Belastingperikelen waren voor advocaat begin van het einde

Eerst mocht Moszkowicz ‘maffiamaatje’ heten, toen kwamen fiscale malversaties aan het licht. Chronologie van vrije val.

Als er een jaar is aan te wijzen dat cruciaal was in de val van Bram Moszkowicz dan is het 2007 .

Dat is het jaar dat hij de verdediging van Willem Holleeder tegen zijn zin neerlegt. Moszkowicz vond dat hem het werk als advocaat van Holleeder onmogelijk was gemaakt. Een week daarvoor had de rechtbank in Amsterdam geoordeeld dat journalist Jort Kelder de strafpleiter mag bestempelen als ‘maffiamaatje’. Kelder had die uitspraken gedaan in verband met de belangenverstrengeling waaraan Moszkowicz zich volgens hem schuldig maakte door Willem Holleeder te verdedigen. Holleeder werd verdacht van het afpersen van vastgoedmagnaat Willem Endstra, die in mei 2004 was vermoord. Lastig voor Bram Moszkowicz, want Endstra was ook cliënt van hem geweest. Daardoor was er volgens critici voor de bekende strafadvocaat sprake van een conflicterend belang.

In 2007 begint de Belastingdienst ook een onderzoek naar de inkomsten en uitgaven van de advocaat. Medewerkers van de fiscus bezoeken een aantal zaken waar Moszkowicz geregeld komt en liefst contant afrekent; kledingzaak Oger, juwelier Schaap & Citroen, Cartier en het bekende restaurant Le Garage van televisiekok Joop Braakhekke.

Als de Belastingdienst vervolgens de inkomsten en uitgaven van de advocaat op een rij zet, blijkt hij meer uit te geven dan hij officieel bij de fiscus als inkomen opgeeft. De fiscus vermoedt dat het gaat om contante betalingen van cliënten die hij maar voor een deel administratief verwerkt. Moszkowicz krijgt een boete en een naheffing.

Onderzoek deken

Daarmee is de zaak niet voorbij. Moszkowicz komt in de problemen na een publicatie in deze krant in de zomer van 2011 over deze belastingontduiking van meer dan een miljoen euro. Moszkowicz spreekt van „een zakelijk geschil” met de fiscus, waar volgens hem verder weinig bijzonder aan is. „Uw bronnen hebben de klok horen luiden, maar weten niet waar de klepel hangt.”

Deken Germ Kemper van de Amsterdamse Orde van Advocaten begint na dit verhaal een onderzoek naar Moszkowicz, die onder zijn toezicht valt. Hij had al eerder signalen gekregen over onder meer grote sommen contant geld die Moszkowicz van cliënten zou ontvangen. Contant geld aannemen is niet verboden, maar de regels schrijven voor dat betalingen boven de 15.000 euro bij de deken gemeld moeten worden. Ook moet er een goede reden worden gegeven voor acceptatie van contante betalingen, bijvoorbeeld omdat een klant geen bankrekening heeft.

Uit maatschap

In mei 2012 laten de broers Max jr., David en Bram Moszkowicz weten dat de bekendste van de drie, Bram, uit de maatschap stapt. Volgens de broers wordt daarmee de „juridische situatie in overeenstemming gebracht met de feitelijke werkelijkheid dat mr. Abraham Moszkowicz naast de advocatuur ook nog andere werkzaamheden verricht”. Daarmee doelen ze onder meer op het programma RTL Boulevard, waar Bram geregeld aanschuift als ‘crimedeskundige’.

Maar verschillende bronnen bevestigen dat de breuk ook te maken heeft met de belastingperikelen. Zijn broers willen daar niets mee te maken hebben, maar zijn in de affaire betrokken omdat het kantoorpand aan de Herengracht in Amsterdam – waar Bram woont en werkt – gezamenlijk bezit is. De fiscus heeft een hypotheek gekregen op dit pand, ter zekerheid van het bedrag aan boete en naheffing dat Moszkowicz nog schuldig is. Bovendien is de naheffing voor de omzetbelasting opgelegd aan de maatschap die de drie broers samen voeren.

Die zomer maakt deken Germ Kemper bekend dat hij een zogeheten ‘dekenbezwaar’ heeft ingediend tegen Moszkowicz bij de Raad van Discipline, de tuchtrechter van advocaten. Belangrijkste klacht is dat Moszkowicz „stelselmatig contante betalingen” heeft aangenomen.

Vervolgens meldt zich nog een handjevol ex-cliënten bij de tuchtrechter met klachten. In een zitting in september schetsen zij en de deken een beeld van de praktijk van Moszkowicz. Hij is zelf afwezig. De advocaat vraagt volgens de cliënten vaak om grote, contante voorschotten. Na lang aandringen krijgen ze vervolgens een urenspecificatie van Moszkowicz, maar die komt volgens de klanten niet altijd overeen met de werkelijkheid. Sommige klanten zeggen een veel groter bedrag te hebben betaald dan uiteindelijk op de afrekening staat. Het verschil is soms wel tienduizenden euro’s.

Volgens Kemper heeft Moszkowicz de administratie niet op orde, volgt hij geen verplichte bijscholingscursussen en reageert hij niet of te laat op klachten. Moszkowicz belooft telkens zijn leven te beteren, maar doet niks, zegt Kemper. „Veel beloven, weinig geven, doet de gek in vreugde leven.”

In oktober laat Moszkowicz weten dat hij een overeenkomst heeft getroffen met de Belastingdienst. Hij zal een boete en naheffing betalen. Tot op heden heeft de fiscus voor de zekerheid een hypotheek van in totaal 2,6 miljoen euro op woon- en kantoorpand in Amsterdam.

Een dag later schrapt de tuchtrechter Moszkowicz als advocaat omdat hij „stelselmatig diverse regels heeft overtreden, de belangen van cliënten ernstig verwaarloosd en zich aan het wettelijk toezicht heeft onttrokken”. Moszkowicz gaat direct in beroep.

Alle klachten gegrond

Bij de behandeling van het hoger beroep in februari verschijnt Moszkowicz wel. Hij vraagt het Hof van Discipline vervolgens om een voorwaardelijke straf. Hij erkent een rommelige praktijkvoering en zegt dat dat komt doordat hij een ouderwetse man is zonder smartphone, elektronische agenda en e-mailadres. Daardoor had hij niet op tijd op klachten kunnen reageren en kon hij bijvoorbeeld bepaalde gegevens ook niet meer terugvinden.

Maar het Hof oordeelt in de uitspraak van gisteren keihard over de strafpleiter. Alle klachten acht het Hof gegrond. Over onduidelijke verantwoording van meestal contant betaalde voorschotten van vaak vele duizenden euro’s, over het declareren van niet verrichte werkzaamheden en over het niet terugbetalen van te veel betaalde bedragen, ondanks herhaalde toezeggingen. Ook heeft Moszkowicz sommige cliënten niet gewezen op de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand.

Moszkowicz had eerder het Hof beloofd zijn leven te beteren. Dat is niet gebeurd. Het Hof vindt het „bijzonder ernstig” dat Moszkowicz „nog steeds geen geld heeft terugbetaald aan zijn financieel gedupeerde ex-cliënten of met hen een regeling heeft getroffen”.

Het Hof van Discipline heeft er ook onvoldoende vertrouwen in, mede door eerder berispingen, dat Moszkowicz zijn „werk- en handelwijze daadwerkelijk kan en zal verbeteren”. Hef Hof vindt definitieve schrapping de enige passende maatregel.

Moszkowicz laat daarna op de gang weten dat hij het vooral erg vindt dat hij met weinig respect is behandeld. De leden van het Hof van Discipline hadden hem niet in de ogen gekeken.