Ernstig zieke economie

Hoeveel zware medicijnen kan de wereldeconomie verdragen totdat zij weer op eigen benen kan staan? Dat was vorige week het grote onderwerp van gesprek in de voorjaarsvergadering in Washington van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Het belangrijkste twistpunt is de vraag hoe snel westerse overheden hun tekorten, die ze bij de aanvang van de kredietcrisis en de eurocrisis in respectievelijk 2008 en 2010 snel zagen oplopen, moeten intomen. Een groeiend probleem daarbij is, zei president Barroso van de Europese Commissie gisteren in Brussel, dat de maatschappelijke acceptatie van de bezuinigingen haar grens heeft bereikt.

Centrale banken zijn van begin af aan bijgesprongen. Eerst door de rentes te verlagen tot vrijwel nul. Daarna troffen zij onconventionelere maatregelen, waaronder het opkopen van staatsschuld.

In de eurozone werd de Europese Centrale Bank vooral door onenigheid en inertie van de regeringen gedwongen tot handelen. In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn de centrale banken in wezen overgegaan op de monetaire financiering van nieuwe staatsschuld. Japan volgde twee weken geleden met de aankondiging van een ongekend initiatief om de geldhoeveelheid in twee jaar te verdubbelen.

Het IMF geeft steeds meer signalen dat de risico’s van zulk ruim geldbeleid op termijn niet zijn te overzien. Het vraagt nu feitelijk of overheden van de belangrijke industrielanden het rustiger aan willen doen met bezuinigen of, als daar ruimte voor is, zelfs méér willen doen aan bestedingen.

Nu de economie, vijf jaar na het begin van de crisis, nog steeds onvoldoende herstelt, komt het dilemma levensgroot in zicht. Of een nog agressiever en riskanter monetair beleid. Of het vieren van de teugels bij de begrotingspolitiek, waardoor de schulden niet onder controle komen en de financiële markten het vertrouwen verliezen. Of de crisis pareren met structurele hervormingen, die in het maatschappelijke en politieke klimaat steeds lastiger door te voeren zijn.

Een juist mengsel van deze drie is moeilijk te vinden. Maar het zal moeten.

Dat geldt ook voor Nederland. Tot nu toe zitten alle partijen vast in hun vooraf ingenomen stellingen. Daar zijn het de tijden niet meer naar. Hoe de discussie ook mag aflopen, alle betrokkenen zouden er het best aan doen bij dit onderwerp op de ‘reset’-knop te drukken en opnieuw beginnen na te denken op basis van de nationale, Europese en internationale informatie die er nu is. Deze situatie is namelijk nieuw, onbekend en potentieel gevaarlijk.

Het zou goed zijn als daar in Den Haag onbevangen en open over wordt gediscussieerd. Want het gaat namelijk niet goed.