd maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo). Voordeel: de persoon kent het bedrijf al van binnenuit. En: het is niet zo’n groene boomknuffelaar.

Want het imago van een duurzaamheidsstudent is ook een probleem, zegt Dekker. „Met name op recruitmentafdelingen denken ze vaak: oh nee, dat zijn van die milieurakkers. Als je zegt dat je een supply chain professional bent die een businesscase kan analyseren, klinkt het ineens heel anders.”

„De maatschappij is nog niet klaar om duurzaamheidsprofessionals te ontvangen”, denkt Jan Jonker. Hij is hoogleraar duurzaam ondernemen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en leidt veel duurzaamheidsstudenten op. „Na een CEO en CFO moeten we het nu gaan hebben over een SEO – Sustainability Executive Officer. Maar het beroepenveld is nog te weinig geprofileerd. Dat is merkwaardig: er zijn wel kwaliteitsspecialisten, gezondheidsspecialisten en financieel specialisten in bedrijven, dus waarom geen duurzaamheidsspecialisten?” Jonker beantwoordt zijn eigen vraag: „Te veel bedrijven zien duurzaamheid nog als een charity. Oh ja, het milieu, doet u mij ook maar een beetje. We moeten duurzaamheid als de sodemieter gaan verzakelijken. Groen is poen.”

„Het beroepsprofiel voor een duurzaamheidsprofessional moet nog ontstaan”, zegt ook Simona Negro van de Universiteit Utrecht. Ze is verantwoordelijk voor de nieuwe Utrechtse duurzaamheidsmaster sustainable business and innovation, die in september van start gaat. „Bedrijven moeten gaan inzien dat ze duurzaamheidsprofessionals nodig hebben als bruggenbouwers. Onze studenten kunnen de CEO uitleggen hoe de nieuwe zonnecel die Willie Wortel heeft bedacht, geld kan opleveren.”

Bedrijven zijn dus zelf nog zoekende naar een plek voor duurzaamheid. Dat bleek ook uit onderzoek van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) naar de duurzaamheidsstrategie van vijftig beursgenoteerde bedrijven. VBDO vond enkele koplopers, drie absolute achterblijvers en een overgrote meerderheid van ‘zoekende’ bedrijven. Want hoe geef je een duurzame strategie vorm? Sommige bedrijven kiezen ervoor een aparte mvo-afdeling in te richten. Andere maken mvo deel van de strategie van het bedrijf. Zo wordt duurzaamheid niet de taak van een kleine elite, maar van alle werknemers.

„Ik pleit er al sinds eind jaren negentig voor dat, om succesvol te zijn, duurzaamheid in de genen van een bedrijf moet zitten”, zegt voormalig Unilever-topman Hans Eenhoorn, nu hoogleraar voedselzekerheid en ondernemerschap aan Wageningen University. „Duurzaamheid is dan geen specialisme meer, maar gaat behoren bij de standaard werkwijze en taakuitvoering van de werknemer.”

Maar zijn duurzaamheidsstudenten dan überhaupt wel nodig? „Nee”, meent Eenhoorn. „Duurzaamheidsstudenten die alleen maar duurzaam zijn in ieder geval niet. Maar bedrijven hebben, afhankelijk van de omvang, wel één of meerdere duurzaamheidsspecialisten nodig om de duurzaamheidsagenda in de gaten te houden.”

Zo heeft DSM Fokko Wientjes, Unilever Jan-Kees Vis en Anniek Mauser en AkzoNobel André Veneman. Bij FrieslandCampina is de duurzaamheidsmanager Frank van Ooijen. Hij leidt een kleine mvo-afdeling die het overzicht houdt over duurzaamheidsvraagstukken binnen het bedrijf. Maar verder wordt duurzaamheid verweven in alle bedrijfsprocessen en op alle afdelingen, door middel van trainingen en workshops. Van Ooijen: „Ik zie bij veel jonge collega’s dat ze duurzaamheid en mvo een heel belangrijk en inspirerend thema vinden. Hun toekomst staat immers op het spel. Ze vragen me of ik nog vacatures bij mvo heb. Dan zeg ik, nee, het is veel belangrijker dat jij op je eigen afdeling helpt om duurzaamheid een plaats te geven in het bedrijf.”

Bij een eerdere werkgever zag Van Ooijen wat het gevaar is van te veel duurzaamheidsspecialisten. „We hadden een duurzaamheidsafdeling met veel fte. Dan zegt de rest van het bedrijf dus: jullie zijn met zo veel, doen jullie het maar. De rest van de onderneming haakt dan af.” Van Ooijen is dan ook bang dat er te veel duurzaamheidsspecialisten worden opgeleid: „Duurzaamheid is nu eenmaal geen aparte discipline. Het moet over de volle breedte van een bedrijf worden toegepast.”

Maar al die duurzaamheidsstudenten dan? „Op onderwijsgebied blijven duurzaamheidsstudies zeer relevant”, meent oud-topman Eenhoorn. „Maar het kan in de huidige tijd geen zelfstandig vakgebied meer zijn. Het hoort ingebed te worden in alle denkbare studies.”

Dat denkt ook Cees Dekker van Sustainable Motion. „Waar vroeger filosofie vast onderdeel van het curriculum op universiteiten was – om te leren een goed burger te worden – zou nu duurzaamheid dat moeten worden.” Maar Dekker is niet zo negatief over de toekomst: „Als bedrijven duurzaamheidsstudenten eenmaal leren kennen, zien ze hun toegevoegde waarde. En hoe meer bedrijven aan de slag gaan met duurzaamheid, hoe meer mogelijkheden er voor deze studenten zijn.”

„Het verdriet”, zoals hoogleraar Jonker het noemt, zit bij alle duurzaamheidsstudenten die nú aan de slag willen voor een betere toekomst. De oplossing: zelf ondernemen. Zoals Dekker en Van Velzen dat doen met hun carrièreplatform. Want ook aan de kloof tussen duurzaamheidsstudent en bedrijfsleven valt geld te verdienen.

    • Maite Vermeulen