'Leger Nigeria doodt 200 burgers'

Bij gevechten tussen het Nigeriaanse leger en de terreurgroep Boko Haram zijn dit weekend mogelijk meer dan 200 dorpelingen omgekomen. Vermoedelijk zijn de meeste dorpelingen gedood door regeringssoldaten.

Delen van het vissersdorpje Baga bij het Tsjaadmeer werden afgebrand en veel slachtoffers lijken in het vuur te zijn omgekomen. Angstige bewoners vertelden een Nigeriaanse journalist dat soldaten doelbewust de woningen in brand staken.

Volgens de nog beperkte informatie omsingelde het leger vrijdag in Baga een moskee waarin zich aanhangers van Boko Haram ophielden, nadat een regeringssoldaat door onbekenden was gedood. Volgens een legerwoordvoerder gebruikten de terroristen burgers als gijzelaars.

Bij de opstand van Boko Haram sinds 2009 zijn al 1.500 mensen omgekomen, veelal burgers. Nooit eerder vielen er bij een incident zoveel slachtoffers. Geheime diensten in de West-Afrikaanse regio wijzen op de toenemende samenwerking tussen terreurgroepen. Leden van Boko Haram zijn bijvoorbeeld in Noord-Mali gesignaleerd, dat tot de Franse interventie in januari maandenlang werd gecontroleerd door terroristische fundamentalisten. Door deze coöperatie kon Boko Haram zware wapens verkrijgen, zoals granaatwerpers, en deze werden in Baga ingezet.

Het Nigeriaanse leger neemt vaker bruut wraak als regeringssoldaten zijn gedood. In de Nigerdelta in het zuiden en in het midden van het land richtte het leger eerder bloedbaden aan. Pogingen van president Goodluck Jonathan om Boko Haram met militair geweld te verslaan hebben niet gewerkt. De terreurgroep wilde een nieuwe basis vestigen bij Baga. De president speelt ook met de optie om Boko Haram amnestie te verlenen.