De magie van Demy

De films van Jacques Demy ogen als zoete sprookjes, maar hebben vaak een droevige onderstroom. ‘Ze leefden nog lang en gelukkig’ ging ook voor hem zelf niet op. Dat is te zien op een expositie van de Cinémathèque française.

Prachtige pasteltinten en een piepjonge Catherine Deneuve in een van de beste films van Jacques Demy, Les parapluies de Cherbourg uit 1964.

Een expositie over de Franse filmmaker Jacques Demy (1931-1990) kan eigenlijk maar de helft laten zien en horen. Wél de prachtige pasteltinten waarin zijn beste films – Les parapluies de Cherbourg uit 1964 en Les demoiselles de Rochefort uit 1967 – zijn gedraaid, en de pracht van hoofdrolspeelster Catherine Deneuve, die door Demy als ster ontdekt is. En natuurlijk de inmiddels wat ouderwets aandoende, maar daardoor zeker niet minder interessant geworden muziek van Michel Legrand, die op deze expositie inderdaad door de zalen klinkt.

Maar wat de expositie niet kan overbrengen is de extreme somberheid en tragiek die bijna alle films van Demy kenmerkt, en die bij de kijker des te harder aankomen naarmate die zich meer door de zoetigheid van het beeld, de sympathie die de acteurs voor de lens van Demy opwekken, en de wat vage muziek – Demy’s beste films zijn geheel gezongen – in de luren laat leggen.

Voor iemand die het filmwerk van Demy niet kent, of geen gelegenheid heeft om het in het bijprogramma van deze tentoonstelling in de Franse Cinematheek te gaan zien, heeft een bezoek aan de expositie weinig zin: de waarde van deze sprookjes ligt juist in het feit dat van de personages in de films van Demy aan het eind geenszins kan worden gezegd dat zij nog lang en gelukkig leefden.

Evenmin gold dat trouwens voor de regisseur zelf: hij stierf relatief jong en sinds Peau d’âne (‘Ezelshuid’, 1970) hebben zijn films nauwelijks meer succes gehad. Twee ervan, Joueur de flûte (‘Fluitspelen’, 1971) en Lady Oscar (1978), beide gemaakt onder een buitenlandse producent, zijn zelfs in Frankrijk nooit in de bioscoop gekomen. De magie van Demy, die hem in de jaren zestig zo beroemd en populair had gemaakt, bleek in de jaren tachtig in het geheel niet meer te werken, al kon hij nog steeds een beroep doen op Franse sterren als Deneuve en Montand, en wilde Michel Legrand meestal nog steeds de muziek schrijven.

De expositie geeft ook de vergeten films van Demy een plaats, wat een dubieuze keuze is, want het maakt dat de bezoeker in die laatste zalen enigszins verdwaasd rondloopt. Al word je natuurlijk ook wel enigszins nieuwsgierig naar bijvoorbeeld Parking uit 1985, dat de mythe van Orpheus en Eurydice koppelt aan de liefdesgeschiedenis van John Lennon en Yoko Ono. Of L’événement le plus important depuis que l’homme a marché sur la lune ( ‘De belangrijkste gebeurtenis sinds de mens op de maan heeft gelopen’, 1973), een pijnlijk ongrappige film waarin Marcello Mastroianni een zwangere man speelt.

Gelukkig maar, dat daar in de jaren zestig meesterwerken tegenover stonden. Zoals Demy’s eerste lange speelfilm, Lola uit 1960, een magistraal melodrama over een nachtclubzangeres met Anouk Aimée in de hoofdrol, en het niet minder boeiende Baie des Anges (‘Engelenbaai’) uit 1963, met Jeanne Moreau, over een man en een vrouw die aan de boulevard van Nice een brandende liefdesaffaire aangaan, niet gebaseerd op lichamelijke aantrekkingskracht of geestelijk contact, maar op hun beider verslaving aan gokken in het casino.

Maar het zijn op de expositie toch vooral de gezongen films Les parapluies de Cherbourg en Les demoiselles de Rochefort die de show stelen, met hun onwezenlijke mise-en-scène, hun zuurtjeskleuren en boven alles de aanwezigheid van de steeds verpletterend mooie Catherine Deneuve. In Demoiselles treedt zij trouwens op met haar zuster Françoise Dorléac, die in 1967 bij een auto-ongeval het leven liet.

In de catalogus vertelt Deneuve over haar ontmoeting met Jacques Demy in 1963. Die kwam precies op het goede moment, vertelt ze, toen ze zich afvroeg of ze nog wel door wilde gaan met acteren in films. „De blik die Demy bij die eerste ontmoeting op mij wierp”, vertelt ze, „was te vergelijken met de blik die je als meisje ervaart van een jongen die verliefd op je is. Die blik geeft je voor het leven zelfvertrouwen.”

In de catalogus is trouwens ook te lezen dat de losse, lange blonde haren die tot op heden Deneuves handelsmerk zijn, door Demy zijn ingevoerd. Tot die tijd placht de blonde actrice een opgestoken kapsel te dragen van een type dat ‘choucroute’ (zuurkool) werd genoemd. Volgens Agnès Varda, die met Demy getrouwd was, voelde Deneuve zich met losse haren aanvankelijk enorm ongemakkelijk en stond haar bij de opnamen van Les parapluies om die reden het huilen soms nader dan het lachen, omdat ze zich kwetsbaar voelde. Maar het ‘vrije’ kapsel van Deneuve werd hét kapsel voor Franse meisjes in de jaren zestig.

Demy werd (en wordt) gerekend tot de nouvelle vague, een generatie van jonge Turken in de Franse film die tegenwoordig vooral worden geassocieerd met een vrije stijl, zowel in onderwerpkeuze als in cameravoering. Als je Les parapluies of Demoiselles vandaag de dag echter ziet, lijkt er van vrijheid eigenlijk niet zo heel veel sprake: alles is minutieus geregisseerd en van rekwisieten voorzien, en ook de choreografie waarmee de personages zich door de film bewegen is gespeend van improvisatie.

Demy’s vrijheid ligt elders: in de manier waarop hij erin slaagt alleen zingende en nooit sprekende personages dramatische geloofwaardigheid te verlenen. En dat op een heel eigenwijze manier, waarbij de speelstijl van de zangers toch prozaïsch en naturel blijft – dat is ook het voornaamste verschil met de gemiddelde musicalfilm.

Nouvelle vague wil hier eigenlijk vooral zeggen: lid van een bepaalde generatie. Demy was een van die jongens die vanaf de jaren veertig cinema op eigen houtje opnieuw uitvonden: met tekeningetjes, amateurcamera’s en familieleden als figurant. Hij begon zijn carrière op 4-jarige leeftijd, met een poppenkast – ook dat is op de expositie te zien. Dus alle kids die nu klooien met de videofunctie van hun draagbare telefoon en het resultaat op Vimeo of YouTube zetten: niet wanhopen, je kunt langs deze weg de geschiedenis van de cinematografie op zijn kop zetten.

Le monde enchanté de Jacques Demy (De toverwereld van Jacques Demy). Expositie in de Cinémathèque française in Parijs. Tot 4 augustus. Inl: cinematheque.fr