De huishoudpot wordt gespekt op de vrijmarkt

Lag het aan de troonswisseling of aan de economische crisis? Handelaren op vrijmarkten van Maastricht tot Leeuwarden deden slechtere zaken dan vorig jaar. „Ik heb minder mooie spullen”, zegt Fred Beekhof in Den Haag. „Ook dat is de crisis: je doet minder snel iets weg.”

A family watches a screen showing Dutch Queen Beatrix during the inauguration of her son, King Willem-Alexander, at a racetrack in Buenos Aires, Argentina, Tuesday, April 30, 2013. The former queen becomes Princess Beatrix and her son becomes the first Dutch king since Willem III died in 1890. The 46-year-old and his Argentinian-born wife, who is now Queen Maxima have three daughters. Their eldest daughter, Catharina-Amalia, becomes Princess of Orange and first in line to the throne.(AP Photo/Natacha Pisarenko) AP

Ze hebben een vorstelijk plekje op het Maastrichtse Vrijthof kunnen bemachtigen: pal voor de Sint-Servaasbasiliek. Op een kleedje hebben Yonah Banser (11) en Tijmen Kasanpawiro (12) hun spullen uitgestald. Het aanbod komt van zolder. Hun ouders helpen mee uitstallen. Vooraan de blikvangers: boeken en tijdschriften, erachter de dozen waarin gerommeld kan worden. Stuiterballen, sleutelhangers, sieraden. „Daar houden de mensen van.”

Van Maastricht tot diep in Utrecht, van Leeuwarden, via Den Haag tot Rotterdam – zonder vrijmarkt is Koninginnedag niet compleet. Ouders staan daar voor hun kinderen, vertellen ze, en voor de gezelligheid. En dan is de omzet meegenomen, zeker in tijden van crisis. Het geld dat we hier verdienen is „heel welkom”, vertelt Tineke ten Brug. Al zeven uur verkoopt ze met dochter Anne Lotte (12) in Leeuwarden speelgoed en cd’s. „De honderd euro gaan we besteden aan het opknappen van haar kamertje.”

De handel is slecht dit jaar, vertelt Jan Hessing (58). „We verkopen voor spotprijzen.” Hij staat al meer dan twintig jaar in de Utrechtse Wijk C en doet dit jaar „eurootjes”: ronde kleine prijzen, zegt hij, dan kopen de mensen sneller. Ook Sumeyye Saritas (26) in Rotterdam heeft minder aanloop dan vorig jaar. Ze verkoopt wollen sjaals die door haar moeder zijn gebreid, voor zeven euro per stuk. „Maar dat vinden mensen te duur”, zegt Sumeyye. „Ze zeggen: ik wil ’m voor twee euro.” Dat gaat niet, zegt ze, want alleen de wol heeft al drie euro gekost. En Fred Beekhof (46) weet nu al dat hij op Haagse vrijmarkt de omzet van vorig jaar van 1.700 euro niet gaat halen. Ik heb minder mooie spullen, vertelt hij in onvervalst Haags. „Ook dat is de crisis: je doet minder snel iets weg.”

Tineke ten Brug staat voor de twaalfde keer op de Leeuwarder vrijmarkt. Mensen, zegt ze, kijken kritischer naar spullen. „Als er iets aan mankeert, laten ze het liggen.” Ook hoort ze dat kinderen van hun ouders minder geld mogen uitgeven dan voorheen. En: er wordt meer afgedongen. „Als iets vijftig cent kost, willen mensen het voor 20 cent.”

Een man stopt en vraagt hoe duur de klok is die op haar kleed ligt. „Wat vragen we?” overlegt Ten Brug met haar dochter. „Een euro.” Als de man vijftig cent biedt, antwoordt ze: „Goed!”

Tegen zulke scherpe onderhandelaars zeggen verkopers op andere plekken gewoon keihard ‘nee’. Henri Nieuwhuis (41) bijvoorbeeld. Hij staat op de vrijmarkt aan de Thomsonlaan in de Haagse Bomenbuurt. Die wordt elk jaar groter, vertelt zijn partner Berthe Schipper (43), omdat, denkt ze, in tijden van crisis meer mensen verkopen dan kopen.

Lang niet al hun uitgestalde spullen mogen weg voor één of een paar euro’s. Dat geldt met name voor de „PC Hoofthoek” van hun kleedje. Op papiertjes staan merknamen geschreven. Een rokje ( „nooit gedragen”) is afgeprijsd van 82,95 naar 10 euro. Een paar Uggs moet 40 euro opleveren. Als de laarzen niet verkocht worden gaan ze „op Marktplaats, waar het elke dag Koninginnedag is”. Op een ander deel van hun kleedje liggen ook spullen „die je niet op Marktplaats verkoopt”, zegt Nieuwhuis. Afgespeelde cd’s, usb-sticks, gebruikte keukenspullen. „Voor deze dingen is de vrijmarkt de laatste stop voor death row: de kringloopwinkel.”

In Utrecht heeft de familie van Jan Hessing bezit genomen van de straathoek. Zoons, neven, nichten, vrouwen, kinderen. Allemaal ras-Utrechters, overal hebben ze kraampjes. Hessing verkoopt al zo lang, dat hij van Jan en alleman spullen krijgt toegeschoven rond Koninginnedag. Overlijdt een kennis van een kennis, dan komen ze bij Jan Hessing uit om het huis leeg te halen. Zoon schreeuwt vanaf een paar meter: „Ouwe! Dat houten ding, hebben die mensen daar al voor betaald? Pa, ook schreeuwend: „Ja, geef maar mee.” Even later roept zoon: „Ouwe ik heb die schoenen net verkocht.”

Op de vrijmarkten loopt ook politie rond. Sommige verkopers doen aan commerciële verkoop, en dat mag niet. Hippe, nieuwe zonnebrillen, uitgestald op een professioneel rekje. Marktkramen met nagemaakte merkkleren, made in China en Bangladesh. Karin Postma heeft in Leeuwarden echte Puma-sportschoenen in de aanbieding, ze kosten 7 euro 50. Een man biedt: „3,50”. Postma schudt haar hoofd: „Ze zijn maar twee keer gedragen.” Voor vijf euro gaat het paar van de hand. Een campingbed verkocht ze voor een tientje. Een kinderfietsje voor 2,50. Als ze ‘los is’, heeft ze 80 euro verdiend. „Die gaan in de huishoudpot.”

Ook Jan Hessing en zijn neef Frits beginnen te rekenen. Jan houdt minder dan 500 euro over, Frits nog geen 100 euro. Jan Hessing: „Ik ga stoppen. Het wordt te zwaar, en het levert niks meer op.” Frits, als Jan is weggelopen: „Luister, die man stopt nooit. Hij zit volgend jaar gewoon weer op deze straathoek.”

Met medewerking van Brian van der Bol, Andreas Kouwenhoven, Karin de Mik, Paul van der Steen en Enzo van Steenbergen.