Maarten Schinkel Kapitaal en arbeid in Bangladesh

De bankmedewerkers in het zeven verdiepingen tellende kantoorpand buiten Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh, hadden de scheur in het beton al gezien, en weigerden het gebouw in te gaan. De arbeiders van de textielfabrieken hadden die keus niet: zij werden volgens de BBC door hun werkgever gedreigd met een boete van omgerekend zeven dollar – een klein fortuin – als zij niet op kwamen dagen. En dus vielen er, toen het gebouw een dag later als een harmonica instortte, vele honderden doden en meer dan duizend gewonden.

De ramp in Dhaka maakt hier, in het Westen, voor de zoveelste maal de discussie los over arbeidsomstandigheden in de wereldwijde textielindustrie, waar volgens de arbeidsorganisatie ILO van de Verenigde Naties zo’n 60 miljoen mensen werken. Die boete, bijvoorbeeld: waarom waren die arbeiders daar zo beducht voor? Het is in veel fabrieken in de derde wereld en opkomende markten niet ongewoon om pas na een paar maanden loon uit te betalen. Zo heeft de werknemer dus standaard geld te goed van de werkgever – een sardonisch machtsmiddel van de laatste. Zo’n boete werkt dus wel.

En wij maar goedkope kleding kopen.

Tussen januari 1996 en afgelopen januari stegen de algemene prijzen in Nederland gemiddeld met ruim 42 procent. De absolute prijs van kleding daalde in die periode met 6 procent. Maar relatief is de afname veel sterker. Ten opzichte van de gemiddelde kosten van het levensonderhoud kelderde de prijs van kleding met 34 procent: een derde dus. Opmerkelijk is dat de weging van kleding in alle uitgaven slechts is gedaald van 4,6 procent naar 3,6 procent. Dat impliceert dat we, hoewel we er minder aan uitgeven, toch méér kleren zijn gaan kopen.

Het onderstreept dat kleding meer dan vroeger een wegwerpartikel is geworden, gemaakt in sweatshops over de gehele wereld onder vaak slechte omstandigheden. Maar wat te doen? Zou kleding duurder moeten worden? Dat extra geld zou hoogstwaarschijnlijk nooit bij de werknemers terechtkomen, maar blijven steken in hogere marges in elke schakel van de productieketen. Aandringen op betere omstandigheden onder dreiging van een boycot? Dat werkt soms, maar alleen voor merken en retailketens die een reputatie of imago te verliezen hebben. Een ethisch reveil in de westerse industrie? Dat vindt vaak al plaats, maar is vrijwillig en soms ook niet vrij van loze beloften.

Het zal uiteindelijk toch echt van dáár moeten komen. In Nederland, lees de klassieker van Henriëtte Roland Holst (Kapitaal en Arbeid in Nederland) er nog maar eens op na, heersten in de negentiende eeuw vergelijkbare omstandigheden in de industrie. Uiteindelijk, na veel pijn en moed van onderaf, en de realisatie van bovenaf dat de arbeider óók een politieke factor kan worden en een potentiële consument is, trad daar een structurele verbetering in op.

In de straten van Dhaka brak na de ramp een fel protest uit. En inderdaad, dat zal de langzame maar meest effectieve weg zijn. En wij? Hulp op afstand, op vloerniveau. Een moderne NOVIB-methode is beter dan een boycot: geef een man (of vrouw) geen staking, maar leer het hem zelf.

Maarten Schinkel is economisch commentator van NRC. Op deze plek schrijft hij elke woensdag een column over economie.