'De spotlights staan op de kerk'

Ze is de gastvrouw van het feestje van de koning: Cathelijne Broers van De Nieuwe Kerk. ‘Je zegt niet: het komt nu even niet uit.’

Bob van der Vlist, NRC Media, NRC Handelsblad, NRC Next, Lux, Cathelijne Broers
Bob van der Vlist, NRC Media, NRC Handelsblad, NRC Next, Lux, Cathelijne Broers

Vieze vingers op het koperen koorhek in De Nieuwe Kerk. Cathelijne Broers (44), de directeur van De Nieuwe Kerk, zakt lichtjes door haar knieën en wijst. De afdruk van een hele hand. Drie metaalrestauratoren zijn aan het poetsen. Over tien dagen, als Willem-Alexander op het troonpodium voor dit hek de eed aflegt en koning wordt, zal het glimmen. In 1980, toen Beatrix koningin zou worden, werd het hek wegens tijdgebrek gezandstraald. Toen was het metaal mat. Het heeft jaren gekost, zegt Cathelijne Broers, om die schade te herstellen.

Zo leeg als de kerk nu is, heeft zij hem ook nog nooit gezien. De tentoonstelling over Indianen die tot 14 april te zien zou zijn, is voortijdig beëindigd, de museumwinkel en de garderobe zijn afgebroken. Achter het preekgestoelte staat een ladderwagen en in een zijbeuk zijn bouwvakkers bezig aan hun lunch. We lopen naar een smalle zijdeur, die tijdelijk de in- en uitgang is. Er staat een tassenscanner en een metaaldetector, en beveiligers controleren bij binnenkomst ieders legitimatiebewijs. Ook dat van de directeur. Ze lacht en zegt dat ze zich braaf onderwerpt aan protocol en veiligheidsregels. Ze is de gastvrouw van een feestje dat een ander in haar huis geeft.

Toen koningin Beatrix eind januari aankondigde dat zij afstand deed van de kroon, richtte de schijnwerper zich meteen op De Nieuwe Kerk, op de Dam in Amsterdam. De zeshonderd jaar oude kerk is al jaren in gebruik als museum. Het is de trouwkerk van de Oranjes en al bijna twee eeuwen de plaats waar Nederlandse koningen (straks vier) en koninginnen (drie) worden ingehuldigd. Zo viel het licht ook op Cathelijne Broers, sinds 2011 directeur. Op televisie werd haar gevraagd of zij wel klaar was voor de inhuldiging. Ze had stralend gelachen, gezegd dat het natuurlijk best kort dag was, en verzekerd dat alles goed zou komen. Dat korte televisieoptreden maakte nieuwsgierig naar wie zij was.

Een week of twee voor ze me rondleidde in De Nieuwe Kerk, lunchten we. Ze koos voor café-restaurant Neva, het museumrestaurant van de Hermitage in Amsterdam. Van dat museum is ze ook de directeur. Met één team van een man of vijftig runt ze twee musea. „Heel efficiënt”, zegt ze. „Lean and mean.” We aten een bordje kabeljauw, klaargemaakt door Ricardo van Ede, de chef-kok. Cathelijne Broers droeg een overgooier met een geometrisch patroon en een grote schakelketting. Ze praatte vlot, met veel handgebaren. We hadden het over haar studies; eerst kunstgeschiedenis en daarna, toen ze al werkte bij Monumentenzorg in Zeist, bedrijfskunde. „In de culturele sector is geld altijd een probleem. Ik wilde leren hoe ik ook de zakelijke kant in de vingers kon krijgen.” De Hermitage krijgt geen subsidie, De Nieuwe Kerk een klein beetje van de gemeente Amsterdam. Ze vertelde dat ze net wat strategische gesprekken heeft gevoerd in Moskou. „Bedrijven langs om te vragen of ze de Hermitage willen sponsoren.” Ze noemt geen namen, ze zegt alleen dat het om ondernemingen in de energiesector gaat.

Trouwzaal

De inhuldiging van 30 april kost de stad Amsterdam zeven miljoen euro, maar daarin zijn de kosten die de kerk maakt nog niet meegerekend. Niet voor de opfrisbeurt, geen compensatie voor de gederfde inkomsten, geen huur voor de dag. Duur feestje, zeg ik. Dat hoort, zegt Cathelijne Broers, bij onze nationale functie. De kerk is de foyer, trouw- en feestzaal voor de koninklijke familie en de staat.

Ze is al sinds 2002 adjunct-directeur van de kerk en ze weet niet beter dan dat er bij elke verjaardag van de koningin of prins, bij elk koninklijk ambtsjubileum werd gefluisterd dat er nu toch echt een troonswisseling zat aan te komen. Ze hoorde het toen ze, toevallig, een vergadering had met het bestuur van de kerk. „Met mijn laptop op tafel keken we naar de toespraak van de koningin.” Dus nee, zij was niet eerder op de hoogte gesteld, de abdicatie kwam voor haar ook onverwacht. „Maar dan zeg je niet: het komt ons nu even niet uit.” Cathelijne Broers is iemand die zegt: „Dit is een unieke kans. De spotlights staan op de kerk, pakken die kans.”

Ze is niet vanzelf opgeschoven van adjunct naar directeur. Ze heeft moeten solliciteren. „Toen ik hier tien jaar geleden kwam, heb ik gezegd dat ik wel ooit directeur wilde worden. Ik bedoelde: over honderd jaar. Nooit gedacht dat het zo snel gebeuren zou, en ook niet dat ik het hier zou worden. Ik dacht zelf meer aan een leuk museum in Londen, Rome of Parijs, waar ik dan ooit zou gaan werken.” Ze studeerde in Florence toen ze 18 was, werkte in Parijs en spreekt haar talen vloeiend. „Plotseling kwam dit op mijn pad. Het was nu of nooit.” Haar man, vastgoedjurist, zei dat ze het moest doen. „Hij zei: zorg nou eerst dat je die baan krijgt. De problemen lossen we daarna wel op.” Het probleem was dat van alle jonge, werkende ouders. Kleine kinderen, weinig tijd, zware baan. Of in haar geval twee zware banen, want twee musea. Haar kinderen zijn nu acht en tien jaar.

Na een uur en een kwartier praten, gaf ze me drie boeken die al die tijd naast haar op de bank hadden klaar gelegen. De catalogus van de Peter de Grote-tentoonstelling, nu te zien in de Hermitage, het bijbehorende kinderboek én een mooi vormgegeven boekje over alle inhuldigingen sinds koning Willem I. Razendsnel gedrukt en ruim voor de troonswisseling in de winkel. Na 30 april komt er een nieuwe editie, met foto’s van Willem-Alexander en Máxima.

We namen afscheid bovenaan de trap, zij liep door naar haar kantoor op de eerste verdieping, ik ging naar beneden. Was ik bevangen door haar charme? Onder de indruk van het ogenschijnlijke gemak waarmee ze, zo jong nog, leiding geeft aan twee prominente instellingen? Al etende had ik geen vlekje aan haar ontdekt. Ik had geen clou hoe ik een schets zou moeten maken van wie zij is. Is ze altijd zo professioneel en in de plooi? Ik wist nauwelijks meer van haar dan ik had gelezen op haar cv.

Verbinden

Ik leg haar per mail mijn dilemma voor. In de week dat ze de Russische president Poetin, koningin Beatrix en de top van het Russische en Nederlandse bedrijfsleven zal ontvangen in de Hermitage, ze de toekomstige koning en koningin een rondleiding zal geven door de kerk en ze zich verder buigt over sponsors, jaarrekeningen en openstaande vacatures, antwoordt ze direct welwillend. Op mijn verzoek stuurt ze haar agenda op voor de komende tien dagen. Ze schrijft erbij: „Dit is wat ik doe. Alles met elkaar verbinden. Zorgen dat we mooie dingen maken en de lijn naar de toekomst uitzetten.” Van haar mag ik, als vlieg op de muur, overal bij zijn om te horen en zien wat ze doet en hoe ze het doet. Alleen de dag met Poetin in het museum zal niet lukken, schrijft ze, wegens de „megabeveiliging” van die dag. Ik kies een werkdag in De Nieuwe Kerk. Ze haalt me op bij de beveiliging en neemt me mee naar haar kantoor in de ruimte achterin de kerk waar vroeger de diakenen verbleven. Op een grote ronde tafel ligt haar telefoon, een laptop en wat paperassen.

In de loop van de ochtend komen de collega’s van marketing en communicatie bij haar aan tafel zitten voor overleg. Net als bij eerdere inhuldigingen zal de kerk de dagen erna open zijn. Twee dagen kan het publiek de bloemen zien, de tronen, de kroonjuwelen. De kerk kan pas open als alle buitenlandse koninklijke gasten klaar zijn met de brunch op 1 mei in het paleis en de Dam weer vrijgegeven wordt. Cathelijne Broers vraagt hoe hoog de toegangsprijs die dag moet zijn. In 1898, na de inhuldiging van Wilhelmina, kostte een kaartje 35 cent. De prijs wordt afgemaakt op vijf euro, tien euro minder dan voor een gewone tentoonstelling in de kerk. Daags voor 4 mei moet de kerk leeg- en gereedgemaakt zijn voor de dodenherdenking. Zeven dagen daarna begint de tentoonstelling Ingehuldigd, met de aktes van de abdicatie en de uniformen en jurken die de koningen en koninginnen bij de eedaflegging droegen.

Natuurlijk heb ik haar gevraagd of Cathelijne Broers al weet wat ze 30 april zal dragen. Ze heeft die dag geen officiële functie, de voorzitter van de Eerste Kamer is de ceremoniemeester, maar toch. Ze lacht en zegt dat haar zusje en vriendinnen haar heel goed hebben geholpen. Later, als ik nog eens terugkom op de jurk, vertelt ze dat ze er een heeft gekocht bij Heleen Hülsmann. Een boetiekhoudster die, alleen op afspraak, tweedehands en nauwelijks gedragen designerkleding verkoopt.

Ik zeg dat ik haar lastig te peilen vind. „Misschien heb je een te romantisch beeld van een museumdirecteur? Zo iemand met een uit de hand gelopen hobby, die voortdurend omringd is door de grootste kunstschatten en in de mooiste gebouwen verblijft. Maar ik ben 95 procent van de tijd bezig twee bedrijven te runnen.”

Ze is zakelijk zonder gewichtigdoenerij, meisjesachtig maar niet koket, open zonder al te veel prijs te geven. Hybride, noemt ze het zelf. En met haar manier van doen past ze precies in het rijtje veertigers dat overal opduikt. „Allround opgeleide professionals, niet al te formeel.” En misschien een beetje ongrijpbaar, maak ik haar karakterisering af. Samen sommen we namen op van de nieuwe lichting leidinggevenden. Van musea: Emily Ansenk van de Kunsthal; Wim Pijbes van het Rijksmuseum; Benno Tempel van het Haags Gemeentemuseum. Van het land: minister-president Mark Rutte, directeur Klaas Knot van De Nederlandsche Bank. En straks de nieuwe koning en de koningin.

    • Rinskje Koelewijn