Trouw zweren aan rechten van koning: eed Kamerleden is uniek en omstreden

Koningin Beatrix legt de eed af in 1980. Daarna volgden ook de toenmalige Kamerleden (behalve de vijftien die destijds thuisbleven).
Koningin Beatrix legt de eed af in 1980. Daarna volgden ook de toenmalige Kamerleden (behalve de vijftien die destijds thuisbleven). Foto ANP

Het is een van de unieke eeuwenoude rituelen van de Nederlandse troonswisseling: het afleggen van de eed of belofte door parlementsleden aan de nieuwe vorst. Het ritueel is omstreden, want zestien parlementariërs zullen de eed niet afleggen. Waarom weigeren zij en wat wordt er eigenlijk precies gezworen of beloofd?

Het afleggen van de eed of belofte gebeurt volgende week dinsdag 30 april tijdens de Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal (Tweede plus Eerste Kamer) in De Nieuwe Kerk, waar koning Willem-Alexander zal worden ingehuldigd. De voorzitter van de Eerste Kamer, VVD’er Fred de Graaf, leidt de vergadering. De nieuwe koning zweert eerst zelf trouw aan de Grondwet. In zijn eed belooft Willem-Alexander onder meer het grondgebied van het Koninkrijk te verdedigen en de rechten van alle Nederlanders te beschermen.

Na de eed door de koning leest De Graaf een plechtige verklaring voor, waarna de parlementariërs om de beurt de eed (‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’) of belofte (‘Dat beloof ik’) afleggen. Dat ook de parlementariërs een eed afleggen, is vastgesteld in de Inhuldigingswet uit 1992. De precieze tekst staat hieronder:

Wij ontvangen en huldigen, in naam van de volkeren van het Koninkrijk en krachtens het Statuut voor het Koninkrijk en de Grondwet, U als Koning; Wij zweren (beloven) dat wij Uw onschendbaarheid en de rechten van Uw Koningschap zullen handhaven. Wij zweren (beloven) alles te zullen doen wat goede en getrouwe Staten-Generaal, Staten van Aruba, Staten van Curaçao en Staten van Sint Maarten schuldig zijn te doen. Zo waarlijk helpe ons God almachtig! (Dat beloven wij!)

Zestien Kamerleden weigeren de eed af te leggen

De eedaflegging is bepaald niet onomstreden, zo bleek afgelopen weken. In totaal hebben zestien Kamerleden en senatoren aangekondigd geen eed of belofte af te leggen: vier van de SP, drie van GroenLinks, drie van de PvdA, de drie parlementariërs van de Partij voor de Dieren en Kees de Lange van de Onafhankelijke Senaatsfractie. De SP-parlementariërs blijven zelfs weg bij de Verenigde Vergadering, net als PvdA-senator André Postema, die verhinderd is.

De parlementariërs hebben allemaal zo hun eigen redenen om de eed niet af te leggen of weg te blijven. De SP-Kamerleden Sadet Karabulut en Farshad Bashir maakten in februari al bekend dat ze het afleggen van de eed overbodig vinden omdat zij bij hun installatie in het parlement al trouw hebben gezworen aan de Grondwet, waarin de positie van de koning bevestigd wordt. De eed is inderdaad puur symbolisch en heeft geen staatsrechtelijke betekenis. Nederland is nog het enige land ter wereld waar parlementariërs trouw zweren aan de nieuwe vorst.

Republikein heeft moeite met overerfbare macht

Voor sommige parlementariërs is het belangrijkste argument dat zij republikein zijn, zoals voor GroenLinks-senator Margreet de Boer. Zij zei onlangs in NRC Handelsblad dat ze moeite heeft met het idee van overerfbare macht. Hoewel het voor haar “geen halszaak” is, besloot De Boer de eed niet af te leggen toen ze van Eerste Kamervoorzitter De Graaf een brief kreeg met het verzoek haar keuze voor wel of geen eed duidelijk te maken. Over haar besluit om wel naar De Nieuwe Kerk te komen zei ze:

“Het hoort bij je taak als volksvertegenwoordiger de nieuwe vorst welkom te heten en erbij te zijn als hij zijn eed aflegt.”

OSF-senator De Lange heeft principiële bezwaren. Hij heeft vooral moeite met een passage uit de tekst, namelijk dat de parlementariërs beloven de rechten van het koningschap te handhaven. De Lange wil als parlementariër de mogelijkheid openhouden de rechten van koning Willem-Alexander in te perken als daar aanleiding voor is, zo zei hij begin deze maand tegen Metro:

“Als ik de eed, of in mijn geval de belofte, zou afleggen, zou ik het gevoel hebben dat ik dat niet meer zou kunnen.”

Deze uitnodiging werd verstuurd aan een aantal burgers dat de inhuldiging dinsdag mag bijwonen.

Deze uitnodiging werd verstuurd aan een aantal burgers dat de inhuldiging dinsdag mag bijwonen. Foto ANP / Koen van Weel

Voorzitter niet blij met ‘eedweigeraars’

Goede argumenten of niet, de voorzitter van de Verenigde Vergadering is in elk geval niet blij met de weigeraars. De Graaf zei onlangs in Buitenhof dat alle parlementariërs de eed zouden moeten afleggen omdat de eed wezenlijk verschilt van het trouw zweren aan de Grondwet:

“In 1992 hebben de Eerste en Tweede Kamer unaniem afgesproken dat de eed van de koning wordt beantwoord met een eed van de Kamers. Het is een bevestiging van de band tussen de koning en de volkeren in het koninkrijk. Het is een heel ander soort eed dan de eed bij het intreden in de Tweede Kamer.”

Onzin, zegt hoogleraar bestuurs- en staatsrecht Erik Jurgens van de VU. Hij is tevens oud-senator voor de PvdA en noemt de eed voor de Kamerleden “potsierlijk”:

“Als je Kamerleden ergens toe wilt verplichten moet dat in de Grondwet staan, maar dat is niet zo. Sinds 1983 is de verplichting uit de Grondwet geschrapt en het huidige artikel 32 (over de beëdiging en inhuldiging van de koning) geeft niet voldoende grondslag voor zo’n eed.”

Fred de Graaf, voorzitter van de Verenigde Vergadering, vorige week tijdens een persbezoek aan de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

Fred de Graaf, voorzitter van de Verenigde Vergadering, vorige week tijdens een persbezoek aan de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Foto ANP / Remko de Waal

Weigeraars zitten op 30 april apart

De Graaf vindt dat parlementariërs die de eed niet willen afleggen ook niet naar de Nieuwe Kerk zouden moeten komen. Een aantal parlementariërs doet dat wel. De Graaf zal hen bij het oplezen van de namen overslaan. De Telegraaf schreef vrijdag dat De Graaf dat de ‘weigeraars’ voor straf achterin de kerk worden gezet, op de plekken met het slechtste zicht. Daar is echter geen sprake van, verzekert voorlichter van de Eerste Kamer Gert Riphagen:

“Zij worden gewoon geplaatst in het vak van alle Kamerleden. Om organisatorische redenen en voor een vlot verloop van het geheel zullen zij wel aan het einde van de achterste rij Kamerleden worden geplaatst. Maar niet ergens achteraan in de kerk.”