Dat belóóf ik!

Er zaten gisteren vast ook een hoop mensen met ingehouden tranen voor de televisie, geëmotioneerd door de belangwekkende historische gebeurtenis en de lieve woorden voor Beatrix en de identieke jurkjes van de prinsesjes, die altijd voor zo’n harmonisch, zonnig Sound of Music-gevoel zorgen. Zelf word ik op zulke plechtige momenten echter altijd afgeleid door andere zaken: de vraag hoe lang ze die gezichtsuitdrukking geoefend hebben, bijvoorbeeld, die kalme, statige blik van Willem-Alexander en die glimlach van Máxima, die ondanks al haar charme iets leek te onderdrukken, iets van ‘blijven glimlachen! Niet de aandacht afleiden! Mijn god wat zou ik graag weer eens op een bar dansen!’ En die hermelijnen mantel die zo losjes om de schouders leek te zitten en die hij een paar keer verschikte: hadden ze die vastgespeld? Zat er klittenband aan? Of was er misschien toch wel een kleine afzakkans?

Het hoogtepunt werd wat mij betreft gevormd door het gedeelte waar de leden van de Staten Generaal hun trouw zwoeren aan de koning. Een buitenstaander had waarschijnlijk gezegd: „Oké, en dan tellen ze even met zijn allen af en vervolgens hoppakee in koor: ‘ZO WAARLIJK HELPE MIJ GOD ALMACHTIG/DAT BELOOF IK!’ En dan lekker door naar de champagne.” Het is vast constitutioneel vastgelegd dat het allemaal één voor één moet, en misschien zijn ze wel bang dat er anders iemand bij zit die met een schijnheilig gezicht alleen de woorden mimet en ondertussen denkt: „Hahahaaa! Nooit! Nooit zal ik trouw aan je zweren! Ooit zal ik je staf in tweeën breken en mijn neus snuiten in je mantel! Leve de republiek!”

Voor ons leverde het gelukkig een sequentie op waarvan ik hoop hem nog vaak terug te kunnen kijken: zo’n 220 mensen die allemaal moesten opstaan om omstebeurt een van die twee vaste zinnen uit te spreken. Eerst let je nog op de minieme verschillen: dát beloof ik, dat beloof ík, dat belóóf ik. De man die er twee eindeloze seconden voor nodig had om zijn jasje dicht te knopen. Wie er eigenlijk religieus is en wie niet. Maar na een tijd werd het ook iets anders: een soort mantra, rustgevend maar tegelijkertijd fascinerend. Het was als kijken naar zo’n urenlange treinreis door een Duits berglandschap op televisie – steeds weer een bocht om, soms een tunnel door, berg op en berg af: een hypnotiserend soort voorspelbaarheid. Misschien zou het trouw zweren van alle leden van de Staten Generaal goed werken op zo’n cd van De Tuinen die je luistert ter ontspanning, liefst met ruisende zee en dolfijngeluiden en de Friese variant van Lutz Jacobi erdoorheen gemonteerd, echoënd op de achtergrond – ook een mooie manier om de dag te herinneren, als aanvulling op alle koningsmunten, -mokken en -vlaggen.