Heerlen toont de uitbundige kant van Van Heist

Van Heist in Heerlen. T/m 4 augustus in Schunck, Heerlen. Schunck.nl.

Na meer dan 35 jaar heeft Schunck weer een mode-etalage. Van 1935 tot in de jaren zeventig was Modehuis Schunck in Heerlen de bekendste en grootste modewinkel van de regio, niet in het minst dankzij het het bijzondere en vooruitstrevende gebouw waarin het was gevestigd, het Glaspaleis. Maar nadat de Limburgse mijnen waren gesloten stortte ook de Heerlense economie in en ging het met Schunck snel bergafwaarts.

Het Glaspaleis herbergde daarna een tijdje winkels en restaurants, en vervolgens ateliers. Tegenwoordig is het, onder de oude naam Schunck, in gebruik als cultureel centrum en tentoonstellingsruimte.

Christie Arends, de huidige directeur, werkte eerder bij het Zeeuws Museum. Daar maakte ze verschillende mode-exposities, onder meer met Henrik Vibskov en Monique van Heist. Die laatste heeft ze nu uitgenodigd voor de eerste modetentoonstelling in Schunck, Vanheistinheerlen, een expositie waarvan de etalage het belangrijkste onderdeel is.

Van Heist (1972) neemt een bijzondere plaats in de Nederlandse mode. In 2009 besloot ze niet meer mee te draaien met het modesysteem, waarin minimaal twee geheel nieuwe collecties per jaar de norm is, maar één grote collectie te beginnen, Hellofashion, die elk seizoen met slechts een paar items wordt uitgebreid. Dat kunnen kledingstukken zijn, maar ook sieraden of beddengoed.

Die aanpak geeft haar de kans langer aan ontwerpen te werken, en dat is te merken; de meeste van haar kledingstukken ontstijgen de waan van het seizoen. Omdat Van Heists kleren vaak verwijzen naar werkkleding en meestal een typisch Nederlandse ingetogenheid hebben zijn ze ook heel geliefd bij tentoonstellingsmakers: Arends zette haar ontwerpen eerder af tegen Zeeuwse klederdrachten, vorig jaar was Van Heist de co-curator van een expositie over werkmanskleding in Rotterdam.

In Heerlen komt van Heists uitbundiger kant naar voren; de ontwerper, die zelf in Limburg opgroeide, heeft in de grote etalage een uitbundige, carnavaleske opstelling gemaakt als verwijzing naar de spectaculaire etalages die het modewarenhuis vroeger dikwijls had. Zo staan er gemaskerde poppen in polonaise, gekleed in zijden jurken in knalkleuren. En hangen er foto’s van illustere Heerlenaars in of met een ontwerp van Van Heist. Tweemaal toont een pop een van de nieuwste en extreemste creaties: een pak dat een mens (m/v) in een mannetjeshond verandert, compleet met kop, korte, breed uitlopende poten en een vanuit menselijk perspectief omgekeerd geplaatst geslachtsdeel.

In de kelder van Schunck is de meer alledaagse kant van Van Heists mode te zien. Op dertig foto’s worden haar ontwerpen gedragen door onbekende mensen. De geportretteerden maakten voor de serie zelf een keuze uit de collectie, en laten zo zien hoe Van Heists mode zich voegt naar een individuele stijl. De geschiedenis van het warenhuis komt er ook kort aan de orde; zo zijn er foto’s van etalages en modeshows en hangen er voorbeelden van de kleding die er werd verkocht: dameshoeden, feestjurken, maar ook mijnwerkerskleding – Schunck bediende alle lagen van de bevolking.

Een heel verassende tentoonstelling is Vanheistinheerlen niet; wie bekend is met de stijl en mode van Monique van Heist zal weinig nieuws ontdekken. Maar voor wie dat niet is, is het een vrolijke kennismaking. En het gedeelte over het voormalig modepaleis smaakt naar meer.