Bedrogen door neptijdschriften

Publiceren

Wetenschappers worden belaagd en verleid door online tijdschriften met een twijfelachtige reputatie.

Een greep uit het aanbod wetenschappelijke tijdschriften van dubieuze kwaliteit.
Een greep uit het aanbod wetenschappelijke tijdschriften van dubieuze kwaliteit.

Wetenschappelijke tijdschriften zouden bakens van degelijkheid en betrouwbaarheid moeten zijn. Maar de laatste jaren zijn er honderden online publicaties van twijfelachtige kwaliteit verschenen. Ze proberen met spam onderzoekers te verlokken hun artikelen in te zenden, schermen ten onrechte met grote namen in hun redactieraad en sturen na publicatie een rekening van soms wel duizenden euro’s.

Neem Thomas Groen, ecoloog aan de Universiteit Twente. Bijna wekelijks krijgt hij spammails van zulke tijdschriften. Of hij een artikel wil insturen, of een review wil schrijven. De redactie schermt met snelle publicatie. “Bij zo’n belofte gaan bij mij juist alarmbellen af. Ook kijk ik of er een bekende uitgever achter zit, zoals Elsevier of Wiley”, zegt Groen.

Serieuze tijdschriften krijgen in toenemende mate boze vragen van onderzoekers die zaken hebben gedaan met een online imitatie. Eind vorige maand schreef Nature hierover, en over de opkomst van de frauduleuze wetenschappelijke tijdschriften. Afgelopen november besteedde het Wageningse universiteitsblad Resource aandacht aan het fenomeen. Er werden drie onderzoekers opgevoerd die in een aanbod waren getrapt, en drie die tegen hun zin op een lijst van redacteuren waren beland. Het blijkt een heidens karwei om weer van zo’n lijst af te komen.

Filters

Natuurkundige Ad Lagendijk is al zo aan het fenomeen gewend dat hij het niet meer opmerkt. Filters in zijn e-mail houden de spam buiten zijn blikveld. Hij vindt dat het publiceren via open access de deur naar neptijdschriften heeft opengezet. Open access is het publiceren in media die gratis zijn voor het brede publiek. Het is een reactie op het steeds duurder en exclusiever worden van de abonnementen op wetenschappelijke tijdschriften. Bij open access betaalt de auteur een bedrag van soms enkele dollars, soms duizenden, al naar gelang het bereik en de kwaliteit van het medium en het zakelijk model van de uitgever. Ook open acces-tijdschriften kunnen van hoge kwaliteit zijn en werken met peer review. Een bekende naam is PLOS (Public Library of Science). Ook een traditionele uitgever als Elsevier brengt al tientallen open access-tijdschriften op de markt.

Lagendijk: “We worden door organisaties als NWO gestimuleerd om open access te publiceren. Maar bij onze beoordeling worden artikelen in bladen als Nature en Science nog steeds veel zwaarder gewogen. Er wordt met twee maten gemeten.”

Bij open access is online publiceren de standaard, vanwege de lage kosten. Dat geeft vrije jongens de kans om links en rechts ‘bladen’ met indrukwekkende namen op te richten, en deze op te tuigen met al dan niet fictieve redacteuren van naam. Als je dan maar genoeg spam rondstuurt, tuinen er altijd wel een paar ontvangers in. Hun artikel verschijnt meestal wel, maar overleg ontbreekt, de opmaak valt tegen, het bereik ook, en soms wordt gepoogd de betaling twee keer te innen.

Geweten

Een bibliothecaris aan de universiteit van Denver, Jeffrey Beall, houdt inmiddels op scholaryoa.com een lijst bij van online tijdschriften die niet deugen. De lange lijst heeft vermakelijke voorbeelden als International Journal of Recent Scientific Research, en wordt continu aangepast.

Jelte Wicherts, methodoloog aan de Universiteit Tilburg, ontwikkelt gereedschap om het kaf van het koren te scheiden, samen met het Centrum voor Wetenschap- en Technologiestudies in Leiden. Hij pleit voor transparantie. “Publicaties moeten openbaar maken wat hun doel is, op welke doelgroep ze mikken en wat de rol is van de redactieraad. Malafide tijdschriften vallen snel door de mand.” Wicherts wil zelfs dat tijdschriften de namen van de reviewers én de beoordelingen openbaar maken. Daar wordt mee geëxperimenteerd, maar bij veel toptijdschriften is het reviewproces anoniem.

    • Herbert Blankesteijn