Bewijs in kinderpornozaak Kidsweek deels ongeldig verklaard

Een drukker kijkt hoe kinderkrant Kidsweek van de pers rolt. Foto ANP / Marcel Antonisse

Een aanzienlijk deel van het bewijs in de zaak rond de voormalig adjunct-hoofdredacteur van Kidsweek, die wordt verdacht van het bezit van kinderporno, is ongeldig verklaard.

Justitie heeft bij veel filmpjes en foto’s, die op de computer van de 34-jarige Maarten H. en zijn partner zijn gevonden, niet beschreven wat erop te zien is, meldt Novum. Maar bij kinderpornozaken moet juist wel op papier beschreven zijn wat op de gevonden filmpjes en foto’s is te zien. Dit om te voorkomen dat een onschuldig filmpje als kinderporno wordt aangemerkt. Anders wordt het voor de verdachte onmogelijk om aan te tonen dat dit niet zo is.

De rechtbank laat de foto’s en filmpjes waar geen beschrijving van is gemaakt daarom niet meewegen in de rechtszaak, zegt een woordvoerder van de rechtbank. Er is echter nog genoeg materiaal met beschrijving om de zaak door te laten gaan.

Zaak is uitgesteld

Op de planning stond voor vandaag dat een computerdeskundige van de politie zou worden gehoord als getuige. Maar de zaak is wel voor onbepaalde tijd uitgesteld omdat veel tijd verloren is gegaan met de vraag of het bewijs geldig was. De rechtbank zag het niet meer zitten nog met de inhoudelijke behandeling te beginnen. Dat moet nu later gebeuren.

Op de computer zouden na een tip van de internationale politieorganisatie Interpol tientallen kinderpornofilmpjes en -foto’s zijn gevonden. De zaak liep sinds augustus. De adjunct-hoofdredacteur, Maarten H., werd vrijdag op non-actief gesteld en in het weekeinde ontslagen. Het vertrouwen was volgens uitgever van de kinderkrant Mark Termeer onherstelbaar beschadigd omdat H. zijn werkgever niet op de hoogte had gesteld van het feit dat hij al drie jaar verdacht wordt van bezit van kinderporno.