‘Verborgen miljoenen’ moeten terug

De Belastingdienst daagt tweehonderd vermeende zwartspaarders voor de rechter. Hoe zit het met die rekeningen in Luxemburg? „Ontkenning is een gepasseerd station.”

Ze hébben geen buitenlandse rekening in Luxemburg. Want „die staat niet in hun aangifte”. Of ze hebben „een makkelijk te onthouden naam, net zoals Brigitte Bardot, of Claudia Cardinale”. En dus is het vast iemand anders geweest, die de naam heeft gebruikt om een rekening te openen. Het zijn verweren van geharde „ontkenners”, aldus landsadvocaat Wemmeke Wisman.

Ze daagde afgelopen vrijdag namens de Nederlandse Belastingdienst vijf vermeende zwartspaarders voor de rechter in Amsterdam. Met een gevolg van een paar man, één van hen draagt een rolkoffer vol documenten, verscheen Wisman bij de rechtbank. Haar eis: dat de gedaagden informatie openbaar maken over hun rekening(en) bij de Kredietbank Luxemburg (KB-Lux). Het kort geding maakt deel uit van een ‘eerste ronde’ van in totaal vier zittingsdagen in Amsterdam en Alkmaar. Gisteren was de vierde en laatste zitting. Later dit jaar volgen er meer.

De aanleiding voor de reeks zittingen dateert uit 2000. In dat jaar krijgt de Belastingdienst via de Belgische fiscus de beschikking over microfiches. Op die fiches uit 1994 staan de namen van rekeninghouders van de KB- Lux. Op de lijst staan ook Nederlandse rekeninghouders.

De rechter bepaalt dat de informatie op de fiches – onrechtmatig verkregen door de Belgische fiscus – in Nederland wel als bewijslast mag dienen. In 2002 verzoekt de Belastingdienst de personen op de lijst, zo’n 5.500 in totaal, openheid van zaken te geven. Ongeveer 90 procent van de aangeschreven personen geeft gehoor aan die oproep. De rest weigert, of ontkent een rekening in Luxemburg te hebben.

Het is het begin van een reeks procedures bij de fiscale rechter. Over de rechtmatigheid van het gebruik van de fiches, en over het vaststellen van de identiteit van de personen op de lijst.

Nu zijn er nog zo’n tweehonderd personen over bij wie de Belastingdienst op last van een dwangsom openheid wil afdwingen. Die informatie is belangrijk om het verloop van rekeningen te kunnen traceren, zegt de fiscus. Voor naheffing komen de rekeningen niet in aanmerking – dat mag tot twaalf jaar terug, en de fiches komen uit 1994.

Wisman verwijt de gedaagden „calculerend gedrag”. „De praktijk heeft uitgewezen dat belastingplichtigen wel openheid van zaken gaven als de schatting van de Belastingdienst te hoog uitviel.” De fiscus vermoedt dat er grote bedragen, miljoenen, in het buitenland gestald zijn.

Sam Bharatsingh voert afgelopen vrijdag voor alle vijf de gedaagden het verweer. De advocaat is alleen gekomen. Geen van de beklaagden laat zich in de rechtbank zien. Eén van hen leeft volgens Bharatsingh op bijstandsniveau en kan dus „nooit en te nimmer” een rekening van „vele tonnen aan guldens” in Luxemburg hebben gehad. Een ander zou alleen een buitenlandse rekening op Mauritius hebben. En een derde heeft het met zijn, inmiddels overleden, zoon „nooit over buitenlandse rekeningen” gehad.

Bharatsingh voert aan dat de Belastingdienst al veel eerder een kort geding had moeten starten. Nu, tien jaar later, is er geen sprake meer van een spoedeisend belang. Het kort geding zou verder onrechtmatig zijn, en de identificatie gebrekkig.

De rechter in Alkmaar deed onlangs al uitspraak. Hij oordeelde in ten minste één zaak dat er opgaaf moet worden gedaan van buitenlandse rekeningen, op straffe van een dwangsom van 2.500 euro per dag, met een maximum van een ton.

Bij de Amsterdamse rechtbank eist de landsadvocaat een dwangsom van 5.000 euro per dag. „Een ton is een schijntje voor vermogenden.” Wisman: „Ontkenning is een gepasseerd station. We weten dat er rekeningen zijn. Nu vragen we om meer gegevens.” Uitspraak begin mei.