In 1817 was er ook al gedoe

Vernietigende Tweets geeft John Ewbank als reden voor het intrekken van het Koningslied Die kritiek is typisch Nederlands zegt historicus Louis Grijp Toen Willem I koning werd, sloeg het namelijk ook niet aan

Nederland, Weert, 30-4-2011. Foto Maarten Hartman. Koninginnedag. Oranje vlaggetjes van BLokker. Reclame. Merchendising. Commercie. Commercieel. Adverteren. Advertentie.

redacteur cultuur

Amsterdam. - Waren het de taalfouten? Was het de melodie? Of waren het zinnen als ‘De W van Willem. Drie vingers in de lucht. De W van wakker, stamppot eten’ die het Koningslied deden mislukken? Nee, het was de T van Twitter, zegt John Ewbank.

„Je moet mild worden gestenigd en je verdient de brandstapel voor het schrijven van het slechtste nummer ooit.” Vernietigende reacties als deze brachten de componist ertoe het Koningslied zaterdag ‘in te trekken’, schrijft hij op zijn Facebook-pagina.

Maar, ook zonder sociale media kan een koningslied mislukken, leert de geschiedenis. Een nationale hymne ligt nou eenmaal gevoelig.

Ook bij koning Willem I was er gedoe over een volkslied, zegt professor Louis Grijp, liedhistoricus en onderzoeker aan het Meertens Instituut in Amsterdam. „Zelfgeschreven liederen worden al aan de toekomstige vorst opgedragen sinds de aankomst van koning Willem I op het strand van Scheveningen in 1813, na jaren ballingschap in Engeland. In hofkringen vond men toen toch wel dat het tijd was geworden voor een echt volkslied, een nationale hymne.”

Er was al wel een volkslied, het Wilhelmus, maar dat vond men – toen al – afgesleten. De mensen kenden de woorden niet, zongen rare dingen mee. Nederland moest aan een nieuw lied, vond een deel van de hofhouding. En daar ging het mis.

Admiraal van Kinsbergen, een hoveling die populair was bij Willem I, schreef een wedstrijd uit. Wiens Neêrlandsch bloed door d’adren vloeit kwam als winnaar uit de bus. Grijp: „Voor vorst en vaderland, daar gaat het over, en dat is natuurlijk helemaal goed, voor de hogere klassen. Maar die gezwollen taal, dat was voor Jan Modaal natuurlijk apekool. Dat lied sloeg dus niet aan, mensen vonden het te deftig.” Het was teveel opgelegd, teveel van bovenaf, zegt Grijp. „Van Kinsberg leerde mensen het lied te zingen in het theater, voor aanvang van de voorstelling. Hij had ook nog bedacht om liederenblaadjes op de markt te brengen, om het lied te verspreiden onder het gewone volk. Maar dat werkte niet echt, het bleef te deftig.”

Dus bleef het Wilhelmus bestaan, naast het nieuwe lied. „Die melodie was ook heel strijdlustig en opgewekt. Op trompetten gespeeld. Willem van Oranje was natuurlijk een figuur waar de hoop van een hele natie op was gericht.

En daar is volgens Grijp wel „een paralelletje te trekken” met nu. „Ook de inhuldiging van Willem-Alexander leeft enorm. Er zijn enorm veel YouTube-filmpjes met alternatieve koningsliederen. Joop van den Ende heeft als lid van het Nationaal Comité Inhuldiging goed aangevoeld dat er een lied moest komen, maar het is misschien verkeerd aangepakt. Net als in 1817 is er gekozen voor een vorm die niet aansluit bij de wensen van de mensen. Het is kennelijk toch teveel opgelegd.”

Maar is Ewbanks creatie – een coproductie met volkszangers Guus Meeuwis en Marco Borsato en inbreng van de bevolking bovendien – nou zoveel slechter dan De Toppers of stadionhouse, die nu vaak de Nederlandse hitlijsten domineert?

Grijp: „Het wordt geweldig professioneel aangepakt, met een gelikt filmpje en al die zangers. Maar het is misschien toch het gevoel dat het niet echt uit de mensen zelf voortkomt.”

Een jubellied namens het hele volk is misschien überhaupt te hoog gegrepen, denkt Grijp. „Dat een lied nationaal gedragen wordt is heel zeldzaam. Misschien is het beter om iets vanzelf te laten ontstaan. Wat ook nog zou kunnen is dat een van de alternatieve liedjes nu spontaan doorbreekt tot Koningslied.”

Sowieso blijft een hymne een lastige kwestie, denkt Gijp, vooral hier in Nederland. „Misschien is het ook dat Nederlanders wars zijn van alles wat naar nationalisme neigt. Er is altijd een dubbele verhouding tussen de Nederlander en zijn volkslied. Over het Wilhelmus was ook altijd gedonder. Er is kennelijk wel behoefte aan, maar als er dan eentje is, zijn we niet tevreden.”

Vandaag overlegt het Nationaal Comité Inhuldiging over het Koningslied. Het is nog niet duidelijk of het lied nog wordt gebruikt op 30 april.

Joop van den Ende zegt op de site van De Telegraaf dat hij het „jammer vindt dat het lied niet in goede aarde is gevallen bij het publiek. Als je zoveel hits hebt gemaakt en bijna de best verkopende componist van het land bent, begrijp ik de teleurstelling. Veel mensen hebben hier hard aan gewerkt, maar uiteindelijk is het de beslissing van de componist wat er met een nummer gebeurt.”

Lees ook: Denken, pagina 19, 20 en 21

Alternatieven

Oké, wat nu? John Ewbank heeft zijn officiële Koningslied dit weekeinde teruggetrokken, maar er moet nog wel een alternatief komen. Er vormt zich inmiddels een aardige polonaise BN’ers en artiesten die er wel oren naar hebben. Hier onvolledig overzicht, met fragmenten uit de liedjes:

Paul van Vliet

Het blauw van de lucht

het grijs van de wolken

en het wit van de was op de wei.

Het rood van een zakkende zon in de zee

van de winterse akkers ’t zwart

en oranje de kleur

oranje de kleur

oranje de kleur van mijn hart

André van Duin

Leve de ko-ho-ning ligt niet lekker in het gehoor

Oranje boven, Oranje boven

Leve de koning... en Máxima

Claudia de Breij

’k Was klein in een klein land

een klein land dat zo groots kon zijn

van grote daden, grote namen van Johan Cruijff en van Piet Hein

van VOC en schaamte

voor wie betaalt had voor ons feest

van Anne Frank en hoe goed we in de oorlog waren geweest

grote woorden, grote daden

bij ons hoorden, grote namen

Dries Roelvink

Jaren van wachten worden beloond

De tijd is gekomen, een prins wordt gekroond

Koning van Oranje, dat is wat jij nu bent

Hart en ziel van Nederland

Allard & Huib, twee Utrechtse studenten

Maar Willem, zie je het dan niet?

Jij, je bent Sneijder, Van der Vaart

Mijter, staf en baard

Je bent Pino, mijnheer Aart

Jij, je bent een slipje van Marlies

Brabo, Drent en Fries

Je bent Wim en Ruud en Dries

Henny Huisman

Hier staat U dan vanmorgen

Het is wel spannend maar toch ook fijn

Want op deze dag in ’t voorjaar

Kan er maar één de koning zijn

Iedereen moet even wennen

Maar we gaan er helemaal voor

en daarom zingen wij nu samen

Als één oranje koor

Met z’n allen, met z’n allen, met z’n allen zingen wij van har-te-ge-fe-li-ci-teerd

Met z’n allen, met z’n allen, laat ’t oranjebitter nu maar knallen

En Wim de Bie...

...stelt voor dat iedereen het Wilhelmus opzet en vervolgens zijn eigen tekst zingt.

    • Rolinde Hoorntje