Beroemde Amerikaanse navolgers van Duchamp

Jasper Johns: ‘Painted Bronze (Savarin Coffee Cup filled with Brushes)’, (1967–68, 30x12x12 cm)

The Bride and the Bachelors, in Barbican Centre, Londen. T/m 9 juni. Inl: barbican.org.uk

„Marcel Duchamp is de vader van de moderne kunst.” Een zinnetje dat je vaak achteloos leest. De kracht van een expositie in Londen is dat het die woorden inhoud geeft. The Bride and the Bachelors gaat over de Franse dadaïst Duchamp en zijn New Yorkse navolgers: John Cage, Merce Cunningham, Robert Rauschenberg en Jasper Johns. De vier Amerikanen gingen in het New York van de jaren zestig met Duchamp om en eerden hem in hun werk. Net als hij vijftig jaar eerder maakten ze readymades, werkten ze met toeval en was hun kunst vaak conceptueel.

Het betonnen kunstencentrum Barbican heeft veel werk mogen lenen van het Philadelphia Museum of Art dat de grootste collectie Duchamps ter wereld heeft. Ook het beroemde Naakt dat de trap afdaalt (1912) hangt nu in Londen. Net als De schakers en De bruid uit die kubistische periode. En van De bruid ontkleedt door haar vrijgezellen, zelfs (1915-1923), ook bekend als ‘Het grote raam’, het fietswiel op een kruk en het urinoir staan er officiële replica’s.

Voor de choreografie Walkaround Time (1968) van Merce Cunningham reproduceerde Jasper Johns elementen van Duchamps Grote raam op luchtkussens van doorzichtig plastic. In het Barbican hangen ze hoog boven een dansvloer in de expositieruimte. Robert Rauschenberg zette voor Cunninghams Travelogue in 1977 zes fietswielen á la Duchamp tussen keukenstoelen.

Zo wordt met veel voorbeelden werk van de meester met dat van de New Yorkers geconfronteerd. Apolinère Enameled is een gevonden blikken reclamebordje voor verf dat Duchamp zich in 1916 toe-eigende. Het toont een meisje dat in een slaapkamer een ledikant verft. Het zet de bij Duchamp gebruikelijke draaimolen van gedachten in beweging: schildert dat geschilderde meisje met haar kwast dat bed op het schilderij in een nieuwe kleur, of creëert ze schilderend het ledikant en wie heeft háár dan geschilderd? En is dit een kunstwerk van Duchamp? Hij signeerde het in ieder geval wel.

Het reclamebordje staat op een sokkel onder een doorzichtige vierkante stolp. Net zo gepresenteerd worden twee bierblikjes – één geopend – gegoten van brons waar Jasper Johns met de hand etiketten op schilderde. Net als zijn koffieblik volgepropt met verfkwasten speelt het met dezelfde concepten als Duchamp. Johns en Rauschenberg zijn wel neodadaïsten genoemd.

In acht zaaltjes op het balkon rond de grote zaal belicht de expositie overeenkomsten en raakvlakken tussen de vijf kunstenaars. Zoals de rol van toeval, en de liefde voor het schaakspel, die Duchamp deelde met componist John Cage. Duchamp zei altijd dat hij sinds 1932 geen kunst meer maakte en zich volledig aan het schaakspel wijdde. In het geheim werkte hij echter aan zijn grote installatie États donnés, nu in het Philadelphia Museum of Art, maar dat kwam pas na zijn dood in 1968 aan het licht.

The Bride and the bachelors is een gezellig lawaaiige expositie. Er klinkt voortdurend muziek door de betonnen zaal, gecomponeerd Marcel Duchamp zelf en vooral van John Cage, onder andere gespeeld door twee automatische piano’s.

In het zaaltje over schaken ligt het manuscript van een boek over het eindspel dat Duchamp samen met een Franse schaaktheoreticus schreef. Ook staat er het schaakbord waarop hij met John Cage speelde en dat geluid maakte als je een stuk verzet (het werkt ongeveer als het kinderspel Electro, elk stuk en elk veld heeft een contactpunt dat met een synthesizer verbonden kan worden).

Voor een emotioneel moment zorgt een zakschaakspel in dat zelfde zaaltje. Het zit in een simpel leren kaftje van 15 x 8 centimeter. Als een portefeuille kun je het in je zak steken. Opengeklapt zit rechts een schaakbordje in de vorm van een vlechtwerkje van licht- en donkerbruin leer. De stukken, stevige witte strookjes met rode en zwarte schaaksymbolen, steek je in dat vlechtwerk. Dichtgeklapt tijdens het reizen blijven de stukken perfect op hun plaats, zodat elders het spel eenvoudig vervolgd kan worden. Dit alles door Marcel Duchamp zelf bedacht en gemaakt in het oorlogsjaar 1943 toen hij uit Frankrijk naar New York was gevlucht. Hij toonde het schaakspel op de expositie The imagery of chess die hij samen met de gevluchte Duitse kunstenaar Max Ernst dat jaar in New York organiseerde. Hij wilde het in productie nemen en hoopte zelfs te kunnen leven van de verkoop. Maar het bleef bij dat ene exemplaar.