Opinie

Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Taal

Het Koningslied: wie heeft er nu gewonnen, het volk of de elite?

Opname van het koningslied met BN'ers.

Toch nog even het Koningslied?

Want nu het meeste stof rond dat lied is neergedaald, kunnen we er eens een bredere, wie weet sociologiserende blik op werpen. Wat betekende al die opwinding? Niets? Of hooguit een paar dagen morele vakantie, dankzij een ,,zwakzinnig’’ (Sylvia Witteman) danwel ,,retecommercieel’’ (Joop van den Ende) product?

Eerst werd het liedje, na een Twitterstorm van kritiek, gekwetst teruggetrokken door de componist, John Ewbank, en daarna net zo hard weer op de agenda gezet door het organiserende Nationaal Comité Inhuldiging.

Intussen vlogen de verwensingen over en weer.

Volgens sommige waarnemers en analisten (die optreden bij dergelijke grote internationale, politieke of financiële crises) bewees dit alleen maar weer eens dat wij Nederlanders ,,de hufters van de wereld’’ zijn, zoals J.L. Heldring het formuleert in het boekje Onze eeuw. J.L. Heldring en André Spoor in gesprek. Botheid boven alles.

Anderen waren juist onverzettelijk positief. Zo prees BN’er Daphne Deckers, die aan het koningslied meeschreef, zowel het lied (,,Het is fantastisch geworden!’’) als het besluit van Ewbank om het terug te trekken (,,Iedereen kan weer rustig slapen!’’)

Eigenlijk, denk je dan, is alles ook altijd fan-tas-tisch.

Maar sindsdien hebben we twee, diametraal tegenovergestelde lezingen gekregen van de achtergrond van de woede en over de vraag wie er nu ‘gewonnen’ heeft in de kwestie. Was het verzet tegen het lied nu ‘volkswoede’, of onbehagen van de ‘culturele bovenlaag’? En heeft dus het volk of juist de elite gewonnen, nu het lied gewoon doorgaat?

Raymond van den Boogaard noteerde maandag in een afgewogen opiniestuk in NRC Handelsblad dat de meeste reacties op het Koningslied helemaal niet zo hufterig of overspannen waren maar, gewoon, netjes kritisch. Kop: Kritiek op het koningslied toont Nederland op zijn best.

Hij schrijft:

Onder de Twitter hash-tag #Koningslied zijn vrijwel uitsluitend volstrekt valide meningen te vinden – soms geestig, soms minder, meestal kritisch, soms kritisch over de kritiek.

Ja, natuurlijk waren er ook ,,allerlei engerds en labiele personen’’ die van zich lieten horen, en was er ,,ongepaste en nare kritiek’’. Van den Boogaard noemde met name de radiocolumn van Martijn Koning, die op Radio 2 vier minuten los ging tegen het lied, met hulp van een fascinatie met het woord kut, Julio Poch, Syrische jihadisten en Anne Frank. Maar lang niet alle kritiek was zulk razen en tieren, gelukkig.

Fijntjes wees Van den Boogaard er ook op dat ,,een mevrouw die in volstrekt normale termen liet weten van de tekst ‘kromme tenen’ te krijgen en zo onvoorzichtig was op haar pasfoto een baby in de armen te houden, van Ewbank de vraag [kreeg] ,,waar zij deze ,Chinese naakthond’ had gekocht’’.

Hij trok deze conclusie:

De mensen zijn niet zo dom en volgzaam als Ewbank, Borsato, Deckers c.s. denken. De verwatenheid van de makers is hardhandig afgestraft. Het is de wraak die elke machthebber – in politiek, kunst, media of waar dan ook – op elk moment kan treffen, en die de machthebber bijna nooit ziet aankomen. Het gaat goed met Nederland.

Kortom, hier hadden redelijkheid en gezond verstand het gewonnen van de arrogantie van de macht. Ja, totdat de intrekking van het Koningslied ongedaan werd gemaakt door het Nationaal Comité Inhuldiging, dat de opdracht had verleend.

Commentator Peter Giesen kwam daarna op dinsdag in de Volkskrant tot een heel andere conclusie. In het stuk Hymne van een verdeelde natie stelde hij vast dat het juist ,,de culturele bovenlaag’’ was geweest die zich had verzet tegen het lied, als een uiting van ,,de SBS6-cultuur’’.

Hij vond:

Die bovenlaag is er inmiddels aan gewend geraakt dat volkszangers hun rondjes draaien op SBS6. Maar dat Nederland op een plechtig moment als een troonwisseling kiest voor een lied vol krompraat en taalfouten leek menigeen een zoveelste bewijs voor de deplorabele toestand van de Nederlandse cultuur.

Nederland is tegenwoordig een ,,diplomademocratie’’, ,,waarin hoger en lager opgeleiden steeds meer uit elkaar groeien’’. En dat kon je hier ook weer zien, aldus Giesen. En wat die kreupele taal betreft:

In de populaire (internet)cultuur is taal [..] een democratisch fenomeen, waarbij spelfouten en verhaspelde constructies allerminst bezwaarlijk zijn.

Met het besluit het lied alsnog te handhaven, was het volk als overwinnaar uit de strijd gekomen: ,,Zo heeft de vox populi ook deze slag weer gewonnen.’’

Giesen bespeurt in de opwinding rond het lied in feite de tweedeling zoals die zich in Nederland sinds de opkomst van Pim Fortuyn politiek en cultureel doet gelden: volk tegen elite, populisten tegen regenten, laag opgeleid tegenover hoog opgeleid, Vinex-wijk versus Wassenaar.

Wie heeft hier gelijk?

De cijfers geven geen keihard uitsluitsel. Van den Ende verwees naar een onderzoekje waaruit bleek dat zestig procent van de Nederlanders het Koningslied leuk vond, veertig procent niet. De gesmade compositie scoorde ook hoog op i-Tunes. Maar uit een peiling onder ruim tienduizend Nederlanders van het tv-programma EenVandaag blijkt dat maar vijf procent het lied van Ewbank het beste vond om uit te voeren bij de inhuldiging. Het populairste lied bleek het Wilhelmus.

Ook tussen de critici en de verdedigers van het Koningslied loopt niet simpelweg de scheiding tussen elite en volk. Ja, columniste Sylvia Witteman nam het initiatief tot een actie tegen het lied, Wim de Bie (,,We leven in een open inrichting’’) en andere culturele prominenten lieten zich er laatdunkend over uit.

Maar Van den Boogaard beweert dat juist ook heel veel ‘gewone Nederlanders’ niet veel aan het lied vonden, of aanstoot namen aan de taalfouten, of het quasi-Engelse koeterwaals van “de dag die je weet dat gaat komen”. Het ergerde of beschaamde hen niet, dat hier een volkslied werd gebrouwen, maar dat het zo’n slecht volkslied was geworden. Een gewrongen imitatie-volkslied, naar het model van de zelfgenoegzame celebrity-hit We Are The World (1984). Kortom, typisch een product van een culturele bovenlaag.

En aan de andere kant: de steun voor het lied kwam ook niet van een spontane volksoploop, maar juist van hogerhand, uit commandocentra in Aalsmeer, Hilversum en het Gooi. Uit het establishment van Bekende Nederlanders, die eerst stilletjes bukten in de Twitter-storm, maar daarna gewoon koers hielden. Van culturele regenten als Joop van den Ende, die het lied rustig bleef verdedigen.

Zoals hij het formuleerde:

Hoe moeilijk kan het zijn? Wij gaan door. Ja, het is wat het is.

Dat had Ad Melkert eens moeten proberen, in 2002.

Ook Paul de Leeuw, Daphne Deckers, en Frits Spits (die dreigde zijn presentatie bij radio 2 te staken als het lied geschrapt werd) horen al decennia bij het culturele establishment dat het Mediapark beheerst. De publieke omroep was verdeeld: Pauw en Witteman kregen de lachers op hun hand, met taalkundige Wim Daniëls, maar DWDD gaf ruim baan aan Van den Ende.

En het eind van de klucht was veelzeggend. Het besluit om het lied, ondanks de protesten, te handhaven, werd top down genomen. Zoals de Rijdende Rechter zegt: ,,Dit is mijn uitspraak, en daar moet u het mee doen.’’

Zo bezien is dit geen zege van de vox populi, maar eerder een kwestie van Roma locuta, causa finita (de paus heeft gesproken, de kwestie is gesloten).

Alleen, wie is hier de paus - of de Rijdende Rechter?

Wat vindt u?