Britse anti-Europapartij zegt wat je ouders stiekem denken

Tegen Brussel, tegen immigratie: de Britse partij UKIP is in opmars. Deze week hoopt zij op een doorbraak in regionale verkiezingen.

United Kingdom Independence Party (UKIP) supporters hold Union Jack flags and placards as they take part in a demonstration outside the Houses of Parliament in central London on October 24, 2011, the day that Parliament votes on whether to hold a referendum on the UK's membership of the European Union. David Cameron faced the biggest rebellion of his premiership today as eurosceptic backbenchers in his Conservative Party vowed to defy orders and vote for a referendum on Britain's EU membership. AFP PHOTO/ CARL COURT
United Kingdom Independence Party (UKIP) supporters hold Union Jack flags and placards as they take part in a demonstration outside the Houses of Parliament in central London on October 24, 2011, the day that Parliament votes on whether to hold a referendum on the UK's membership of the European Union. David Cameron faced the biggest rebellion of his premiership today as eurosceptic backbenchers in his Conservative Party vowed to defy orders and vote for a referendum on Britain's EU membership. AFP PHOTO/ CARL COURT AFP

Campagnevoeren met Nigel Farage, de leider van de UK Independence Party, gaat zo. Hij klimt op het podium van de oude muziektent aan de Pantiles in Royal Tunbridge Wells, in Kent, en neemt het woord. Het gaat over immigratie (moet beperkt worden). Over windmolens (beperken). Over Brusselse bemoeienis (idem).

„Eindelijk een politicus die weet wat er in de samenleving speelt”, zeggen Maggie en Bob Towner, beiden in de zeventig. Zij verlangen naar het ‘groene en prettige’ Engeland dat Farage hun voorhoudt. Bij de graafschapsverkiezingen van donderdag, vergelijkbaar met de provinciale statenverkiezingen, willen ze voor het eerst op UKIP stemmen.

Als er nu nationale verkiezingen werden gehouden, zou de partij volgens peilingen 15 procent van de stemmen krijgen – meer dan de Liberaal-Democraten, die in de regering zitten. Vooral de Conservatieven van premier David Cameron voelen de hete adem van UKIP in de nek. Want dit zijn hún kiezers. Zeker in Tunbridge Wells, dat zo lang iemand zich kan herinneren een Conservatieve gemeenteraad heeft, en een Conservatief Lagerhuislid. Hier woont de Conservatieve middle class .

En dat zijn precies de kiezers die UKIP nu trekt. Niet de „dwazen, gekken en stiekeme racisten”, zoals Cameron ze ooit omschreef. Maar eerder zoals Nick Cohen, columnist van The Observer, de partij typeerde: „Het is de politieke vleugel van de [tabloid] Daily Mail, het gesprek tussen de stamgasten van een pub in Devon nadat de eigenaar de deur op slot heeft gedaan, het zijn de ideeën van je ouders als ze denken dat niemand luistert.”

UKIP gelooft dat zij deze week een landelijke doorbraak kan forceren, dat zij de Europese verkiezingen van volgend jaar kan winnen, en dat zij in 2015 een eerste Lagerhuiszetel kan innemen. Misplaatst is dit zelfvertrouwen niet: bij een tussentijdse verkiezing om een Lagerhuiszetel, in het kiesdistrict Eastleigh, behaalde de partij begin maart meer stemmen dan de Conservatieven. Nigel Farage wordt sindsdien door de conservatieve media gevolgd, en regelmatig geciteerd.

Maar is UKIP echt een bedreiging voor Cameron? Wie de kleine berichten over UKIP volgt, ziet Conservatieve partijleden overlopen. Druppelsgewijs, en het zijn nog geen grote namen. Maar telkens hier een gemeenteraadslid, daar een afdelingsvoorzitter. De partij kreeg er volgens eigen zeggen in de afgelopen twaalf maanden 8.000 leden bij.

In Tunbridge Wells is Piers Wauchope, een advocaat, overgestoken. „David Cameron is het spiegelbeeld van Tony Blair”, zegt hij, terwijl hij aan zijn sigaar trekt. „Cameron zoekt naar het midden. Hij doet hetzelfde als Blair, en zegt het misschien wat mooier. Maar het is géén conservatisme.”

„UKIP zal zeker zetels winnen”, voorspelt de ervaren politiek analist Peter Kellner, directeur van peilingenbureau YouGov. „En ik denk ook dat ze bij de Europese verkiezingen bovenaan zullen eindigen.” Allereerst trekt UKIP volgens Kellner de proteststemmers die halverwege de kabinetsperiode hun ongenoegen willen uiten. „Die stem ging vroeger naar de LibDems. Maar die zijn nu een regeringspartij geworden.” Oppositiepartij Labour heeft nog onvoldoende laten zien waar zij voor staat.

Deze graafschapsverkiezingen spelen zich grotendeels af op het platteland, de kern van de Conservatieve aanhang, en niet in grootstedelijke gebieden of Londen, waar Labour sterk is. „Het gevecht gaat daardoor minder tussen Labour en de Conservatieven, maar over wie verliest er meer: de LibDems of de Tories.”

UKIP profiteert van de actualiteit van haar twee belangrijkste politieke thema’s – Europa en immigratie. Eind dit jaar vervallen de restricties voor Bulgaren en Roemenen op de Britse arbeidsmarkt. „Veel mensen hebben het gevoel dat immigranten niets goeds in de zin hebben”, zegt Kellner. Hij wijst erop dat de andere anti-migratiepartij, de extreemrechtse British National Party, door onderlinge ruzie uiteen is gevallen en slechts in een handvol graafschappen aan de verkiezingen meedoet.

Het grootste gevaar voor de Conservatieven zijn volgens Kellner de Conservatieven zelf. In de laatste maanden is hun retoriek rechtser geworden, juist over Europa en immigratie. Kellner waarschuwt: „David Cameron kan op dat terrein UKIP nooit overvleugelen.”

„Ik zie een mate van paniek. Voor een regeringspartij halverwege de kabinetsperiode gaat het goed met de Tories. Ze staan in de peilingen slechts 10 procent achter op Labour.” Historisch gezien, is er pas een probleem als dat gat 20 procent wordt – zoals ten tijde van John Major, toen Tony Blair opkwam. „De jonge lichting Lagerhuisleden kan zich dit echter niet herinneren.” Daarbij komt volgens Kellner dat de rechtervleugel van de partij „nooit van Cameron heeft gehouden”, en van hem af wil.

Er zijn wel struikelblokken voor UKIP. De partij wordt door haar pleidooi de migratie te beperken, vereenzelvigd met fascistische partijen. De steun die de extreem-rechtse organisatie English Defense League begin deze maand gaf, versterkt dat imago. Farage haalt er zijn schouders over op. Hij noemt het „een stunt” en zegt: „Miss Whiplash [een Britse voorvechter van rechten voor prostituees, red.] steunt ons ook. Daar kan ik ook niets aan doen.”

Maar Farage doet wel zijn best om de associatie met extreem-rechts te voorkomen. Als enige Britse partij weigert UKIP (voormalige) leden van de EDL en de extreem-rechtse British National Party. Een partijwebsite waarop een discussie over migratie ontaardde in een debat over de minderwaardigheid van allochtonen, werd onmiddellijk gesloten. Een partijlid dat zei dat alle homoseksuelen pedofielen waren, werd ontslagen.

In alle toonaarden ontkent Farage ook dat UKIP het ‘acceptabele’ gezicht is van de xenofobie. Tijdens het partijcongres, in maart in Exeter, schoof hij Angharad Yeo naar voren. De 33-jarige Yeo is van Saoedische afkomst, haar Engelse moeder zit in de partijtop van Labour. Maar zij koos voor UKIP, juist vanwege het migratiestandpunt. Ze zegt: „Ik zie welke druk migratie legt op onderwijs en gezondheidszorg. Dat heeft niets met ras of geloof te maken, maar met aantallen.”

Een ander probleem voor UKIP is dat kiezers niet weten of de partij ook waarmaakt wat zij belooft. In het Lagerhuis is de partij niet vertegenwoordigd. Farages optredens in het Europarlement, waar hij onder andere Herman van Rompuy uitmaakte voor een „natte theedoek”, worden weliswaar graag aangehaald door eurosceptici. Maar vaak zijn Farage en zijn tien collega’s niet aanwezig in Brussel en Straatsburg, zo is af te leiden uit de data op de website Votewatch, die stemgedrag van europarlementariërs bijhoudt.

In het Hogerhuis, waar twee Conservatieven overliepen naar UKIP, ligt de aanwezigheid bij stemmingen nog lager.

Op lokaal niveau maakt UKIP meer indruk. Zoals in Tunbridge Wells, waar Victor Webb, gekozen in 2011 als enige niet-Conservatief in de raad, het voor elkaar kreeg dat bij ieder nieuw bouwproject 20 procent aan lokale contracten moeten worden uitgeschreven. „Hij laat zien dat UKIP geen grap is”, zegt verslaggever Mary Harris van de Kent & Sussex Courrier. Ze roemt hem om zijn dossierkennis: „Hij leest de stukken, stelt vragen. Hij zorgt ervoor dat de door de Tories geleide raad kritischer wordt gevolgd.”

Maar ze vraagt zich wel af of hij is gekozen om zijn UKIP-achtergrond, of omdat hij een bekende verschijning is in Tunbridge Wells. Hij is „een excentriekeling”, zegt ze. In de pub waar de UKIP-aanhang na de toespraak van Farage neerstrijkt, kennen ze Webb ook allemaal. Hartelijk wordt hij begroet. Hij is „die man met de bulldog”, omschrijft een van de stamgasten. De barman schenkt hem zonder naar zijn bestelling te vragen een pint in. Later zal hij fluisteren: „Ik ben meer een leftie.”

De pub toont ook het grootste probleem van de partij. Geen van de stamgasten – noch ondervraagden op straat in Tunbridge Wells – kan een UKIP-politicus noemen. Farage is de man met het charisma en de ideeën, maar verder is talent schaars.

„Hij heeft een team nodig”, zegt oud-collega en vriend Malcolm Freeman. Hij kent Farage nog uit de tijd dat ze handelden op de goederenmarkt. „Als UKIP wint, zal hij ook moeten gaan leveren.”

Voor Freeman is het niet de vraag of dat gebeurt, maar wanneer. „Op kantoor las hij ons al de les over Brusselse bemoeienis met onze zaken. Hij meent wat hij zegt, en hij heeft dit altijd gezegd. De andere partijen moeten sidderen van angst.”

Dit is deel drie in een korte serie over rechts populisme in Europa. De eerste delen stonden in de kranten van zaterdag 27 en maandag 29 april.