Mensen zijn echt gek, hè

Sander van de Pavert, de man van de komische LuckyTV- filmpjes in De Wereld Draait Door, noemt zichzelf neurotisch. Avontuur zoekt hem op. Dit is wat hij van het leven weet – tot nu toe.

Foto Lars van den Brink

Hij springt op de vensterbank van zijn huis in Den Haag. Kort daarna vouwt hij zijn tengere lichaam op in een stoel. Strekt zich weer languit uit. Gaat op de bank liggen. Gooit zijn benen over de bankleuning. Loopt even weg. Krijgt een lachkick. „Even contempleren”, zegt hij, en slaat zijn handen voor zijn gezicht. En dan: „Waar hadden we het over?”

Sander van de Pavert (37) heeft zijn LuckyTV-filmpje een uur geleden opgestuurd naar de redactie van De Wereld Draait Door en komt net uit bad, waarin hij een uur Mad Men heeft liggen kijken. „Ik ben klaar”, zegt hij als hij een joint opsteekt. Of nee, toch niet: „Ik moet eerst een foto van je maken. Ik registreer al mijn gasten.”

Van de Pavert heeft zichzelf aangeleerd om in bad te liggen. Echt liggen, minstens een half uur, om te ontspannen. Hij steekt kaarsen aan, schenkt zichzelf iets in, zet muziek op. Schaterlachend: „Dat geeft me de harmonie die me in leven houdt. Verder ben ik continu gespannen.”

Sinds 2005 maakt hij elke werkdag een filmpje. Daarnaast is hij nu bezig met een pilot voor een nieuw televisieprogramma: VPRO Promenade („in het verlengde van RTL Boulevard”), samen met de acteurs Diederik Ebbinge en Ton Kas en cabaretier Henry van Loon. Slaagt de pilot, dan komt het, denkt Van de Pavert, in september op televisie.

„Wil je een cocktail?” Hij veert weer overeind. „Als ik op televisie iemand met een cocktailshaker zie, kan ik inééns denken: ik heb zin in een cocktail. Dan heb ik dezelfde avond nog een cocktailshaker en alle ingrediënten in huis. Lees ik boeken over cocktails. Drink ik alleen nog maar cocktails. Dat sleept me dan helemaal mee. En dat heb ik met alles.”

■ „Zelfverheerlijking ligt altijd op de loer. Interviewaanvragen van tijdschriften en uitnodigingen voor televisieprogramma’s sla ik daarom meestal af. Het lijkt me afschuwelijk om in de kroeg herkend te worden als Sander van de Pavert van De slimste mens, in plaats van Sander van de Pavert van LuckyTV. Ik vind het sowieso prettig om niet te bekend te worden. Al voelt het wel lekker dat ik inmiddels in de positie ben dat ik daar zelf voor kan kiezen.

„Ik werk geïsoleerd, thuis, sta niet op een podium. Tot een paar jaar geleden kwam ik nooit in Amsterdam, ging ik nooit naar feestjes met hotshots en zat ik nooit in televisiestudio’s. Maar nu kom ik veel mensen tegen, cabaretiers, muzikanten, met wie ik over mijn werk praat. Wordt er over me geschreven. En is waardering dus een concreet ding geworden. Dat heeft me zelfbewuster gemaakt. Vroeger interesseerde waardering me écht geen flikker. Maar ik vind het moeilijk om dat zo stellig te blijven zeggen, want het komt nu veel meer binnen. Als vakgenoten mijn werk goed vinden, dan krijg ik daar rode wangen van. Dat heb ik ook als vrienden zeggen dat ze dat filmpje van gisteren kicken vonden. Maar als straks iedereen me uitschijt, dan kan ik dat ook wel hebben. Dan zou ik me er wel doorheen zuipen.”

■ „Er zijn mensen die het avontuur opzoeken, en er zijn mensen die het gewoon overkomt. Ik hoor bij de laatste groep. Ik ben niet avontuurlijk. Ik ben liever thuis dan dat ik op vakantie ga. Ik denk er al jaren over om naar Amsterdam te verhuizen. Maar er wonen zo veel leuke mensen in Den Haag, die ik al zo lang en zo goed ken. En ik heb geen zin in dat gezeik van een verhuizing. Tegelijk ben ik ontzettend onrustig en wil ik het liefst overal zijn. Dat betekent heel letterlijk dat ik moeilijk op een stoel kan blijven zitten. Maar het betekent ook dat ik, als ik aan een project begonnen ben, alweer iets anders wil doen. Als ik thuiszit met vrienden wil ik naar de kroeg. Ik maak nu televisie, maar ik wil eigenlijk ook muziek maken.”

■ „Te gebonden zijn past niet in een ideaal leven. Ik voel me prettig bij de ruimte die ik nu heb om van het een naar het ander te rennen. De behoefte om dingen te maken is zo sterk. Hoewel het niet echt iets voor mij is om daarover na te denken, vroeg ik me twee jaar geleden af of ik niet eens grotere dingen moest gaan maken. Maar toen realiseerde ik me hoe ontzettend blij ik ben met dat plekje dat ik veroverd heb op Nederland 3 na De Wereld Draait Door. Al mijn creativiteit kan ik elke dag in een minuutje kwijt. Ik ben er niet mee klaar. Die filmpjes moeten er gewoon zijn. Mensen vinden het nog steeds vaak leuk. Ik laat me nog steeds inspireren.

„Een paar dagen geleden had ik ineens een heel goed idee voor een film. Het klopte. Het is een wat omvangrijker idee dan de ideetjes die ik normaal heb. Het voelt als bijna compleet. Maar ik weet pas of dat waar is als ik het ga uitwerken.”

■ „Kinderen leren op school niet nadenken, geen ideeën ontwikkelen. Ik heb altijd creatieve behoeftes gehad, als kind al. Ik rotzooide met de elektronische apparatuur van mijn ouders, of gewoon met potlood en papier. Maar pas op de kunstacademie ging zich dat manifesteren. Dat zegt iets over de jaren die ik daarvoor op school heb gezeten. Ze hadden het met mij niet goed kunnen doen, nee. Maar wel véél beter. Kinderen worden creatief niet gestimuleerd op scholen.

„Terugkijkend kun je zeggen dat ik niet uitgedaagd werd, te slim was. Maar toen voelde ik dat niet zo. Ik vond het gewoon kut. Ik was een etter. Continu in de revolte. Aan het ontregelen. Ik maakte grapjes die mensen niet grappig vonden. Ik zat op een school met blanke, slimme kindertjes. Helemaal op mijn plaats, wat dat betreft. Maar in het weekend ging ik met vriendjes naar een coffeeshop in Loosduinen. Een obscuur tentje waar negentienjarige jongens met gouden kettingen kwamen, die reden in BMW’s. Ik kwam met verschrikkelijk foute lui in aanraking. Op school was ik toen al afgezakt naar de havo. Ik voelde me er minder op mijn plek. Ik ben van school gestuurd omdat ik een semi-automatisch handvuurwapen had meegenomen. Ik had het gekocht van een van die jongens. Een impulsaankoop van 100 gulden. Zonder kogels, hoor. Met de aanschaf van dat wapen was ik waarschijnlijk al bezig mijn exit voor te bereiden.

„Later heb ik via deelcertificaten mijn havo gehaald. Een nachtmerrie. Pas op de kunstacademie kwam ik tot rust. Die school was ingericht op mensen zoals ik.”

■ „Creativiteit kun je opbouwen. Ik begin aan iets. En als de stappen goed zijn, en logisch, wordt het wat. Ik moet er schreeuwend om kunnen lachen, en als ik het terugkijk nog een keer. Het is niet zo dat er magische momenten zijn waarop ik heel goed ben. De ene keer gaat het sneller als ik een blowtje opsteek, de andere keer juist niet. Wat ik maak, vind ik zelden echt goed. Misschien één op de twintig keer. Dan klopt alles. Zit het technisch goed in elkaar, is het prettig om naar te kijken, is de timing goed en behelst het iets. Het is mijn goed. Ik vind vaak dingen goed die een ander niet goed vindt, en andersom. Grappig is geen criterium. Want dan wordt het per definitie niet grappig. Ik vind het heel fijn als dingen pijnlijk zijn. Ik lach soms om dingen die verre van grappig zijn. Omdat ze zo wringen. Op het randje zijn van wat je als mens kunt verwerken.”

■ „Als je niet weet wat je moet doen, voel je paniek. Maar ik weet precies wat ik moet doen. Ik ben eigenlijk een soort KITT van Knight Rider. Als je de Turbo Boost indrukt, gaat-ie even heel hard. Mijn dagelijkse deadline levert al zeven jaar elke dag een filmpje op. Ik heb een schijf met 2.000 van die dingen. Ik kan oneindig doorgaan. Ik heb een buitengewoon neurotisch karakter. Mentaal en fysiek ben ik ontzettend gespannen. Ergens zegt mijn verstand dat dat niet goed is, maar misschien laat ik me dan wel ontzettend indoctrineren door mensen die zeggen dat een gespannen bestaan niet goed zou zijn en je leven zou verkorten. Ik ben nog nooit burn-out of depressief geweest. Het lijkt alsof ik ertegen bestand ben. Maar misschien zit ik op mijn 62ste wel Pauw & Witteman te kijken en overlijd ik aan een hartaanvalletje. Hoewel dat niet heel waarschijnlijk is, ik kijk nooit naar Pauw & Witteman.”

■ „Mensen zijn echt gek, hè. Ze dringen zich fysiek aan je op. Als ik bij de Albert Heijn mijn vreten afreken, staan ze te dicht bij me. Dat probeer ik te voorkomen door heel wijdbeens in de rij te gaan staan. Of neem hun lichaamsgeluiden. In onze beschaving ga je in een restaurant niet je reet afvegen, maar wel een zakdoekje uit je zak halen en je neus snuiten. Dat vind ik verstandelijk moeilijk te bevatten. Ik ben heel gevoelig voor dat soort prikkels. Zo’n geluid komt hard bij me binnen. Het raakt me zo dat ik er vaak ruzie met vreemden over heb. Het is natuurlijk anders als iemand half invalide of ziek is. Het gaat om die oude mannen die er echt voor gaan zitten. Er is dan helemaal geen snot, het klinkt als een lege voorhoofdsholte waar je heel hard doorheen blaast.”