De Nederbelg vergrijst en zet z’n villa te koop

In de jaren negentig streken ze om fiscale redenen met duizenden neer in de streek tussen Antwerpen en de grens. Maar de rijke ‘Nederbelgen’ worden steeds ouder. En door de vergrijzing worden het er ook steeds minder. De ene villa na andere villa staat te koop in gemeenten als Brasschaat, Kapellen of Schilde.

Een Vlaamse consultant van begin veertig was naar het optreden gekomen van minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans, eerder dit jaar bij de Belgisch-Nederlandse Vereniging in Brasschaat. Maar hij had spijt, zei hij. „Voor mijn netwerk hoef ik hier niet meer te zijn.”

Aan bijna alle tafels zaten bejaarde mannen en vrouwen: Nederlanders met geld die in de jaren negentig naar België waren gekomen omdat dat fiscaal gunstig was. De meesten van hen waren er ook vorige maand weer, toen minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten een toespraak hield op een bijeenkomst in Ekeren, in de buurt van Brasschaat. Een tafel met Antwerpse studenten Europese studies haalde de gemiddelde leeftijd wat naar beneden. „Er komen hier al heel lang geen nieuwe Nederlanders meer bij”, zei Robert van der Rest (69), penningmeester van de Antwerpse VVD.

Midden jaren negentig was PvdA-staatssecretaris Willem Vermeend met maatregelen gekomen om de belastingvlucht te stoppen. Daar hoorde bij dat iemand die zijn bedrijf in Nederland verkocht en emigreerde, niet meer zo goedkoop wegkwam als eerst. In Brasschaat, bij Antwerpen, zeggen de Nederlanders: „Er werd een fiscaal hek gebouwd om Nederland.”

Een deel van de Nederlanders in België had volwassen kinderen die in Nederland achterbleven. Er waren ook kinderen die vanaf hun achttiende in Nederland of andere landen gingen studeren. En de kinderen die wel bleven en met Vlamingen trouwden, zijn nauwelijks nog herkenbaar als Nederlander. Ze zijn meestal geen lid van de Belgisch-Nederlandse Vereniging, de Hollandse Club of de VVD-Antwerpen (andere politieke partijen uit Nederland hebben daar geen eigen afdeling).

Van de rijke ‘Nederbelgen’ zelf zijn er steeds minder. Ze vergrijzen, ze vinden hun huis en tuin te groot worden en verhuizen naar een appartement. Er zijn straten in Brasschaat, Ekeren, Kapellen, Schilde of Schoten waar de ene na de andere villa te koop staat.

Gijs Jansen kwam in 1986 naar België. Hij was oprichter en gedelegeerd bestuurder van de bank Pierson, Heldring & Pierson België (later MeesPierson). Pas zo’n tien jaar later begon, zoals hij het noemt, de exodus. „Het was de grootste kapitaalexport uit de Nederlandse geschiedenis. Er zijn miljarden naar België gegaan. Ik kan het bedrag niet noemen, maar onze bank kreeg er veel vermogen bij.”

Banken en notariskantoren organiseerden voorlichtingsbijeenkomsten over het Belgische belastingsysteem, schenkings- en erfrecht. Nederlanders werden met honderden tegelijk in bussen rondgereden door de Vlaamse gemeenten tussen Antwerpen en de grens met Nederland. „Ze stapten soms zomaar een terrein op waar een Vlaming net zijn huis had verbouwd: ‘Ik wil jouw huis kopen’”, zegt Robert Maarschalkerweerd, uitgever en hoofdredacteur van het NederBelgisch Magazine. „De prijs deed er niet toe, alleen de locatie. Dat is een probleem nu mensen hun huis willen verkopen: ze hebben het te duur gekocht.”

Er wonen zo’n 130.000 Nederlanders in België. Volgens Maarschalkerweerd is circa een derde van hen vermogend en woont in de buurt van Antwerpen – de grootste doelgroep van zijn magazine. De artikelen gaan over kunst, reizen, eten en drinken, maar ook over het imago van de Nederlanders in België, juridische en fiscale kwesties, de AOW, de zorgverzekering.

Maarschalkerweerd had zelf in 1992 zijn uitgeverij in Nederland verkocht aan Reed Elsevier en kwam in 1996 naar België. Als uitgever-hoofdredacteur van zijn eigen magazine volgde hij heel precies hoe het fiscale hek rond Nederland er kwam – en ook weer voor een deel werd afgebroken in allerlei procedures tegen de staat. „In mijn tijd”, zegt hij, „kon je het geld van de verkoop van je bedrijf in een holding stoppen en naar België gaan met nul procent belasting. Als je het geld van zo’n bedrijf nu in een holding stopt, betaal je in België zo’n 10 procent over de aangroei van dat vermogen als je de holding weer opheft. Maar in Nederland geldt het hoge, progressieve tarief. Als je een bedrijf hebt in Brabant dat drie of vier miljoen oplevert en je verhuist naar België, scheelt dat je zo’n 1,5 miljoen euro aan belasting.”

Er is ook nog steeds geen vermogensbelasting in België en je kunt je geld, je kunstcollectie of wagenpark met oldtimers belastingvrij weggeven. En als je een bedrijf hebt in Europa kun je als inwoner van België dat bedrijf belastingvrij overdoen aan je kinderen. Als je ermee wacht tot je overlijdt, betalen je kinderen maar 3 procent belasting als ze de zaak overnemen.

„België is nog steeds een belastingparadijs”, zegt Maarschalkerweerd. Maar in Nederland overheerst volgens hem het idee dat het niet meer zoveel uit maakt of je in België woont. „Er is een verkeerde voorstelling van zaken en een fiscalist in Nederland zegt niet snel: je moet naar België gaan. Dan is hij een klant kwijt.”

Er komen nu veel Fransen naar België om de vermogensbelasting in hun eigen land te vermijden, er zijn rijke Duitsers die zich in het Duitstalige deel van België vestigen. Maarschalkerweerd denkt dat ook in Nederland weer zal doordringen hoe gunstig België is. Volgens hem zitten er jonge, rijke Nederlanders „op het vinkentouw” – als ze hun huis in Nederland kunnen verkopen, want dat is nu lastig. „Maar daarna zijn er op de huizenmarkt in de buurt van Antwerpen koopjes te halen.”

Bij advocaten- en notariskantoor Greenille, met vestigingen in Nederland en België, zien de fiscaal specialisten dat er de laatste jaren steeds minder vermogende Nederlanders naar België trekken. „In België is, net als in andere EU-landen, de fiscale druk ook wel wat gestegen sinds de jaren negentig”, zegt advocaat Mathieu Ex van Greenille in Antwerpen. En politici hebben het er steeds vaker over dat de belastingdruk, die nu stevig wordt gevoeld door mensen die hun inkomsten hebben uit arbeid, te laten verschuiven naar inkomsten uit kapitaal. Maar zover is het nog lang niet. „Wij blijven met overtuiging stellen dat België een aantrekkelijk land is en kan blijven, zeker in vergelijking met de ons omringende landen.”

Robert van der Rest, die in 1995 naar België kwam en nog een paar dagen per week werkt aan het beheer van onroerend goed in Nederland, twijfelt. Hij hoort, zegt hij, dat er ook al rijke Belgen zijn die overwegen naar Zwitserland te gaan omdat ze bang zijn voor nieuwe maatregelen van de regering van socialist Elio Di Rupo. „In België worden legale constructies steeds vaker fraude genoemd.” Van der Rest sluit niet uit dat hij nog eens om fiscale redenen verhuist. Maar Nederland is hij „ontgroeid”. „Ik heb moeite met de onzorgvuldigheid waarmee men met elkaar om gaat. Ik ga niet graag een winkel in Nederland binnen.”

Hanneke en Bruno Wijnants, 77 en 78, zeggen in Nederland meestal dat ze „ten noorden van Antwerpen” wonen. En op hun boot staat Antwerpen als plaats van herkomst. Bij ‘Brasschaat’, zegt Bruno Wijnants, krijg je nare reacties. „Dan denken ze dat je in een villa woont en bent weg gevlucht voor de belastingen.”

Tot 1994 hadden ze in Emmeloord een groothandel in textielfournituren, hun zoon nam de zaak over. Wijnants: „We wilden gaan reizen en we wilden een appartement. Maar niet te dicht bij Emmeloord om onze zoon niet op de vingers te kijken. Je praat met mensen en zo kwamen we op het idee van België. Dat bleek ook fiscaal gunstig te zijn.”

Ze hebben een ruim appartement in het centrum van Brasschaat, waar sinds een paar jaar ook een Albert Heijn is. Ze lezen Nederlandse kranten, hebben een abonnement op het Concertgebouw in Amsterdam, zijn lid van de VVD-Antwerpen, de Belgisch-Nederlandse Vereniging en Bruno Wijnants ook van de herensociëteit De Hollandse Club. De Belgische gezondheidszorg is goed, Vlamingen zijn vriendelijk. Ze kunnen niets bedenken waarvoor ze weer in Nederland willen wonen. „Zelfs een haring kun je hier gewoon krijgen.”

Hanneke Wijnants belt later nog op. Op de bridgeclub heeft ze rondgevraagd wat de vrouwen van plan zijn: gaan ze terug naar Nederland als ze hulpbehoevend worden? „Ze hebben er nog niet over nagedacht, ook niet de vrouwen die al boven de tachtig zijn.”

Ze hebben hun vrienden op de Nederlandse clubs, in Nederland zouden ze opnieuw moeten beginnen. Maar horen ze erbij in Vlaanderen? „Dat hangt af van het gedrag van de Nederbelg zelf”, zegt Gijs Jansen. „Als ik in mijn gemeente Schilde in de winkel sta om de gazet te kopen, dan trek ik soms mijn tenen bij elkaar als ik zie hoe Nederlanders zich kunnen gedragen. Zo van: ‘Ik weet het beter, ik maak hier de dienst uit.’ De Hollander vergeet nogal eens dat hij in een gastland zit.”

    • Petra de Koning