Gülen staat voor onderwijs en zakenleven én islamitische waarden

De Turkse ideoloog Gülen roept bewondering en kritiek op. Seculieren in Turkije vrezen zijn machtige beweging die blijft groeien, schrijft Erik-Jan Zurcher.

Er waart een Turks spook door de Nederlandse media en zijn naam is Fethullah Gülen. In de afgelopen maanden stond de Turkse gemeenschap in Nederland in de schijnwerpers door een reeks van incidenten. In de berichtgeving daarover, onder andere in NRC Handelsblad en Nieuwsuur, werd de aandacht gevestigd op de rol van de ‘Gülenbeweging’.

Wie is Fethullah Gülen eigenlijk en wat houdt zijn beweging in?

Gülen komt voort uit de stroming van Nurcus, aanhangers van Nur, ‘het licht’. Dit zijn volgelingen van een Koerdische godsdienstgeleerde en prediker Sait Nursi (1876-1960). Sait Nursi leerde zijn volgelingen dat de islamitische wereld, en in het bijzonder Turkije, alleen maar sterk kon worden als moslims de moderne westerse technologie en wetenschap omarmen, maar tegelijk atheïsme en materialisme afwijzen.

Zijn recept voor moderniteit was fundamenteel anders dan dat van de stichter van de republiek Turkije, Mustafa Kemal Atatürk (1881-1938). Die zag radicale secularisering als basisvoorwaarde voor ontwikkeling.

Nursi werd dan ook vaak vervolgd en gevangengezet, maar zijn boodschap sloeg bij grote delen van de bevolking eigenlijk meer aan dan het radicale secularisme van Atatürk en de zijnen. Momenteel wordt het aantal aanhangers van Nursi op drie tot vier miljoen geschat.

Vanaf de jaren zestig is de Nurcubeweging in een aantal takken verdeeld. De beweging van Fethullah Gülen (1941) is een van die takken. Gülen is net als Nursi een islamitische godsdienstgeleerde en prediker. Hij heeft zijn bekendheid te danken aan zijn werk in de westelijk havenstad Izmir. Door de enorme trek van plattelanders naar de stad konden talloze arme migrantenkinderen in de jaren zeventig zich niet kwalificeren voor de universiteit – het onderwijs schoot tekort. Gülen zette een netwerk van internaten en zomerkampen op, waar deze jongeren werden opgevangen, onderwezen en geïndoctrineerd.

In de jaren tachtig en negentig kreeg Gülen de wind in de zeilen. Zijn boodschap (ontwikkeling door onderwijs en wetenschap gekoppeld aan islamitische normen en waarden en een flinke dosis Turks nationalisme) kwam precies overeen met de doelstellingen van de Turkse regeringen die sinds de militaire staatsgreep van september 1980 aan de macht waren. Pas toen het Turkse leger, ongerust geworden door de sterke opkomst van de politieke islam, in 1997 fundamentalisme tot de grootste bedreiging van de Turkse veiligheid uitriep, veranderde het klimaat voor Gülen.

Hij werd ervan beschuldigd de seculiere politieke orde omver te willen werpen. In 1998 verliet hij het land en vestigde zich in Pennsylvania, Amerika.

De beweging van Fethullah Gülen (Hocaefendi oftewel leermeester voor zijn volgelingen) is inmiddels de sterkst groeiende en machtigste Turkse islamitische beweging in Turkije – en ook in Europa, de Kaukasus en Centraal-Azië. De beweging is actief op drie terreinen: onderwijs, media en zakenleven.

Onderwijs is al veertig jaar de core business van de Gülenbeweging. Inmiddels is er een wereldwijd netwerk van scholen en universiteiten met meer dan zesduizend leraren. Daarnaast heeft de beweging, met steun van opvolgende Turkse regeringen, ook een media-imperium opgebouwd, met tv-zenders, radiostations, internetsites en publicaties. De spil in dat geheel is de krant Zaman (De Tijd). Ze verschijnt in dertien landen en is een van de grootste kranten in Turkije. De derde poot is die van organisaties binnen het zakenleven, waarin Gülengezinde ondernemers samenkomen. Met hun royale donaties voorzien zij, via een ingewikkeld stelsel van stichtingen en verenigingen, het Gülennetwerk van aanzienlijke rijkdom.

Ook in Nederland is Gülen op deze drie terreinen actief: scholen en internaten (zoals het Cosmicus college), media (Time Media groep) en bedrijven (HOGIAF).

De ideeën van Gülen staan dicht bij die van Sait Nursi. Hij omarmt ook technologie en natuurwetenschap, welke hij ziet als de moderne manier om de raadselen van Gods schepping te doorgronden. Hij is ook een pleitbezorger van de vrije markteconomie en welvaartsgroei. Hij mobiliseert de mensen om een sterk, technologisch modern maar qua normen en waarden conservatief-islamitisch Turkije tot stand te brengen, in de allereerste plaats door het opleiden van een ‘gouden generatie’ die leiding aan die maatschappij zal kunnen geven.

Als de Gülenbeweging dan bestaat uit oprechte moslims die een betere wereld nastreven door opleiding, wetenschap en technologie te combineren met vroomheid, waarom is de angst voor deze beweging onder seculiere Turken dan zo wijd verbreid?

Deels zit dat hem in de geheimzinnigheid waarmee de beweging zich omringt. Als gevolg van de vervolgingen door het seculiere establishment van Turkije waaraan Nurcus decennialang waren blootgesteld, komt de beweging niet graag als beweging in de openbaarheid. De vele instellingen die erbij horen, zeggen stelselmatig dat zij onafhankelijk zijn en dat de band met Gülen er alleen maar uit bestaat dat sommigen van hun leden door zijn ideeën worden geïnspireerd.

Formeel is dat juist. Er bestaat niet zoiets als dé internationale Gülenorganisatie. De beweging is er een van vrijwilligers die door persoonlijke banden aan elkaar hangt, maar tegelijk is het wel zo dat de autoriteit van Hocaefendi absoluut is. Zijn aanwijzingen worden gevolgd en discipline en gehoorzaamheid staan hoog in het vaandel.

De andere reden dat de beweging wordt gewantrouwd is Gülens lange-termijnstrategie. Hij is ‘on record’ met instructies aan zijn volgelingen dat zij uiteindelijk alle sleutelposities moeten bezetten, om van daaruit de ideale maatschappij vorm te geven. Daarin is de beweging de laatste decennia in Turkije steeds succesvoller en dat jaagt de seculiere minderheid in Turkije grote angst aan. Die angst is enigszins vergelijkbaar met die voor de veronderstelde macht van Opus Dei in katholieke landen. Het verklaart waarom ook in Nederland, waar de Gülenbeweging voor de maatschappij als geheel volstrekt geen gevaar vormt, ‘andersdenkende’ Turken steeds vaker aan de bel trekken. Met iedere vertegenwoordiger ervan die een sleutelpositie in de politiek of openbaar bestuur bezet, groeit de macht van Gülen binnen de Turkse gemeenschap.

Erik-Jan Zurcher is hoogleraar Turkse talen en culturen, Universiteit Leiden.