Gergiev, een brute natuurkracht

Stravinsky, Orkest van het Mariinski Theater o.l.v. Valery Gergiev. Gehoord: 22/4, Concertgebouw Amsterdam. Zie: concertgebouw.nl/live

Vanaf de ingehouden, donker dreigende openingsmaten van De vuurvogel beloofde de uitvoering van Stravinsky’s drie ‘Russische’ balletten overrompelend te worden. De verleidelijke verklaring ligt in clichés over de Russische ziel; maar die doen geen recht aan de doorwrochte visie van Valery Gergiev en zijn voortreffelijke Mariinski Orkest. Toch eindigde de avond niet in euforie.

In de Vuurvogel toonden dirigent en orkest meteen het goud van hun combinatie. Een enkele keer was het koper in het Concertgebouw te luid, maar daar stonden tegenover omfloerste violen, hoogstindividuele houtsoli, soepele dynamiek, betoverend eigenzinnig uitgezette lijnen.

In Petroesjka was alle ruimte om de scènes op zichzelf te bewonderen. De kermisschets waarin de pop Petroesjka tot leven komt was precies goed getroffen, compleet met stotterende fluiten en boertige tuba. Met zijn pantomime van elegante beweginkjes had Gergiev zelf wel iets van een poppenspeler.

De honderdjarige Sacre du printemps had de natuurlijke apotheose van het concert moeten zijn, maar de vuurkracht leed aanvankelijk onder concentratieverlies. Anderzijds sorteerden de vrijheden die Gergiev zich permitteerde weldegelijk effect. De ronkende Rondes printanières klonken nog nooit zo weemoedig én pervers. De spanning was om te snijden wanneer Gergiev de machinerie van ritmische patronen en panische orkestkreten haast uit haar verband liet wervelen, om dan met een handgebaar volstrekte stilte af te kondigen. Op zulke momenten deed de brute natuurkracht van de collectieve wil zich voelen, gekanaliseerd in de opdracht van een rituele doodsdans.