Recept: driemaal daags een spelletje

Computergames worden vanzelfsprekend in de gezondheidszorg, waar ze behandelingen aanvullen of vervangen. Gevalideerd zijn ze vaak nog niet.

Tijdens de NFI-training spelen mannen in witte pakken een geavanceerd spelletje Cluedo: wie vermoordde de mannen in de zwarte auto, en met welk wapen?
Tijdens de NFI-training spelen mannen in witte pakken een geavanceerd spelletje Cluedo: wie vermoordde de mannen in de zwarte auto, en met welk wapen? Foto’s Nederlands Forensisch Instituut

De pret van een spelletje versus de ernst van de zorg: is er een groter contrast denkbaar? Toch zijn videogames opkomend in de zorg, en dan niet om de patiënten te vermaken. Artsen trainen hun vaardigheden met behulp van games, verpleegsters oefenen tiltechnieken en spijkeren hun hoofdrekenkennis bij, om foutloos medicatie toe te kunnen dienen. Ondertussen spelen jonge ADHD-patiënten drie kwartier per dag een game die draait om timemanagement, planning en sociaal gedrag (typische zwakke plekken van een ADHD-patiënt). En is de revalidatie in Nederland hard op weg één grote speeltuin te worden, zoveel fysiotherapeutische behandelingen zijn inmiddels gekoppeld aan videogames.

Overdreven? Het bedrijf SilverFit uit Alphen aan de Rijn heeft naar eigen zeggen gameapparatuur in 150 Nederlandse klinieken en revalidatiecentra staan – wereldwijd gaat het richting de duizend. Hoe dat werkt, revalideren met een spelletje? De meeste klinieken hebben bijvoorbeeld ‘actief-passief’-trainingstoestellen staan, vaak in de vorm van een fiets die desgewenst mee kan fietsen als de patiënt nog weinig kracht kan zetten. „Die toestellen zijn vaak nogal passief”, zegt SilverFit-directeur Joris Wiersinga daarover. „Wij zetten er een videoscherm voor en meten elektronisch welke druk er op de pedalen wordt gezet. Die informatie wordt gekoppeld aan een spel op het scherm. Je stuurt dan bijvoorbeeld een auto aan, in een race door de heuvels: bij harder trappen gaat die omhoog, bij minder beweging daalt hij weer.”

‘Health games’ worden ze genoemd, of ‘serious games voor de zorg’, en ze zijn internationaal al niet meer weg te denken uit de medische wereld. Ze hebben gemeen dat ze de motiverende elementen en de technologie van videogames combineren met specifieke zorg- of trainingsdoelen. Ze kunnen aanvullend zijn op behandelingen (zoals de SilverFit-apparatuur) of de behandeling zelf vormen – in de Verenigde Staten zijn twee therapieën bij de Food and Drugs Administration als testcase ingediend voor ‘medicijn-registratie’. Komt die registratie er doorheen, dan mogen die twee spelletjes formeel als medicijn worden voorgeschreven.

Zover is het nog niet, maar dat maakt de acceptatie van health games er in de praktijk niet minder om. Opvallend is dat de zorginstellingen vaak zelf bij gamebedrijven aankloppen voor een specifieke toepassing, en niet andersom. Buikchirurg Henk ten Cate Hoedemaker van het Groningse UMCG-ziekenhuis zocht bijvoorbeeld actief naar een bedrijf dat een trainingsspel voor de Nintendo Wii kon maken. In het ‘skills lab’ stond voor tonnen aan trainingsapparatuur voor kijkoperaties, maar waren geen artsen te vinden. „Ons viel op dat artsen in opleiding met geen tien paarden naar de dure simulatoren te brengen waren, maar wel de halve dag Angry Birds spelen. Die simulator verschilt van dat spelletje omdat hij intrinsiek onaantrekkelijk is. De kunst was die twee werelden bij elkaar te brengen.”

Met hulp van gamebedrijf Grendel Games uit Leeuwarden lukte dat: binnenkort is er een goed werkend spel voor Nintendo’s Wii te koop, Underground genoemd, waarin een arts zijn motorische vaardigheden bij laparoscopische operaties traint. Ten Cate Hoedemaker: „Hoewel dat puur een game is, gebruik je exact dezelfde handvaardigheden als bij laparoscopie. Je ziet dan ook duidelijke correlaties bij proefpersonen: goede lapo-chirurgen scoren hoog in de game.”

Fijn, maar is daarmee ook het ‘bewijs’ geleverd dat games werken in de zorg? De discussie rond health games spitst zich sterk toe op wetenschappelijke onderbouwing. Hoe werken die spellen dan, en voor wie? „Heel relevante vragen, natuurlijk”, zegt Jurriaan van Rijswijk hierover. Hij is voorzitter van de Games for Health Europe foundation en adviseur op het gebied van serious games en gezondheidszorg. „Al ben ik van mening dat games op dat gebied onnodig zwaar beoordeeld worden. Zeventig procent van de therapieën in de zorg is niet wetenschappelijk gevalideerd. Omdat die door professionals worden gegeven, is dat niet erg, maar maak er bij health games dan ook geen harde eis van.”

Desondanks worden aan de hier besproken spellen veel validatieonderzoeken gewijd. SilverFit laat zowel onderzoek doen naar patiëntenherstel bij beroerteslachtoffers (revalideren die even goed of zelfs beter mét een game?) als naar de motiverende aspecten van gamen. Directeur Wiersinga: „we merken dat mensen meer hun best doen als we ze punten geven in een spel. Maar waarom dat is, en hoe je dat op een ideale manier in je spel verwerkt, daarover zijn nog vragen.” Interessant, want Wiersinga weet ook zonder wetenschappelijk bewijs allang dat dat werkt. „Ik hoor vaak dat patiënten op de gang staan te wachten tot ze hun fysio-uurtje kunnen beginnen. Dat is doorgaans niet het geval als er alleen een home-trainer staat te wachten.”

En ook een arts als Ten Cate Hoedemaker hoeft niet overtuigd te worden. „De simulatieapparatuur die we tot op heden gebruikten was overgevalideerd en bleef totaal ongebruikt, dus validatie zegt in die zin weinig over succesvol gebruik van een product. Valideren van games is noodzakelijk op dit moment, eigenlijk om scepsis te overwinnen: de wetenschappelijke goedkeuring werkt ondersteunend voor de marketing van een technologisch product dat nieuw is op deze markt, maar waarvan je intuïtief de waarde aanvoelt.”