Servië betuigt spijt over ‘misdaad’ Srebrenica

President Tomislav Nikolic van Servië heeft zich tegenover de Bosniërs geëxcuseerd voor de massaslachting in Srebrenica. In een interview met de Bosnische televisie zei de president van Servië, een land dat de laatste tijd veel in het werk stelt om lid te kunnen worden van de EU: „Ik vraag op mijn knieën vergiffenis voor de misdaden die Servië in Srebrenica begaan heeft”.

Nikolic nam in het vraaggesprek, dat op 7 mei in Bosnië/Hercegovina zal worden uitgezonden, niet het woord ‘genocide’ noch ‘massamoord’ in de mond. „Het was een gruwelijke misdaad, begaan door mijn volksgenoten. Ik zou willen dat ze allen worden gestraft”, zei hij.

Deze erkenning is een breuk met de posities die Nikolic altijd innam.

In Srebrenica werden in juli 1995 ruim zevenduizend (jonge) moslimmannen vermoord door Servische soldaten onder leiding van generaal Ratko Mladic. Nikolic was toen vicevoorzitter van de ultranationalistische Servische Radicale Partij van de cetnik Vojislav Seselj, die nu al tien jaar in Scheveningen gevangen zit in afwachting van een vonnis door het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag.

Voordat hij in mei vorig jaar tot president werd gekozen, was Nikolic niet bereid enige schuld te bekennen voor Srebrenica. Zo zei hij in 2007: „Zolang ik leef, moet niemand mij vertellen dat Radovan Karadzic (toen president van de Bosnische Serviërs) en Ratko Mladic misdadigers zijn”. In het begin van zijn presidentschap zei Nikolic in Montenegro voor de tv dat er „in Srebrenica geen sprake van volkerenmoord” was geweest.

Nikolic staat bekend als een flapuit. Maar het lijkt er op dat de boetedoening onderdeel is van een EU- strategie. Vorige week sloot Servië ook een akkoord met Kosovo.