Interview Ik word vaak verkeerd geïnterpreteerd

Golfjes kabbelen, zwoel najaarsbriesje, het donkerblauwe silhouet van Venetië op de achtergrond. Brian De Palma heeft een film in competitie bij het oudste festival ter wereld. Geen reden tot vreugde, maak je op uit zijn lichaamshouding: hoofd als stootblok tussen de schouders, armen defensief over de borst gekruist. Soms gaan de handen in een wanhoopsgebaar de lucht in, verbijsterd als hij is over zoveel domheid. Vaak stijgt zijn toonhoogte halverwege een zin tot een verongelijkt jengelen.

Passion voelt als vintage De Palma, u eindigt zelfs met een droom, net als vroeger.

„De film is gemotiveerd door dromen, dat je niet altijd weet wat echt en wat droom is. Noomi krijgt ideeën in dromen, net als ik trouwens. Veel van mijn shots en scènes komen in dromen tot me. En verder: mijn naam is Brian De Palma, ik zie dingen op mijn manier. Ik heb een hekel aan de kitchen sink-stijl van camera op de schouder en schudden maar. Is iets echter als je het slecht belicht? Waarom mag een film er niet mooi uitzien?”

De seks is minder expliciet dan vroeger. Omdat alles nu mag en het dus saai is?

„Zeker niet omdat de meiden bang waren uit de kleren te gaan. We probeerden wel seksscènes, maar het voelde niet goed om erg expliciet te werk te gaan. Dit is een film van vrouwen, over vrouwen. Dat iemand een la opentrekt en die zit vol seksspeeltjes, is verzonnen door mijn vrouwelijke art director. Ik dacht: wow! Wat is dat… Ik heb wel iets verzonnen. ‘Point of view’-porno bracht me op het idee de acteurs te vragen dat zelf op te nemen: wij deden de deur dicht. En tsjonge, ze hebben daar op die kantoortafel wild liggen improviseren zeg! Bijna alles moest ik eruit knippen.”

U bent een filmlegende. Is dat lastig?

„Soms. Als critici bij je film zullen zeggen: daar gaat De Palma weer. Spiegels, douches, dubbelgangers, Hitchcock. Het punt is dat je als filmmaker niet begint met thema’s en diepere lagen. Je hebt een verhaal en dialogen, en daar komen beelden, shots en scènes bij. Daar denk ik heel intens over. De rest weet ik niet. Dingen keren steeds terug omdat ze in je onderbewustzijn zitten. Waarom staat die rode stoel in de hoek? Geen idee! Wat moet die tweeling? Geen idee! Het interesseert me, ik weet niet waarom.”

Uw film begint conventioneel, later gaat visueel alles uit de kast.

„Het begint als intrige over managers in een kantoor. Wat moest ik doen, helikoptershots?” Hij verheft zijn stem, handen in de lucht. „Jezus, u zit hier dag in, dag uit arthousefilms te kijken met close-ups die twee uur duren. Daar hoor ik u nooit over klagen.”

We klagen niet. Leest u kritieken?

„Nee, want ik ben de slechtst gerecenseerde regisseur van mijn generatie. Als ik terugdenk hoe jullie mijn films in stukken reten. En twintig jaar later zijn het opeens geliefde meesterwerken. Scarface: waardeloos, smakeloze B-film, in twee jaar vergeten. Dat is altijd zo geweest. Ik herinner me het premièrefeest van Greeting in 1968. The New York Times maakte hem met de grond gelijk: ‘tired, tawdry, terrible’. Het feest liep leeg toen die recensie binnenkwam. Ik bleef alleen achter met mijn moeder en dacht: het is voorbij. Omdat ik een visueel regisseur ben, vermoed ik, en niet alles uitspel in dialoog en drama, ben ik heel vaak verkeerd geïnterpreteerd.”

Hoe kijkt u op uw carrière terug?

„Op mijn leeftijd ben je blij als je wakker wordt en elk lichaamsdeel werkt. Ik heb alles gedaan: radicale films, thrillers, films met idiote budgetten. Waarom zou ik klagen?”

Coen van Zwol