Frisse oase tussen de droogkloten

Kantoortypes // Wekelijks doet Japke-d. Bouma verslag van haar ontmoetingen met allerlei typen collega’s Deze week: de Collega Die Overal Lak Aan Heeft Type bad boy. Zijn talent: zijn absolute onafhankelijkheid

Als de secretaresse ’s avonds bang is om naar huis te fietsen, zegt hij bemoedigend „joh, jou pakken ze toch niet”. „Godsamme”, zei hij laatst, „wat was die powerpoint zaaddodend zeg. O, die was van jou? Nou ja, wel lekker een tukje gedaan.” Als je na uren optutten van het toilet komt, zegt hij: „ga je zó naar die borrel?” Stilte.

„Anyways.”

Dit is de Collega Die Overal Lak Aan Heeft.

Type zonder tact. Bad boy. Nergens bang voor. Laat een spoor van diep beledigde, vertwijfelde, tot op het bot gekrenkte collega’s achter zich. Je houdt hem angstvallig uit je inner circle sinds hij ooit aan je beste vriendin vroeg of ze nog steeds dat ongevaarlijke baantje had.

Hij zei het niet als grap.

Je bent dol op hem. Omdat hij allergisch is voor huichelarij, incompetentie, vals decorum en dingen ‘die we nu eenmaal zo doen omdat we ze altijd al zo gedaan hebben’. Jargontijgers en tutjes trekt hij niet. Als de dikdoener van sales vraagt of hij even iets tegen hem aan mag houden, zegt hij „als het maar niet je lul is”. En midden in een poekie poekie verhaal over schattige baby’s citeert hij Theo Maassen dat hij dol is op kinderen „omdat er over zestien jaar ook lekkere wijven moeten zijn”.

De directie heeft het hem verboden ooit nog op een heidag te komen, sinds hij de cursusleider tot tranen dreef door hem herhaaldelijk te vragen of hij zélf weleens in een team gezeten had. Van de rechter mag hij niet meer in de buurt komen van John de Mol nadat hij hem op een borrel voor de grap had gevraagd of hij de vader van Linda was. Hij mag ook geen buitenlandse gasten meer toespreken sinds hij op een diner de chef bedankte met de woorden ‘look at him, he’s an excellent cock’.

Een geintje mensen.

Hij is onmisbaar. Omdat hij iedereen weer netjes met de voeten op de grond zet met zijn fundamentalisme. Omdat hij altijd tot de kern doorprovoceert. Omdat hij je altijd weer aan het lachen krijgt. Omdat hij altijd even met je meeloopt naar je fiets in die enge donkere fietsenkelder. Omdat hij altijd een blazende kat nadoet als de bitch die jou het leven zuurmaakt komt aanlopen. Zijn talent: absolute onafhankelijkheid die nog nergens door verpest is. Hij is de frisse oase tussen de droogkloten.

Natuurlijk is dat er over een paar jaar af. Als hij een keer verliefd wordt. Of een kind krijgt. Of een keer écht op zijn lazer krijgt. Als hij erachter komt dat al het kwetsbare waarde heeft, en hoe onbetaalbaar het is een keer ongelijk te hebben. Als hij dingen meemaakt die andere mensen hebben meegemaakt.

Tot die tijd koester je hem. „Kan je een keer je yin en yang shiatsu klankschaalyoga afzeggen en mee gaan bieren”, zegt hij dan. „Die met die tieten kan niet, en anders zit ik daar alleen.”

Natuurlijk ga je mee. Omdat je tactloosheid beter kan waarderen dan valse correctheid.

En empathie, daar heb je je vriendinnen voor.