Opinie

Open dag

Zaterdag was de open dag van de Nederlandse gevangenissen. Dat ‘open’ is bij gevangenissen natuurlijk een relatief begrip. Maar dat geldt voor meer open dagen: ze geven zelden een echt open beeld van de praktijk, ze ruiken net iets te veel naar Ambi Pur Lavendel. Op open dagen krijg je te zien hoe het er de rest van het jaar niet aan toegaat. Dat maakt het toch nog een leerzame ervaring.

Ik had gekozen voor een rondleiding door het Justitieel Complex Schiphol. Je moest je er al weken van tevoren voor opgeven. In de tussentijd was mijn uitje best actueel geworden. Dit was tenslotte de week dat staatssecretaris Fred Teeven niet was opgestapt.

Het grijze complex, gelegen in een vlakte van gras tussen de A4 en de Zwanenburg-landingsbaan, is gloednieuw. Het vervangt de oude Schiphol-bajes, waar toen die brand was. Ook zit er onder meer een nevenvestiging van de rechtbank Haarlem. Wil je een plaatje krijgen van Fort Europa, dan moet je hier zijn: enkele betonnen blokken van vijf verdiepingen hoog, ommuurd, natuurlijk.

Bij de ontvangst kreeg je een oranje keycord met een bezoekerspas. Op de ene kant van het koord stond: ‘Waar vrijheid ophoudt…’. Op de andere kant: ‘…en weer kan beginnen’. Eerst was er een film. Toen begon de rondleiding, in groepjes van ongeveer vijftien man. We begonnen bij de nieuwe zittingszaal, die nog nooit gebruikt was. Je rook de verf. Daarna mochten we in een speciale bus, een soort rijdend cellenhuisje. Voor wie wilde, was er een vouwplaat van de bus.

Alles glom en blonk. We zagen de fitnessruimte met moderne apparatuur. We zagen de creazaal: er stonden drie schildersezels met kunstwerken opgesteld, als de uitverkoren kleurplaten op basisscholen. We mochten kijken in een tweepersoonscel. Door het raampje zag je de vakantievliegtuigjes van Schiphol in de jubelend blauwe lucht.

Mensen waren hier geen nummer. Bij de Dienst Terugkeer en Vertrek vertelde een medewerker hoe ze voor een man die op het punt stond te worden uitgezet zijn rode koffer had weten op te sporen, die hij kwijt was geraakt in Amsterdam.

Ik kreeg wel bewondering voor de medewerkers. Hun werk leek me heel zwaar, en vaak ondankbaar.

We liepen terug langs de binnenplaats door een gang met een glazen wand. De binnenplaats was afgeschermd met blauw landbouwplastic. Hoewel dat niet de bedoeling was, kon je door de spleten tussen het plastic een glimp opvangen van de mensen om wie het draaide. Sommigen hadden vergeefs geprobeerd Nederlander te worden, en waren niet verder gekomen dan hier: een ommuurde luchtplaats op een steenworp van het vliegveld.

Daar sta je dan, dacht ik.

Arjen van Veelen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.