Opinie

Tinkerbell in de Albert Heijn

Nu het kamp met voorstanders van matige bezuinigingen steeds groter en luidruchtiger wordt, is het voor het kabinet steeds lastiger om de eigen begrotingsdiscipline te blijven verdedigen. En allemaal draait het om de voorgenomen, of in ieder geval in reserve gehouden, 4,3 miljard euro aan maatregelen om in 2014 wél aan de Europese drie-procentsnorm te voldoen. Kunnen economie en samenleving dat nog wel hebben?

Lastig. Maar kunnen de financiële markten een overschrijding dan wél aan? We zijn tot nu toe wonderwel weggekomen met de buitenlandse illusie dat we een klein Duitsland zijn. Om dat zo te houden is het zaak niet al te veel op te vallen.

Die 4,3 miljard aan maatregelen komt niet uit de lucht vallen: het is 0,7 procent van het bruto binnenlands product. Het overbrugt dus, met een kleine zekerheidsmarge, het verschil tussen het tekort dat wordt gevreesd en het tekort zoals het zijn moet.

Hopen dat het vertrouwen zodanig opveert door het sociaal akkoord van werkgevers en werknemers dat een extra groeiende economie de bezuinigingen onnodig maakt, is riskant. In de internationaal opgelaaide discussie over de begrotingspolitiek komt vertrouwen volgens wat we even de ‘Keynesianen’ zullen noemen, niet vanzelf. De bezuinigers rekenen volgens hen te veel op de confidence fairy, de vertrouwensfee die zomaar, sprinkel sprankel, bij toverslag zorgt voor een goede sfeer waarbij iedereen lachend de portemonnee trekt. Denk aan Tinkerbell in de Albert Heijn.

Is er een uitweg? Er is een compromis. Als de Europese Commissie zegt meer rekening te zullen houden met de algemene economische toestand, dan zou Nederland een punt kunnen maken van het ‘structurele’ begrotingstekort. Dat is het tekort, gecorrigeerd voor de stand van de conjunctuur. Bij een slechte economie valt het structurele tekort beter uit dan het feitelijke tekort. Dat is te zien aan berekeningen van het IMF. In 2012 bedroeg het feitelijke tekort van Nederland 4,1 procent van het bbp. Dat wordt dit jaar 3,4 procent, maar het groeit volgend jaar naar 3,7 procent. Dat is 0,7 procent te hoog: zie de 4,3 miljard euro aan bezuinigingsplannen.

Het structurele tekort, dat het IMF de cyclically adjusted balance noemt, was in 2012 2,7 procent. In 2013 daalt het tot 1,2 procent. Dat is niet slecht. Maar in 2014 gaat het weer met 0,4 procentpunt omhoog naar 1,6 procent.

Het is waarschijnlijk wel aan zowél Brussel als het IMF als aan de financiële markten te verkopen wanneer Nederland streeft naar het stabiliseren van het structurele tekort. Dat zou slechts een ingreep van 2,4 miljard euro vergen: die 0,4 procent van het bbp die nodig zijn om het structurele tekort in 2014 niet te laten oplopen. Brussel blij, want rekkelijk terwijl de schijn van de begrotingsafspraken overeind blijft. IMF blij, want we doen iets voor de wereldeconomie (of laten in ieder geval iets schadelijks). Financiële markten blij, want de schijn van discipline wint.

Die 2,4 miljard is maar iets meer dan de helft van de dreigende 4,3 miljard. Het bedrag is klein genoeg voor minister Dijsselbloem van Financiën om de schade met enige creatieve ingrepen niet al te groot te laten worden. Tien tegen één dat deze oplossing al voorzichtig circuleert.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.