Regisseur Ate de Jong: filmcritici deugen niet

Filmmaker Ate de Jong haalt in een vier pagina’s lang essay uit naar filmcritici. Zijn film Het Bombardement werd afgelopen winter door de filmkritiek afgeserveerd.

In het essay in het digitale vakblad voor filmregisseurs, Dutch Directors Guild Gazet, vergelijkt De Jong critici met een roedel wolven die op „bloeddorstige jacht naar zelfverheerlijking hun raison d’être verloren”. Hij noemt ze onder meer ondeskundig, vooringenomen, gemakzuchtig en kwaadaardig. Ze missen „liefde voor de film”: ze zagen bijvoorbeeld niet dat Het Bombardement ook „een politieke film” wilde zijn. Critici beoordelen films volgens De Jong stelselmatig op verkeerde gronden: niet of de regisseur zijn (zelf bepaalde) doel bereikt, maar of een film aan de smaak van de recensent voldoet.

Volgens De Jong moeten critici films niet in een persvoorstellingen, maar met gewoon publiek kijken. Als dat positief reageert, dient de criticus die film ook aan te prijzen. Nu bewieroken critici continu films waar het publiek geen brood van lust.

De Jong probeerde collega-regisseurs zover te krijgen filmcritici te beoordelen volgens het door hem gehate sterrensysteem, maar de respons op die enquête viel tegen. Hij ziet dat als teken van volstrekt misprijzen, en haalt daarbij een „topregisseur” aan, die vaderlandse filmcritici als „NSB’ers van het Kwaad” typeert.

Nu denkt De Jong dat de filmkritiek überhaupt geen invloed meer heeft en in 2020 volledig naar de marges van internet is verbannen. Tegelijk stelt hij dat de filmkritiek debet is aan het tegenvallende resultaat van Het Bombardement (175.000 bezoekers). Dat komt doordat ze nog wel de stemming kunnen zetten in hun laatste bastion, de „borstklopperscultuur” van Twitter, waar het om het volgende draait: „wie kan de meest gemene, vileine rotopmerkingen in de minste woorden cyberspace injagen?”