Drinkers met een hardloopprobleem

‘Hashen’ begon als spel tegen de verveling, nu kun je er ook mee netwerken. „Het is totaal absurd, vooral in moslimgebied.”

Van boven naar beneden: Hash House Harriers in Monroeville Alabama; hashen door Den Haag; en Hash Harriers bij Denver.
Van boven naar beneden: Hash House Harriers in Monroeville Alabama; hashen door Den Haag; en Hash Harriers bij Denver. Foto’s AP, Ilvy Njiokiktjien, Getty Images

Cacao-onderzoeker Peter McMahon, een Brits-Australische vijftiger, zit met zijn blote billen op een ijsblok, een halfvolle pul bier in de hand. Zo’n veertig mensen in een kring om hem heen zingen een rugbyliedje:

He ought to be publicly pissed on

He ought to be publicly shot – bang bang!

He ought to be tied to a urinal

And left there to fucking well rot

Drink it down-down-down-down-down!

Tijdens die laatste zin drinkt Peter razendsnel zijn pul leeg.

Welkom bij de Hash House Harriers, afdeling Makassar, een van de grootste steden in Indonesië. Elke zaterdagmiddag trekt deze club zelfbenoemde ‘drinkers with a running problem’ naar het platteland rondom de havenstad voor twee activiteiten: eerst een paar uur hard rennen, daarna een paar uur hard zuipen. Op veel andere plekken in de wereld gebeurt wekelijks hetzelfde. Er staan ruim 2.000 hashgroepen in 185 landen geregistreerd – zelfs Antarctica schijnt er twee te hebben. Ook Nederland kent zulke drinkers/hardlopers; in Wageningen, Amsterdam en Den Haag wordt regelmatig gehashed. Het lijkt vooral een studentikoze bezigheid voor expats, maar wat doen ze en waarom? We nemen in kijkje in Makassar en Den Haag.

Het idee is simpel: een van de leden zet vooraf met witte papiersnippers een speurtocht uit door de natuur, de andere renners moeten die zien te volgen.

Deze dag starten we bij de stuwdam van Bilibili en worden we een heuvel opgestuurd vanwaar je een geweldig uitzicht hebt over het laagland van Zuid-Sulawesi. Een deel van de route moet je door een ondergelopen rijstveld waden.

Na pakweg twee uur wordt het eindpunt bereikt. De Bintang-biertruck staat al klaar. Iedereen gaat in een kringetje staan, waarna men zoveel mogelijk probeert elkaar te ‘chargen’, beschuldigen van absurde overtredingen: het dragen van sandalen of het afsnijden van de route bijvoorbeeld. Wie de mores overtreedt (iemand aanwijzen mag alleen met je elleboog, het woord ‘think’ mag je niet gebruiken) moet middenin de kring een halve pul leegdrinken, onder luid gezang. De discussieleider (‘Hashmaster’) bepaalt welke ‘charge’ terecht is. Trouwe deelnemers hebben recht op een speciale Hash-naam, zoals Bebek Mabuk (dronken eend) of Horny Bulldog. Soms wordt er een groot ijsblok uit de biertruck gesleept en dan zie je meer blote mannenbillen dan je lief is – vrouwen mogen hun broek aanhouden.

Een spoor van zaagsel

Bij de Hague Hash House Harriers in Den Haag zie je geen ijsblokken, maar de kreten die ze gebruiken zijn hetzelfde. Ook de liederen die in de circle worden gezongen komen overeen, evenals regels als: niet wijzen, niet zitten, geen fanatiek gedrag. Vaak gaat op: hoe toleranter de samenleving, hoe beschaafder de hashes. „In de Verenigde Staten zijn ze veel losser”, zegt de Nederlandse deelnemer Peter Rijnvis. „Daar gaan mensen veel sneller naakt.”

Het grootste verschil met de Nederlandse hash zit ’m waarschijnlijk in het terrein, denkt Hugo Alberga. Net als veel andere hashers verbleef hij voor zijn werk veel in het buitenland. Nu loopt hij in Den Haag. „In landen als Indonesië en Maleisië zijn het echt jungle runs, dan wordt de hele groep met een bus naar een bepaalde locatie gereden. In Pakistan, in Karachi, renden we in 1996 nog door de stad. Dat zou nu niet meer kunnen. Veel te gevaarlijk.”

Wordt de ‘trail’ in Indonesië met papiersnippers uitgezet, in Den Haag wordt zaagsel, of bloem gebruikt. Alberga: „Bloem gebruiken we eigenlijk niet meer sinds een aantal jaar geleden steeds poederbrieven werden aangetroffen. De politie heeft ons spoor wel eens onderzocht omdat ze dachten dat het antrax was.”

Hollend door rijstvelden

Terug naar Makassar in Indonesië. „Het is natuurlijk een totaal absurd evenement, vooral in een moslimgebied”, vertelt Nederlander Ruud Engbers (41), één van de trouwste deelnemers in Makassar. Hij werkt er al jaren als manager voor chocoladefabrikant Mars. De lol van de hash zit voor hem in „dat studentikoze, elkaar afpissen. Maar het is ook een leuk sociaal evenement, in een stad waar verder niet zoveel gebeurt. Bovendien: welke andere kans krijg je om door dorpjes en rijstvelden te hollen?”

Cacao-onderzoeker McMahon vertelt dat juist dat studentikoze voor hem niet hoeft: „Ik doe mee voor de gezelligheid, ik hoefde niet zo nodig met mijn billen bloot. Maar het hoort er een beetje bij, dus ik doe niet moeilijk.”

Het klinkt als typisch incrowd-vermaak van losgeslagen expats, maar dat klopt niet helemaal. In Makassar bestaat de helft van de deelnemers uit Indonesiërs. Iedereen mag meedoen, toeristen zijn welkom en ook met moslims wordt rekening gehouden. Wie wil, kan alleen frisdrank of water drinken – dan betaal je ook minder dan de bierdrinkers. Sommige Indonesische renners zijn christenen die wel van een biertje houden: Charles Tanzil bijvoorbeeld, die als ingenieur in de olie-industrie werkte. De wekelijkse bijeenkomsten kon hij goed gebruiken als netwerk. „Toen mijn broer afstudeerde als ingenieur had hij na elf sollicitatiebrieven nog geen werk gevonden. Toen heb ik bij wat westerse vrienden van de Hash gevraagd of zij wat wisten, en binnen de kortste keren had hij een baantje bij Siemens. Zelfde verhaal voor mijn zoon, die werkt nu voor Chevron in Jakarta.”

In Den Haag is het merendeel van de renners – de meesten zijn ruimschoots de vijftig gepasseerd – tijdens werk in het buitenland met de hash in aanraking gekomen. „Toen ik in Saoedi-Arabië woonde, heeft het mijn leven gered”, zegt een hasher met een Brits accent die luistert naar de naam Mr. Magoo. „Er was daar verder helemaal niets te doen.” Maar ook in Nederland is lang niet iedere hasher een expat. Peter Rijnvis werd zo’n dertig jaar geleden meegenomen door een collega van de Amerikaanse ambassade en is nooit meer weggegaan. De 56-jarige medewerker van Defensie heeft inmiddels meer dan 1.000 runs achter zijn naam staan, wat hem de titel ‘Lord Bromfiets’ heeft opgeleverd. „Je kunt het overal ter wereld doen en bent altijd welkom. Dat is het leuke.”

Met medewerking van Anne-Martijn van der Kaaden