Ik heb meer vertrouwen in mijn autoverkoper dan in de overheid

Tussen wat de overheid zegt en wat ze doet zit een wereld van verschil. Geen wonder dat burgers de staat wantrouwen, schrijft Marjoleine de Vos.

Soms praat je over hoe je je voor Nederland schaamt. Iemand rakelde de Schipholbrand uit 2005 op – dat dit land het toch werkelijk bestaan heeft om een van de mensen die we zelf in dat onveilige en onleefbare cellenblok hadden opgesloten, te vervolgen voor moedwillige brandstichting. Als iemand brand kan stichten in een cellencomplex door een sigaret weg te gooien, dan zou je denken dat de schuld niet in eerste instantie bij de roker gezocht moet worden. Maar dan kent men Nederland nog niet. Pas twee maanden geleden is de man eindelijk vrijgesproken.

We kwamen er waarschijnlijk op door de dood van de Rus Dolmatov en de daadkracht van staatssecretaris Teeven en zijn handlanger op justitie, Opstelten. Een stelletje dat de hele tijd hamert op no-nonsense en zero-tolerance en wat heb je nog meer voor stoere mannenpraatjes. En zij niet alleen natuurlijk.

De hele sfeer is er een geworden van daadkrachtig administratief handelen. Vinkjes zetten in een computerprogramma en nooit meer kijken of dat goed is. Niet luisteren naar wat mensen zeggen en vragen, maar protocollen volgen. Die protocollen in je daadkracht dan ook nog eens maar half volgen. Alles snel, alles efficiënt.

Dat gaat de staatssecretaris nu allemaal aanpakken. Ja dat zal wel. Nog meer regels en voorschriften.

We zijn verliefd geworden op regeltjes en tamelijk onverschillig ten aanzien van wat die opleveren. Het is ook zo makkelijk om gewoon administratief werk te doen met formulieren en computerprogramma’s en je nooit meer af te vragen wat al die handelingen betekenen voor een echt persoon.

Allerlei instanties vermijden het ooit nog een mens te zien, ze corresponderen zich gek, ze sturen brieven en in te vullen formulieren, maar een gesprek met een levend mens en eens luisteren wat iemand te zeggen heeft, ho maar.

In een interview met Trouw afgelopen weekend vertelde de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer dat een alleenstaande ouder met kinderen via acht verschillende instanties geld krijgt uit twaalf verschillende inkomstenbronnen waarvoor achttien formulieren ingevuld moeten worden. En wij altijd maar lachen om de ambtenarij in Italië of Frankrijk.

Op het bureau van de ombudsman kunnen ze er niet eens achter komen hoeveel overheidsorganisaties er zijn, zo onoverzichtelijk is dat veld.

Brenninkmeijer waarschuwt voor de wirwar en de tegenstrijdigheid van de Nederlandse regels en voor de vele instanties die alleen maar regels toepassen zonder de minste souplesse. Dat betekent dus: zonder ooit te kijken naar wat er werkelijk aan de hand is.

De regels zijn belangrijker dan de mensen als het erom gaat ze te korten op uitkeringen of boetes op te leggen, maar als het gaat om zorg voor illegale vreemdelingen zijn de regels ineens helemaal niet zo belangrijk en worden ze aan de laars gelapt. Het zou natuurlijk precies andersom moeten zijn.

De overheid zou zich terugtrekken, maar bemoeit zich intussen met helemaal alles. Een van de ergerniswekkendste nieuwe regels van de laatste jaren is wel die ten aanzien van het samenwonen van AOW-ers. Wie een AOW-uitkering krijgt en samenwoont, krijgt minder AOW. Logisch.

Maar dat is onze overheid niet genoeg: wie niet samenwoont, wordt gewoon toch ‘samenwonend’ genoemd en dan wordt die óók gekort op de AOW. Laatst stond een schrijnend voorbeeld van zo’n geval in deze krant: een mevrouw die voor een zieke vriend zorgde en dus meerdere dagen per week bij hem in huis was. AOW-korting! Waar haar of zijn financiële voordeel zat, was volmaakt onduidelijk, maar daar gaat het ook niet om. Het gaat erom geld af te pakken, want ‘we’ moeten bezuinigen. Wie geregeld samen met iemand (broer, vriend, kleinkind, maakt niet uit) boodschappen doet, voert al een gemeenschappelijke huishouding, echt waar, zo staat het doodleuk in de overheidsfolders. En sterker nog: „Er hoeft niet perse een financiële bijdrage te zijn. Van een gezamenlijke huishouding is ook sprake als beiden gebruikmaken van elkaars spullen en als de een de ander helpt met huishoudelijk werk, de boodschappen doen, koken, samen eten, klusjes doen in en rond het huis, en verzorging bij ziekte.”

Dit schrijft dezelfde overheid die aan een stuk door roept dat burgers ‘zelfredzamer’ moeten zijn, dat de overheid niet voor alles kan opdraaien enzovoort. Maar o wee als iemand dat serieus neemt en een ander echt gaat helpen. Dat kost geld. „Het maakt niet uit of een van beiden nog ergens anders een eigen woning heeft. En of u daarvoor nog huur of hypotheek en andere vaste lasten betaalt.”

Nee dat maakt de overheid niets uit, maar degene die het betreft maakt dat nogal veel uit. U hangt een lamp op bij uw zus, eet eens bij haar, verzorgt haar als ze ziek is – korting! U ziet maar hoe u de huur betaalt.

Uit onderzoek blijkt dat burgers ongeveer zoveel vertrouwen in de overheid hebben als ze hebben in een autoverkoper, zegt Brenninkmeijer. Ik geloof dat ik méér vertrouwen heb in mijn autoverkoper. Dat is een nette jongen. Dat kun je van onze overheid niet zeggen.