Windowdressing

In de jaren zeventig bedacht iemand in Amerika dat je kinderen in grootstedelijke zwarte getto’s uit de criminaliteit kon houden door ze gevangenissen te laten bezoeken. Pas in 2002 is onderzocht of het werkte. „Toen bleek dat een kwart van die kinderen zo juist een grótere kans liep crimineel te worden”, zegt socioloog Vasco Lub (34).

Hij wil maar zeggen dat overal goedbedoelde, ongefundeerde ideeën worden uitgevoerd om de maatschappij te verbeteren. Het klinkt bijna opbeurend in het licht van zijn boek, dat morgen verschijnt. Schoon, heel en werkzaam? Een wetenschappelijke beoordeling van sociale interventies op het terrein van buurtleefbaarheid concludeert nogal ontluisterend dat de sociale projecten waarmee Nederlandse achterstandswijken zijn overspoeld, bijna allemaal berusten op aannames waarvoor nauwelijks wetenschappelijke onderbouwing bestaat.

De overheid geeft dus honderden miljoenen uit aan ideeën waarvan volgens Lub in het beste geval nooit is vastgesteld of ze ook werken – vaker is aangetoond dat ze níét werken. Er bestaat geen bewezen causaal verband tussen sociale cohesie en een veilige wijk, stelt Lub geheel tegen de tijdgeest vast. Hechtere contacten tussen bewoners veroorzaken geen betere sociale controle. Gedragscodes in de buurt zijn ineffectief. En straatcoaches? Geen enkele evaluatie kan volgens Lub hardmaken dat die de overlast doen afnemen. Sommige wijken laten juist een toename van jongerenoverlast zien. Bewonersplatforms dragen nauwelijks bij aan de oplossing van buurtproblemen. En wijksport dan? Voetbaltraining? Kickboksles om de jeugd manieren bij te brengen? Nergens ter wereld is aangetoond dat dit gedragsverandering oplevert. Vechtsporten wakkeren antisociaal gedrag juist eerder aan, bleek in Scandinavië. „Dat over wijksport verbaasde mij ook”, zegt Lub, die in de Rotterdamse achterstandswijk Oude Noorden woont en graag basketbalt op een veldje in Crooswijk.

Zijn no-nonsense-onderzoek, uitgevoerd voor onderzoeksinstituut Movisie, werd gefinancierd door het ministerie van VWS. En het komt in tijden van bezuinigen natuurlijk niet slecht uit, zei ik. Lub vindt ook dat hij de lat voor projecten hoog legt. „Maar we geven er ook een hoop geld aan uit. En dat geld gaat niet meer naar een jongerenwerker die misschien wél relevant is.”

Als buitenpromovendus aan de Erasmus Universiteit onderzoekt Lub de bewijsvoering van grootstedelijk sociaal beleid. „Wie naar de wetenschappelijke onderbouwing vooraf kijkt, hoeft niet steeds achteraf te meten.” En kan juist ontsnappen aan het zwaard van de accountability, dat ook in het welzijnswerk boven ieders hoofd hangt, bedoelt hij.

Beleid is ook onderhevig aan mode, zegt Lub. Zijn eindconclusie? „Dat we niet te veel aan de burger kunnen overlaten.” Alleen buurtwachten en buurtpreventieteams hebben aantoonbaar een gunstige invloed op de leefbaarheid in de buurt, stelde hij vast. De rest noemt Vasco Lub „windowdressing”. Voor wie? „Alleen voor politici en bestuurders.”

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen.

    • Margriet Oostveen