Polderen

Geef toe, hij heeft een punt: tijdens het Kamerdebat over het sociaal akkoord beklaagde SGP-voorman Kees van der Staaij zich erover dat polderen en polariseren niet samengaan. Het kabinet vraagt steun en inbreng op sociaal-economisch terrein, maar geeft niet thuis wanneer het gaat over kwesties waar christenen als Van der Staaij van wakker liggen: de winkels zondag open, afschaffen van het verbod op godlastering en het wettelijk tolereren van ambtenaren die het niet over hun godsvruchtig hart kunnen verkrijgen twee mensen van hetzelfde geslacht in de echt te verbinden. Waar waren de dagen van bij Rutte op de achterbank? Het was niet eerlijk, zei Van der Staaij: als er gepolderd gaat worden, dan ook immaterieel.

Politieke nostalgici zijn dol op dualisme

Ik geef hem weinig kans. Maar dit kabinet nog minder. Dit polderen lijkt te veel op modderen: wat een week geleden nog als een bewijs van inschikkelijke eendrachtigheid werd gepresenteerd (Rutte: „historisch’’), een triomf van nationale consensus, bleek in de dagen erna een onaantrekkelijke mengeling van moedwil en misverstand. De vakbond roept dat nieuwe bezuinigingen van de baan zijn. De VVD beweert dat ze, wanneer de economie deze zomer geen grote sprong voorwaarts maakt, toch echt gewoon doorgaan. De PvdA vraagt aan andere partijen of die misschien alvast ideeën hebben, in het kader van het broodnodige draagvlak. In die partij is men voor de drieprocentnorm, maar eigenlijk dus niet.

De bezuinigen zijn, kortom, van de baan, zodat ze in september alsnog kunnen doorgaan.

Een akkoord betekent, dacht ik, dat je het ergens over eens bent.

Het probleem is dit kabinet. Het midden is terug, riepen te veel mensen opgelucht na de vorige verkiezingen. De extreme flanken waren afgestraft, de glans bij Wilders en Roemer was eraf, er konden weer zaken gedaan worden. De ideologische tegenstellingen werden weggelachen, er werd razendsnel een kabinet in elkaar geflanst. Een derde partij om de grote verschillen tussen VVD en PvdA te verzachten werd niet nodig geacht. Met zo veel daadkracht had je geen draagvlak meer nodig. Toen dat al gauw een misrekening bleek, werd haastig het polderen als gemeenschapsideaal omhelst. Zwakte vermomd als democratische vrijgevigheid.

Met de toegejuichte terugkeer van het dualisme is het op dezelfde manier mis. Politieke nostalgici zijn dol op dualisme. Heerlijk dat de fractieleider zijn handen vrij heeft om zijn eigen ministers het vuur aan de schenen te leggen, zo moet het. Leve de spanning van het scherpe debat. Goed voor een vitale parlementaire democratie. De verdeeldheid binnen de VVD wordt nu toegedekt met een beroep op datzelfde dualisme – fijn dat het terug is! Maar wat voor dualisme moet doorgaan is doodgewoon paniekvoetbal.

De afgelopen tijd is het gedachtegoed van de VVD verschrompeld tot twee woorden: drie procent. Met de rechts-materialistische bravoure van Rutte I is het allang gedaan – 130 rijden heeft ons niet gelukkiger gemaakt. De stoere taal van Fred Teeven over „inbrekersrisico” en het recht van iedere belaagde burger om gepast keihard terug te meppen, heeft na de zaak-Dolmatov plaatsgemaakt voor een heel andere taal: deemoedige excuses over een „ambtelijke cultuur van onverschilligheid”. Mantra’s over „de menselijke maat”.

Je oogst wat je zaait.

Was er echt sprake van dualisme, dan zou Fred Teeven nu geen staatssecretaris meer zijn.

Nu zelfs de drieprocentsnorm door Rutte in de uitverkoop dreigt te worden gegooid, moet de fractie zich op dit punt gaan profileren, om te redden wat er te redden valt en het electoraat te sussen dat meer luistert naar de Telegraaf dan naar de minister-president.

En zo worden twee fijne Hollandse democratische fenomenen – polderen en dualisme – door dit kabinet ingezet als een krampachtige vorm van lijfsbehoud. Dat geeft niet alleen een nare smaak. Het kan ook niet goed gaan.

Het sociaal akkoord heeft een week na de ondertekening zijn glans verloren. Het nieuw ontdekte dualisme in de VVD laat een partij zien die aan zijn eigen opportunisme ten onder dreigt te gaan. Om de partij te redden zullen na de zomer nieuwe bezuinigingen moeten worden afgedwongen. Dat betekent het einde van het akkoord.

Intussen wordt er gebeden voor groei. Niet voor ons welzijn, maar om dit mislukte kabinet overeind te houden.