Alleen de kom van de keizer heeft een vijfklauwige draak

Jackie Chan, Tom Cruise, Eddie Murphy en Aart Staartjes: elke acteur laat wel eens een vaas vallen. Of slaat hem kapot op iemands hoofd. En vaak is het een Ming-vaas. De expositie Het mysterie Ming in het Princessehof in Leeuwarden begint met een reeks filmfragmenten, met als hoogtepunt een scène uit Cloud Atlas waarin een porseleinwinkel in slow motion schitterend aan diggelen gaat.

Maar wat weten we verder over het Chinese blauw-witte porselein, behalve dan dat het duur is en snel breekt? ‘Mysterie’ is misschien een wat groot woord, maar het Princessehof veronderstelt terecht dat er heel wat te vertellen is over Ming.

In de eerste vitrine staan drie voorwerpen in verschillende tinten rood. Het museum wil met deze oogverblindende fles, kom en schaal het misverstand uit de wereld te helpen dat Ming altijd blauw is – al klopt dat meestal wel. Het idee dat Ming kostbaar is wordt wel meteen bevestigd: een vergelijkbare fles bracht in 2011 in Londen 13 miljoen euro op. De rode decoratie staat voor de eerste Ming-keizer Hongwu die regeerde van 1368 tot 1398. Zijn dynastie bleef tot 1644 aan de macht.

Ook leer je in Leeuwarden snel dat er drie kwaliteiten Chinees keramiek zijn: voor de keizer en zijn hof, voor de overige Chinezen en voor de export naar elders. Op de expositie staat een kom waar alleen de keizer uit mocht eten – „Misschien heeft de keizer hem ook echt gebruikt”, suggereert de informatieve audiogids. Er staat namelijk een draak met vijf klauwen op afgebeeld. De rest van het hof moest genoeg nemen met drieklauwige draken en daarbuiten waren aan het begin van de Ming-tijd alle draken verboden.

Halverwege de expositie is een zaal gewijd aan Chinees exportkeramiek voor Zuidoost-Azië. De exportkwaliteit is vaak grover dan van het porselein voor binnenlands gebruik, maar er zitten juweeltjes tussen, zoals een plat schoteltje met op de bodem een cirkel van fletsblauwe blaadjes rond een eigenwijs rood visje. Gevonden in Indonesië in een graf uit de veertiende eeuw, voor de islam de begraafrituelen veranderde.

De export ging via eerst de Portugezen en later ook via de Hollanders massaal naar Europa. Dit kraakporselein, genoemd naar het Portugese scheepstype carraca, besluit de tentoonstelling. Op schilderijen, toen even belangrijk als de filmkunst nu, speelt zulk porselein een grote rol. Je zag het ook op versierde kasten en schoorsteenmantels, en men gebruikte het aan tafel. Schilders beeldden het af op de stillevens die menig Nederlander vanaf de zeventiende eeuw aan de muur had hangen.

In de zaal over Ming in Nederland hangen foto’s van zulke stillevens uit de Gouden Eeuw. Zoals een van Willem Kalf met in de vitrine daarnaast net eenzelfde dekselpot in het echt. Het is een bijzonder exemplaar, opgedoken door kapitein Mike Hatcher en bemanning. De lading van 25.000 stuks kraakporselein werd in 1984 spectaculair geveild bij Christie’s in Amsterdam. In een brede vitrine heeft het Princessehof een zeebodem nagemaakt waar hier en daar wat keramiek uit het gele zand steekt.

De combinatie van schilderij en dekselpot wordt aan het slot van Het mysterie Ming nog overtroffen door een stilleven van Jacob van Hulsdonck met een grote schotel vol geurende aardbeien en zo’n zelfde schotel uit de Wanli-periode (1572-1620) in het echt. Die schotel heeft als centrale decoratie een idyllisch rivierlandschap met ganzen. Zijn evenbeeld op het schilderij staat op een houten tafelblad waarop bessen en licht gebutste kersen liggen. Je oog blijft dwalen over de schilderingen op het blauwe bord en dan weer over de voorstelling op het schilderij.