Hij wil meer zijn dan een lintjesknipper...

Troonswisseling // Maandag keken we hoe Nederland is veranderd tijdens 33 jaar Beatrix Vandaag kijken we vooruit Wat zegt de troonswisseling over onze koning en over Nederland?

Aan de vooravond van de inhuldiging van koning Willem-Alexander vroeg de correspondent van The New York Times mij of wat er stond te gebeuren enige reële betekenis had.

Goede vraag – vierentwintig uur later is die nog steeds niet gemakkelijk te beantwoorden. De troonswisseling is vlekkeloos verlopen, het nationale feest heeft zonder noemenswaardige incidenten plaatsgevonden. Van de plechtigheden is ieder woord en gebaar geduid in een lange, weldadige stroom commentaar. Maar achteraf kun je je afvragen waar je nu getuige van bent geweest – een betekenisvol historisch moment of veel nationale drukte over weinig.

Voor betrokkenen ligt, lijkt het, het succes van de inhuldiging vooral in het feit dat die zo goed is gegaan. De nieuwe koning, aanvankelijk zichtbaar gespannen, maakte geen fouten; alleen aan het even terloopse als besliste „Even wuiven misschien” (of „Even wuiven met z’n allen”, het was niet goed verstaanbaar) van Beatrix op het balkon van het Paleis op de Dam was te merken dat zij de regie nog niet uit handen had gegeven.

In veel commentaren vooraf klonk de zorg door of de nieuwe koning niet al te dicht naar het volk was toe gekropen door zich nadrukkelijk op zijn gewoonheid te beroepen – een koningshuis dat al te gewoon is, wordt toch al gauw speelbal van de publieke opinie? De monarchie, heette het, heeft van oudsher mysterie nodig, en als dat niet voorhanden is, dan toch charisma. Ontbreekt die ook – dan helpt een beetje glamour. Is gewoon zijn, klonk het in tal van serieuze programma’s, wel genoeg? Maar de koning bleef moeiteloos overeind te midden van alle pomp and circumstance in de Nieuwe Kerk. En Koningin Máxima droeg de diamanten tiara van Koningin Emma alsof ze er van jongsaf aan toe was voorbestemd.

Incidenten bleven vrijwel uit – twee Republikeinse demonstranten werden onnodig door de politie aangehouden en daarna weer met excuses teruggebracht * . Toen premier Rutte door Rob Trip gevraagd werd waarom er door de scheidende vorstin geen opvallend gebaar werd gemaakt om haar afscheid luister bij te zetten – gevangenen gratie geven, asielzoekers een verblijfsvergunning – schoot deze meteen in een kramp: dat zou controverse geven en dan kwam de eenheid van het volk maar in gevaar. Die houding tekent de sfeer rond de inhuldiging. Men wilde geen gedoe.

Dat is gelukt. Misschien te goed. Het was in Amsterdam niet drukker dan anders op Koninginnedag. De grote symbolische momenten leken veel feestvierders in het land betrekkelijk koud te laten. Voorbeeldig allemaal, echt vlammen deed het pas ’s avonds. Misschien was dat de bedoeling. Er vlamt al zoveel in Nederland.

En het volk? Het Comité Inhuldiging wilde nadrukkelijk de betrokkenheid van gewone mensen activeren – gewone mensen mochten hun droom inleveren en een tekstbijdrage leveren aan het Koningslied, er mochten een paar gewone mensen de plechtigheid in de Nieuwe Kerk bijwonen. Daarmee moest worden uitgedrukt wat zowel Beatrix in haar abdicatietoespraak als Willem-Alexander in zijn rede al benadrukten: de monarchie dient de samenleving. Zij zijn er voor ons – en niet andersom.

In de rede van Willem-Alexander werd die taakopvatting zelfs als een medicijn voor onze meest hardnekkige kwaal voorgesteld: juist waar het aan vertrouwen tussen burger en overheid ontbrak, en tussen burgers onderling, kon de monarchie een verbindende rol spelen. Grof gezegd, de monarchie kan daar helpen waar de politiek steeds miskleunt – de onzekere, verweesde burger weer het gevoel geven dat hij deel uitmaakt van een gemeenschap.

De nieuwe koning neemt die opdracht net zo serieus als zijn moeder, daar twijfel ik niet aan. Hij houdt in dat de monarchie haar bestaan rechtvaardigt door een bindende, morele kracht in de samenleving te zijn.

Grote woorden. Het is de vraag of ze kunnen worden waargemaakt. Wie een morele kracht in de samenleving wil zijn, moet niet bang zijn om morele keuzes te maken en posities in te nemen (wat, sorry Mark Rutte, onherroepelijk controverse met zich meebrengt). Waarschijnlijk bedoelde de nieuwe koning dat toen hij zei dat hij weliswaar geen politieke verantwoordelijkheid draagt, maar wel persoonlijke verantwoordelijkheid. „Anders zou de eed die ik straks afleg betekenisloos zijn.” Dat zijn geen woorden van een man die zich erbij neerlegt een lintjesknipper te zijn.

We zullen zien. Tot dusver lijkt de nieuwe koning vast te zitten tussen zijn angst om (weer) iets fout te doen en zijn aandrang om zijn eigen stempel te drukken, niet alleen op zijn koningschap, maar ook op de Nederlandse samenleving. In dat laatste mag hij aangemoedigd worden.