Lintenknipper echt niet vrijer

Ceremonieel of niet, wat de koning zegt heeft altijd impact. Zonder de RVD zal de persvrijheid dus heus niet groeien, stelt Jaap van der Ploeg.

In de krant van zaterdag pleitten Bram Creusen en Matthijs Rooduijn voor het doorknippen van de banden tussen de koning en de politiek en voor een ceremoniële rol van de koning (Een ceremonieel vorst maakt de RVD eerlijker, NRC Handelsblad 20-21 april). Zij betogen dat de huidige staatsrechtelijke positie van de koning niet goed is voor de persvrijheid (journalisten worden „gemuilkorfd”), maar ook niet voor de koning, want diens woorden liggen voortdurend onder een vergrootglas.

Een ceremonieel koningschap zou volgens hen als voordeel hebben dat de media op alle vragen antwoorden kunnen verwachten en dat de leden van het Koninklijk Huis de vrijheid krijgen alles te zeggen wat zij willen. „Een ceremonieel koningschap maakt de RVD eerlijker”, zo stellen zij daarom. Ik zet daar grote vraagtekens bij.

De schrijvers willen wat de Rijksvoorlichtingsdienst betreft kennelijk terug naar de oude situatie. Voor 1965 was de RVD namelijk niet verantwoordelijk voor de woordvoering van de leden van het Huis. Dat deed zijn eigen woordvoering. In 1965 is, na de zogenoemde Irenekwestie, besloten dat te veranderen, omdat gebleken was dat huis en regering wel eens andere opvattingen hebben over wat je naar buiten brengt en wat niet.

Uit eigen ervaring weet ik dat die in 1965 genomen beslissing zeer verstandig was. Zolang dit land een monarchie is, is het goed dat de koning niet alles kan zeggen wat hij wil. De impact van de woorden van de koning zal immers altijd groot zijn – en dan maakt het echt geen verschil of hij alleen een ‘ceremonieel’ koning is.

Vreemder is het nog, dat de auteurs denken dat zo’n andere rol van de RVD beter is voor de persvrijheid. Stel nu dat er weer een eigen persdienst komt voor het Koninklijk Huis. Maakt dat een einde aan de situatie dat de journalisten kritische vragen over de koning en zijn familie niet of onvolledig beantwoord zien? Nee, natuurlijk niet.

De antwoorden op kritische vragen zijn waarschijnlijk juist een stuk onvollediger, omdat ze komen uit de mond van eigen woordvoerders: woordvoerders die slechts in dienst zijn van het Koninklijk Huis, die gehoorzamen aan de daar gegeven opdrachten en die niets te maken hebben met mogelijke politieke overwegingen die behoren bij de ministeriële verantwoordelijkheid.

Eén aspect van de redenering van de heren Creusen en Rooduijn deel ik echter wel. Namelijk dat het keurslijf waarin de leden van het Koninklijk Huis nu geperst worden echt veel te strak is. Maar dat kunnen we maar op één manier verbeteren: door de politiek wat minder krampachtig te laten reageren op uitspraken van de leden van het Huis.

Elk interview, elke kerstrede, elke toespraak lijkt tegenwoordig automatisch te leiden tot een op hoge toon aangevraagd Kamerdebat. Ik herinner maar even aan de absurde commotie rond de uitspraak: „Dé Nederlander bestaat niet”.

Geef de koning en zijn familie wat meer ruimte om hun opvatting te geven – ook als die misschien niet gemeengoed is in sommige delen van de samenleving. Ministeriële verantwoordelijkheid betekent ook: verantwoordelijk zijn voor de vrijheid van meninguiting van de leden van het Huis.

Zolang hun uitspraken niet haaks staan op het regeringsbeleid, is daar toch niets mis mee?

Jaap van der Ploeg is oud-journalist van de NOS en oud-directeur van de RVD.